Prachtige portretfoto’s uit de oorlog

Herontdekt Historicus Simon B. Kool deed een spectaculaire vondst: het oeuvre van fotografe Annemie Wolff.

Annemie Wolff/Monica Kaltenschnee

Een groot en onverwacht cadeau. Zo mag de vondst van fotohistoricus Simon B. Kool gerust worden genoemd. Dankzij zijn speurzin en doorzettingsvermogen kan aan de geschiedenis van de Nederlandse fotografie een hoofdstuk worden toegevoegd.

Annemie en Helmuth Wolff, wie kent hen nog? Een Duits echtpaar dat in 1933 voor de nazi’s naar Amsterdam vluchtte en zich hier ontwikkelde als fotografen. Door tragische omstandigheden is hun veelzijdige en betekenisvolle oeuvre in de vergetelheid geraakt. Met een overzichtstentoonstelling in het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam en de publicatie van twee boeken krijgen de Wolffs nu alsnog de erkenning die hun toekomt.

Zestien jaar geleden stuitte Kool in het Gemeentearchief van Amsterdam op een paar bijzondere foto’s van de haven. Achterop zat een stempel van ene Annemie Wolff. Archiefmedewerkers prikkelden zijn nieuwsgierigheid. Deze fotografe zou na een ruzie met het havenbedrijf haar archief hebben vernietigd. „En er was iets met zelfmoord”, hoorde Kool.

Na een speurtocht vond de fotohistoricus het verloren gewaande archief van Wolff terug. De kinderloze fotografe had het in 1994 nagelaten aan de kleindochter van vrienden.

Kool wist niet wat hij zag: duizenden opnamen van Schiphol en de haven in Amsterdam, voor en na de oorlog. Reportages uit Afrika. En studio- en productfotografie, onder meer voor Libelle en Margriet. Niet alleen de kwaliteit van de 50.000 negatieven verbaasde Kool. Ook de verhalen over Annemie en Helmuth Wolff intrigeerden hem. In Uit de vergetelheid heeft hij hun beider levensverhaal beschreven.

Architect

Zelfportret van Annemie Wolff uit de jaren dertig. Annemie Wolf/Monica Kaltenschnee

Helmuth Wolff was architect en bioscoopeigenaar in München. In 1932 trouwde hij met fotografe Annemie Koller, de politicus Adolf Hitler woonde een paar straten bij hen vandaan. Toen de nazi’s met de Jodenvervolging begonnen en in 1933 een arrestatiebevel tegen Helmuth Wolff uitvaardigden, vluchtte het echtpaar naar Amsterdam. Als bedrijfsleider bij een handelsdrukkerij begon Helmuth een reclameblaadje, De Nieuwe Week, het blad der huisvrouw. Annemie ging daarvoor artikelen en foto’s maken. Niet veel later kreeg ze ook opdrachten van het Amsterdamse havenbedrijf.

Ingenieur Helmuth Wolff ontpopte zich als een propagandist van nieuwe fotografietechnieken. Hij richtte in 1937 het tijdschrift Kleinbeeld-foto op en hield lezingen door het hele land. Hij publiceerde ook een lijvig boek over de toepassing van kleurenfotografie, nog zo’n relatief nieuw terrein.

Het leven van de Wolffs nam een dramatische wending na de Duitse inval in Nederland. Op 15 mei 1940 probeerden ze een einde aan hun leven te maken. Helmuth slaagde daarin, maar Annemie werd gered en keerde na een week terug naar huis.

Wat de weduwe in de oorlog deed, werd duidelijk na een nieuwe vondst van Kool: een ladenkastje met honderd genummerde filmrolletjes met portretfoto’s. Alle gemaakt in de eerste negen maanden van 1943, bleek uit een bijbehorend kasboek. In haar bovenwoning in Amsterdam-Zuid had de fotografe een portretstudio ingericht. Haar opdrachtgevers waren afgehaakt en op deze manier hield ze het hoofd boven water. De bezetter verplichtte elke Nederlander tot een persoonsbewijs. Voor het eerst ging de hele bevolking op de foto.

Voor Joden was er nóg een reden om op de foto te gaan. In zijn boek haalt Kool Mevrouw Zwagers aan, personage in Marga Minco’s kroniek Het bittere kruid: „‘We hebben ons allemaal laten fotograferen’, zei ze op een middag tegen mijn moeder toen ze thee kwam drinken. ‘Mijn man en ik samen, en de kinderen. Weet je het is zo’n aardig aandenken voor later. Je kunt nooit weten wat er nog zal gebeuren, en dan heb je tenminste een foto van elkaar.’ […] Geregeld kregen we bezoek van kennissen, die met hun portretten voor de dag kwamen.”

Annie Wolff krijgt de erkenning die haar toekomt

Op de honderd filmrolletjes stonden 440 personen, één kat en drie hondjes. Hoewel die oorlogsportretten slechts een tijdelijk onderdeel in het oeuvre van Annemie Wolff vormen, zijn ze het hart van de tentoonstelling in het Nationaal Holocaust Museum.

Het is een indrukwekkende reeks. Van buurtgenoten, jong en oud, Jood en niet-Joods, Amsterdammers die soms van heinde en ver kwamen. Sommige geportretteerden leken zich bewust van het feit dat ze op de rand van het ravijn bivakkeerden, zo somber of verdrietig staren ze voor zich uit. Vele anderen blikten lachend, of zelfs uitdagend in de lens.

Studio Wolff

Wat de meeste geportretteerden te wachten stond, is te lezen in Op de foto in oorlogstijd. In dat boek reconstrueren historicus Tamara Becker en antropoloog An Huitzing de korte geschiedenis van Studio Wolff. Gedetailleerd, en zonder ook maar een moment larmoyant te worden, beschrijven zij hoe het de driehonderd klanten die zij konden identificeren is vergaan nadat ze de studio bezochten.

Op de foto in oorlogstijd is een ontzagwekkend boek, dat een groot lezerspubliek verdient. Het is een aaneenschakeling van driekwart eeuw oude, nauwgezet beschreven levensverhalen, die aan urgentie niks hebben ingeboet. Aan de hand van de microkosmos van een kleine fotostudio wordt duidelijk hoe een multiculturele samenleving met vele vluchtelingen door verraad en perverse wreedheden uiteenvalt.

Van die naargeestige periode is gek genoeg geen spoor terug te vinden in de naoorlogse fotografie van Annemie Wolff. De Duitse, die wegens haar verzetsactiviteiten in 1950 Nederlandse mocht worden, was na de Bevrijding weer de haven van Amsterdam gaan fotograferen. Voor Margriet maakte ze weer een kookrubriek. Al die foto’s straalden van optimisme, alsof er nooit oorlog was geweest.

In 1963 laat het Havenbedrijf aan Annemie Wolff weten dat „het zelf een camera had gekocht”. Een ambtenaar vond haar vraagprijs voor kleurenafdrukken te hoog. Na een venijnige briefwisseling geeft Wolff het op. De laatste twintig jaar van haar leven heeft ze geen foto meer gemaakt.