Rechter: Hilckmann kwam verhuisverplichting niet na

Slachthuis

Het Nijmeegse slachthuis Hilckmann verhuisde niet, tegen afspraken in, en moet de gemeente mogelijk een schadevergoeding betalen.

Foto Flip Franssen

De gemeente Nijmegen kan mogelijk miljoenen tegemoet zien van de gestopte slachterij Hilckmann. De Arnhemse rechtbank oordeelde woensdag in een tussenvonnis, in een bodemprocedure, dat de onderneming een contractueel afgesproken verhuizing niet heeft uitgevoerd en dat de gemeente daardoor schade heeft opgelopen. Hoe groot die schade is, moet nog worden bepaald.

Nijmegen sloot in de zomer van 2015 een overeenkomst met het slachthuis over een verhuizing naar het Brabantse Haps. De gemeente wil op de oude fabriekslocatie huizen bouwen en kocht daarom de zogeheten opstalrechten op de fabrieksgebouwen en legde verplaatsing van het bedrijf naar Brabant contractueel vast. Daarmee wilde ze de werkgelegenheid voor 350 werknemers (110 vaste banen, rest flexibel) bij de slachterij behouden. De gemeente betaalde 21 miljoen euro als voorschot. Een extra 6,6 miljoen euro zou - in stappen - volgen bij de daadwerkelijke verhuizing.

Lees ook dit grote achtergrondverhaal over Hilckmann: En ineens waren de miljoenen verdwenen

Hilckmann staakte echter in februari 2016 zijn activiteiten, waardoor volgens de gemeente niet aan de afspraken is voldaan. Nijmegen verkreeg weliswaar de gebouwen, maar stelt dat deze minder waard zijn dan 21 miljoen euro. Ze eist onder meer het verschil tussen het voorschot en de werkelijke waarde terug.

De directie van Hilckmann meent dat zij door overmacht heeft moeten stoppen met de bedrijfsvoering. Doordat regels rondom vergunningen veranderden kon het bedrijf niet meer via Hongkong naar China exporteren, een voor Hilckmann belangrijke afzetmarkt. Pech voor de gemeente, maar niet onze schuld, aldus de directie.

Rechter: gemeente liep schade op

De rechtbank oordeelde woensdag dat het bedrijf wel degelijk tekort is geschoten. Het tijdig regelen van vergunningen – en het risico die niet te krijgen – valt onder het ondernemersrisico. Een belangrijk deel van het koopcontract – de verhuizing – is daardoor niet gerealiseerd. De geleden schade zou volgens de rechter mogelijk gelijk kunnen zijn aan de nog niet betaalde 6,6 miljoen euro.

Beide partijen moeten nu aangeven wat volgens hen de werkelijke schade is. Bedraagt die 6,6 miljoen, dan kan de zaak met gesloten beurzen worden afgedaan. Er zijn dan nog wel allerlei extra eisen – van beide partijen – waarover de rechtbank zich nog moet uitspreken.

Mochten partijen echter niet op hetzelfde bedrag uitkomen, dan moet een externe deskundige vaststellen wat de executiewaarde is van de gebouwen en dus wat de schade is die de gemeente heeft geleden.

Ligt deze waarde fors lager dan 21 miljoen – zoals Nijmegen betoogt – dan moet Hilckmann de gemeente mogelijk miljoenen terugbetalen. Over de exacte hoogte zal de rechter zal zich later buigen.