Cultuur

Interview

Interview

Yibbi en Ronald Jansen op het veldje in hun tuin. „Wat Yibbi deed, was tegen de stroom in. Dat toont haar karakter. Foto Andreas Terlaak

‘Ik ben heel kritisch, ook al scoort ze er drie’

Dubbelinterview Yibbi en Ronald Jansen

Hij stond op doel, zij is strafcornerspecialist. Toch kan Yibbi Jansen van haar vader Ronald leren. „Het helpt als ze bang voor je zijn.”

Ronald Jansen had eens in een interview gezegd dat als hij ooit een kind zou krijgen dat wilde hockeyen, hij hem of haar zou afraden net als papa te gaan keepen. Dat was in 1994. Hij was de beste keeper van Nederland, al dan niet van de wereld. Twee jaar later zou hij olympisch kampioen worden in Atlanta, vier jaar later nog een keer in Sydney. Nu zit dochter Yibbi (17), topscorer bij Oranje-Rood, glimlachend op de stoel naast haar vader (53), die begint uit te leggen. „Ja, ik ben op mijn vijftiende gaan hockeyen, voetbalde ook. Toen kon ik bij Wageningen in de A2 komen óf in de A1 als keeper. Ik koos voor dat laatste. Zo kreeg ik meer aandacht van de club en leerde ik meer mensen kennen. Althans, dat had ik zo verzonnen. Zo ben ik gaan keepen en dat ging al snel vrij aardig. Maar als ik mocht kiezen tussen doelpunten maken zoals Yibbi of keepen, dan zou ik ook liever in het veld staan.” Verontschuldigend: „Terwijl ik keepen heel leuk vond hoor. Maar je vraagt naar mijn kinderen. Dan denk ik: het is leuker om in de jeugd te rennen. Zelfs als je met 5-0 verloren hebt, kun je thuiskomen met het gevoel dat je lekker over dat veld hebt gelopen. Maar als je met 10-0 wint en je bent keeper, dan heb je geen bal gehad.”

Yibbi: „Vroeger móést er iemand keepen, dus draaiden we allemaal door.”

Ronald: „Nee, dat was het niet helemaal voor je.”

Yibbi: „Ik heb ook nooit aan keepen gedacht.”

Yibbi Jansen is de opvallendste speelster van de afgelopen maanden in de Hoofdklasse. Twintig goals maakte ze al voor Oranje-Rood, liefst vijftien daarvan scoorde ze na de winterstop. Alleen Maartje Paumen maakte er één meer, haar voorbeeld en oud-ploeggenoot bij Den Bosch, waar ze op haar vijftiende al debuteerde. En net als zij is Yibbi een specialist op de strafcorner. Haar vorm is een belangrijke reden dat Oranje-Rood, vorig jaar nog vechtend tegen degradatie, een goede kans maakt om de hegemonie van de traditionele topvier (Den Bosch, SCHC, Amsterdam en Laren) te doorbreken.

Foto Andreas Terlaak

Oefenen in de tuin

We zitten aan de eettafel in de woonkamer van de familie Jansen. Gemonde, bij Sint-Michielsgestel, een Brabants dorpje dat deze dag zo sereen is dat de enige mensen op straat de plukjes wielrenners op leeftijd zijn die op adem komen bij de kerk. Heerlijk rustig wonen, zegt Ronald. En je bent zo in Den Bosch en ook Eindhoven is dichtbij, waar Oranje-Rood – voorheen Oranje-Zwart – speelt. Het huis, dat wat wegheeft van een woonboerderij, valt op in een straat met vooral twee-onder-een-kapwoningen. Gelijkvloers, modern ingericht, zwembad in de tuin, gelegen voor een tweede gebouw dat dient als kantoor voor Ronald, die een groothandel in textiel heeft. Ook in de tuin: een kunstgrasveldje met een hockeygoal. Of vader dan op goal gaat staan. Die lacht. „Nee, die tijd is geweest. Het lukt me ook niet meer.” Zijn zoon is een wat gewilliger slachtoffer, die trekt weleens zo’n pak aan. Hockeyt zelf ook, B2. Zou volgens zijn vader veel beter kunnen, maar heeft er niet het karakter voor. Meer iemand die de hele dag „het leven viert”, zegt die.

