Opa bekent de kasteelmoord en krijgt veel steun

Belgische moordzaak

Hij wilde zijn kleinkinderen beschermen tegen ‘incest door hun vader’, zei André Gyselbrecht. Zijn bekentenis was een onverwachtse wending in de lang slepende moordzaak.

Op 31 januari 2012, rond het middaguur, komt Elisabeth Gyselbrecht thuis. In de hal van kasteel Carpentier, in het West-Vlaamse Wingene, treft ze bloed- en sleepsporen aan. Er ligt een kogelhuls. Haar man, Stijn Saelens, is verdwenen. Pas twee weken later wordt zijn lichaam aangetroffen in de bossen van een aangrenzende gemeente. Hij is doodgeschoten.

Het duurde tot dinsdagavond voor Elisabeths vader André Gyselbrecht in de rechtbank van Brugge bekende dat hij opdracht had gegeven tot wat al snel de kasteelmoord ging heten. Saelens had, zo zegt Gyselbrecht, incest gepleegd met zijn kleinkinderen. Daarom nam de grootvader het heft in eigen hand. Althans, hij liet een ander dat doen: bij de meest spraakmakende moordzaak in België van de laatste paar jaar zijn nog drie verdachten en een overleden Nederlandse huurmoordernaar betrokken. En dan zijn er ook nog de vragen over de Brugse justitie.

Direct verdacht

Vader Gyselbrecht werd in 2012 al opgepakt nog voor het lichaam was gevonden. Hij zou zijn schoonzoon een paar maanden eerder met de dood hebben bedreigd.

In juni 2011 had het 7-jarige dochtertje van Saelens aan haar oma verteld dat haar vader haar vagina had gezoend. Later vertelde ze het kindermeisje over een tongzoen met haar vader. Een zwarte streep naast haar hoofd op een tekening van het andere dochtertje, 4 jaar oud, was volgens haar papa’s penis. In oktober, toen bleek dat gesprekken met Saelens niet helpen, dienden vader en dochter Gyselbrecht een aanklacht in. Maar daar ging iets mis. Werd de aanklacht aanvankelijk serieus opgepakt, na een doorverwijzing gebeurde er te weinig mee. Saelens werd nooit ondervraagd. Toen Elisabeth Gyselbrecht zich liet ompraten om met Saelens mee te gaan naar Australië, ondernam vader Gyselbrecht actie.

Dat deed hij niet alleen. Goede vriend en onderwereldfiguur Pierre Serry hielp mee. In de buurt van zijn chalet was het lichaam van Saelens aangetroffen. De uiteindelijke moordenaar bleek, dankzij DNA-onderzoek, een in 2012 overleden Eindhovenaar: Antonius van Bommel. Ook hij had weer hulp. Zijn neef uit Tilburg hielp Stijn Saelens te begraven en vervoerde hem. En de Zeeuw Evert de Clercq, iemand uit de entourage van Serry, nam volgens het OM contact met hem op. Gyselbrecht en Serry verklaarden tot voor kort dat het plan alleen was om Saelens „een lesje te leren”.

Lange aanloop

Pas deze week begon het proces dan echt. De zoektocht naar alle verdachten, het optekenen van verklaringen en verschillende bezwaren namen veel tijd in beslag. En intussen speelt iets anders. Sinds het begin rijzen vragen over de invloed die de rijke en machtige familie Saelens zou proberen uit te oefenen op het onderzoek door contacten binnen justitie aan te spreken. Volgens de verdediging was het geen toeval dat het onderzoek naar het kindermisbruik geen vaart liep. En ook het onderzoek naar de moord zou niet naar behoren zijn uitgevoerd.

Het Brugse parket, zo schreef een redacteur van De Morgen vorig jaar in een opiniestuk, zit dus net zo goed in de beklaagdenbank. „In wezen kent dit verhaal maar één spanningsboog: is de Brugse magistratuur werkelijk zo corrupt als dokter André Gyselbrecht dacht?”, schrijft dezelfde redacteur deze week.

Het komt de grootvader op opvallend veel steun in de publieke opinie te staan. Daarop lijkt de verdediging ook in toenemende mate te sturen. Eigenlijk was de schuld van Gyselbrecht allang aannemelijk, dinsdagavond volgde daar na jaren dan de echte bekentenis, waarin hij benadrukt ten einde raad te zijn geweest. Toen een psycholoog, gesprekken en aangifte niet hielpen, vroeg hij Serry tot actie over te gaan. „Dit was het ultieme redmiddel, de laatste kans om mijn kleinkinderen te beschermen.”

Het proces zal nu nog langer gaan duren. Na de onverwachte bekentenis is het tot nader order uitgesteld.