Niet eerder was Israël zo fel tegen buitenlandse pers

Correspondent uitgezet

Dat Israël een journalist het land uitzet is uitzonderlijk. Maar de onverdraagzaamheid van het land voor kritiek neemt al jaren toe.

Twee of drie keer. Zo vaak is het in de laatste zeventien jaar voorgekomen dat Israël dreigde een journalist het land uit te zetten, zegt directeur Glenys Sugarman van de Foreign Press Association (FPA) in Israël. Waarom Derk Walters, correspondent van NRC in Israël, per 1 juli moet vertrekken is haar een raadsel. „Ik kan het niet verklaren. Het moet het stellen van een voorbeeld zijn, iets anders kan ik niet bedenken.”

Dinsdag werd bekend dat Israël het visum van Walters, correspondent sinds 2014, niet wil verlengen. Het land verwijt Walters zonder vergunning te hebben gewerkt, nadat Walters in december een tijdelijk visum weigerde. Dat was hem aangeboden nadat Israël besloot NRC niet meer als media-organisatie te zien en daarom besloot Walters’ permanente visum niet te verlengen.

Het besluit is een nieuw voorbeeld van de agressievere houding die Israël de laatste jaren aanneemt. Zo besloot het land in december tijdelijk de ambassadeurs in Nieuw-Zeeland en Senegal terug te roepen nadat de landen als leden van de VN-Veiligheidsraad voor een kritische resolutie tegen Israël hadden gestemd. In februari werd medewerkers van Human Rights Watch de toegang tot het land ontzegd. En in april zegde premier Netanyahu een ontmoeting met de Duitse minister van Buitenlandse zaken Sigmar Gabriel af, nadat Gabriel een ontmoeting had met de ngo Breaking the Silence, een organisatie van voormalige militairen die misstanden van hun oude werkgever, het Israëlische leger, aan het daglicht brengen.

De laatste jaren is de onverdraagzaamheid voor kritiek van Netanyahu en de zijnen gegroeid. „De overheid gedraagt zich vijandig tegen iedereen die de overheid of andere autoriteiten bekritiseert”, zegt Sugarman. „De laatste twee, drie jaar lijkt het wel alsof de gemoedstoestand in het land is veranderd.”

Niet nieuw

De afkeer van de Israëlische overheid voor journalisten is niet nieuw, maar niet eerder was Israël zo fel. Premier Netanyahu noemde in 2012 in een interview The New York Times en de Israëlische liberale krant Haaretz de twee belangrijkste vijanden van Israël. Later ontkende hij in een officiële verklaring dat ooit te hebben gezegd. „Er zijn bepaalde onderdelen van de overheid die een hekel hebben aan de pers”, zegt Sugarman van de FPA. Haar organisatie heeft onlangs nog twee buitenlandse journalisten, van wie ze de namen niet bekend wil maken, geholpen toen de Government Press Office (GPO), de overheidsdienst die gaat over de media, op het punt stond hun visa niet te verlengen. Zover kwam het niet. „Uiteindelijk zetten ze niet door”, zegt Sugarman.

Toen oud-correspondent Leonie van Nierop van 2011 tot en met 2014 in Israël werkte waren de verhoudingen prima. „Ik had destijds een goede relatie met de autoriteiten. In mijn tijd was zoiets ondenkbaar”, zegt ze over de weigering van een werkvisum voor haar opvolger Walters.

Een werkvergunning en perskaart bemachtigen in Israël is weliswaar omslachtig, maar niet lastig. De eerste aanvraag voor een eenjarig visum neemt ongeveer drie maanden in beslag, daarna duurt het verlengen normaal gesproken enkele weken. Enkele honderden journalisten van over de hele wereld maken er gebruik van.

Lastiger is het voor journalisten die in de Palestijnse gebieden wonen. „Toen ik een half jaar in Ramallah ging wonen, heb ik geen adreswijziging doorgeven”, zegt correspondent Monique van Hoogstraten van de NOS vanuit Tel Aviv. „Een collega van wie de autoriteiten wisten dat ze daar woonde, was maandenlang bezig voordat haar perskaart werd verlengd.” Bellen met Israëlische instanties als het leger deed Van Hoogstraten liever niet met een Palestijns telefoonnummer.

Met visum en perskaart zijn journalisten in principe vrij om te gaan en staan waar ze willen. Wel houdt de GPO een oogje in het zeil. „Je weet dat je in de gaten wordt gehouden”, zegt Van Hoogstraten. Zelf is ze wel eens gebeld door de PR-afdeling van het leger, met een dwingend verzoek om nog eens naar de kop boven een bericht op de NOS-site te kijken. „Als een Palestijn iemand neersteekt en vervolgens wordt doodgeschoten door militairen, luistert het heel nauw hoe je dat opschrijft”, zegt Van Hoogstraten. „Dat ligt hier extreem gevoelig.”

Wisselwerking

De nieuwe opstelling van Israël is al jaren geleden ingezet. Oud-correspondent Van Nierop bemerkte destijds al veranderingen in de samenleving. „Het aandeel van de kolonisten onder de bevolking, maar ook in de politiek en in het leger neemt almaar toe. Om hen tegemoet te komen liet de regering vervolgens een steeds feller geluid horen, dat goed bij de bevolking resoneert.”

Daarbij lijkt de overheid ook de angst om door de buitenwereld als grote boeman te worden gezien van zich te hebben afgeschud, zegt Sugarman van de FPA. „Ze waren altijd al fel ten opzichte van critici, maar ook bang voor imagoschade. Dat zie je nu niet meer.” Zowel de bevolking als de overheid wordt volgens Sugarman extremer. Journalisten zijn de dupe van die groeiende vijandigheid. Sugarman noemt het veroordelen van artikelkoppen als voorbeeld. „Iedereen die verstand heeft van journalistiek weet dat je geen kritiek kunt hebben op koppen. Die worden continu veranderd.”

Een woordvoerder van het Israëlische ministerie van Buitenlandse zaken ontkent de agressie stellig. „Er zijn heel weinig voorbeelden waarbij we ons hebben gericht op journalisten of ngo’s.” Gevraagd naar de opstelling ten opzichte van buitenlandse media, zegt hij dat de Israëlische bevolking de ruimte heeft om kritiek te uiten op de overheid. Daarom is het volgens hem niet nodig „om onderwezen te worden door iemand anders”.

Ook mensenrechtenorganisaties worden geraakt door de verharde opstelling van de Israëlische overheid. De Israëlische regering heeft de afgelopen jaren een aantal wetten aangenomen die ngo’s als Breaking The Silence forse beperkingen opleggen. Zo is het voor hen nu verboden om presentaties te geven op scholen. Daarnaast zijn binnenlandse ngo’s sinds 2015 verplicht te melden van wie zij buitenlandse donaties ontvangen, en moeten ze zichzelf voor iedere actie kenbaar maken als ‘foreign agent’. Buitenlandse ngo’s wordt steeds vaker verweten deel te nemen aan „anti-Israëlische activiteiten”.

Volgens activiste Dana Golan is de ruimte om kritiek te uiten op de regering de laatste jaren drastisch ingeperkt. Golan is actief bij Breaking the Silence. „Het leger is hier heilig”, zegt Golan. „Wij waren nooit populair. Maar tot voor kort werden we redelijk vrij gelaten om te zeggen wat we wilden.”