Een persoonlijk veldje én een vader met een schat aan internationale ervaring thuis. Ja, dat is best een voordeel, zegt Yibbi. „Papa heeft veel meegemaakt en kan daarover vertellen. Hoe bepaalde dingen in een wedstrijd kunnen gebeuren en hoe je er dan op reageert. Heel vaak heb ik er echt iets aan heb en soms…” Ze schiet in de lach. „Ja, als hij veel commentaar heeft, is dat wat minder leuk om te horen.” Ronald: „Ik ben heel kritisch, ook al scoort ze er twee of drie. Ik ben geen vader die dan jubelend door het clubhuis loopt.”

Vader heeft dochter in de jeugd van Den Bosch ook daadwerkelijk gecoacht, maar haar specialiteit is op dit moment in betere handen bij Toon Siepman, strafcornergoeroe van het Nederlandse hockey, nu trainer van Yibbi bij Oranje-Rood. Ronald kende hem uit zijn eigen tijd als hockeyer, dus toen Yibbi jong was, ging hij al om de paar maanden langs voor een lesje van de meester. Inmiddels is hij voltijds tot haar beschikking. „Het is een specifiek onderdeel. ik kan dat niet coachen, want ik zie het niet”, zegt Ronald.

Mentale spelletjes

Hij kan wel weer helpen bij de psychologische spelletjes die bij een strafcorner komen kijken. Hij speelde ze als intimiderende en charismatische keeper zelf ook. „Ja, het helpt als ze een beetje bang voor je zijn”, zegt hij lachend.

Ronald heeft als vader meer een adviserende rol, zo ook toen Yibbi besloot te vertrekken bij recordlandskampioen Den Bosch en naar Oranje-Rood te gaan. Een minder team, maar wel eentje in ontwikkeling.

Ronald: „Kijk, bij Den Bosch wordt ze misschien tien keer landskampioen, als je maar geduld hebt. Vorig jaar speelde ze twee keer een kwartiertje per wedstrijd, dit jaar zou dat dan twee keer twintig zijn geweest. Bij een kleinere club kun je veel belangrijker worden.”

Yibbi: „Een kampioenschap is supermooi om mee te maken, maar als ik kijk naar hoe ik zélf wil spelen, dan is dit beter voor me. Nu word ik belangrijker in het team en lift ik niet mee op de rest.”

Ronald: „Je ziet vaak dat spelers snel naar de top willen. Acht van de tien halen dat niet. Wat Yibbi deed, is tegen de stroom in en dat toont haar karakter. Alyson Annan [bondscoach bij de vrouwen] wil de competitie sterker maken. Als ik haar was, zou ik spelers adviseren: ga niet allemaal naar de topvier. Tuurlijk, je speelt op hoog niveau, maar elke week de kar trekken, daar word je sterker van.”

Foto Andreas Terlaak

Opvallende ontwikkeling of niet, diezelfde Annan heeft Yibbi nog niet opgenomen in de selectie van het Nederlands team voor de Hockey World League. En dat is ook prima, zeggen vader en dochter. Ze is pas 17, zit sinds de winterstop pas bij Jong Oranje. Maar natuurlijk denkt ze al aan Oranje; welke hockeyer niet. Misschien nog wel meer met een vader die weet hoe het is. 183 interlands, vier keer op de Olympische Spelen. Het speelde zich bijna allemaal af voordat ze er überhaupt was, maar natuurlijk heeft ze er veel van meegekregen, al is het maar omdat mensen er tegen haar steeds over beginnen.

Yibbi: „En ik heb weleens wat beeld gezien.”

Ronald: „Volgens mij hebben we één bandje of cd’tje ooit van de hockeybond gehad.”

Yibbi: „Ja, zoiets.”

Ronald: „Meer hebben we ook nooit gekeken.”

Yibbi: „Daar stonden wél Olympische Spelen op.”

Ronald: „Volgens mij stonden er wat hoogtepunten op van de laatste tien jaar. Dat is het enige wat mijn kinderen gezien hebben. Ik heb zelf nog wel videobanden boven liggen, maar zou niet eens weten hoe ze eruitzien. Heb ze ook nooit om laten zetten. Het speelt in mijn hoofd.”

Het kan snel gaan, als je kijkt naar de afgelopen twee maanden en de vorm aanhoudt, zeggen ze beiden.

Ronald: „Ik denk dat je als technische speler die het spel goed ziet nog wel een grotere ontwikkeling hebt gemaakt dan met je corner. Het is ook belangrijk dat ze zich zo blijft ontwikkelen, want…”

Yibbi: „…ik wil niet alleen die corner zijn.”

Ronald: „Dit jaar maakt ze twintig goals, volgend jaar weer. Laat maar zien dat je geen eendagsvlieg bent.”