Cultuur

Interview

Interview

Jisca Cohen (links) en Rikko Voorberg bij het Nationaal Monument op de Dam.

Foto: Olivier Middendorp

Omgekomen vluchtelingen herdenken, moet dat nou op 4 mei? Een twistgesprek

Herdenken op 4 mei

NRC-redacteur (34) vindt dat de Dodenherdenking over de Tweede Wereldoorlog moet gaan. Dominee Rikko Voorberg (36) wil ook omgekomen vluchtelingen herdenken. Een twistgesprek.

Mijn oma was Joods, al deed ze er zelf niets mee. Ze was net 17 jaar toen de bezetting begon. Zij is ondergedoken, net als haar ouders, broer en zus. Haar gezin overleefde de oorlog. De rest van de familie niet. Mijn opa heeft weliswaar de Joodse achternaam van zijn vader, maar zijn moeder was niet Joods. Tijdens de oorlog werd hij daarom niet vervolgd.

Als kleindochter van grootouders die zo door de oorlog geraakt zijn, begrijp ik de weerstand tegen het plan van theoloog Rikko Voorberg om tijdens Dodenherdenking op 4 mei ook omgekomen vluchtelingen te herdenken. Het is wat mij betreft terecht dat hij daarvoor aandacht vraagt – maar het moet losstaan van de Dodenherdenking. Op 4 mei moet je geen vluchtelingendoden herdenken, maar de oorlog.

Voorberg eist met de actiegroep We gaan ze halen dat Nederland zijn verplichting nakomt om vluchtelingen te plaatsen uit kampen in Griekenland en Italië. Hij wilde op 4 mei tijdens Dodenherdenking drieduizend papieren witte kruisen plaatsen voor vluchtelingen die zijn omgekomen op weg naar Europa. Om mogelijke „verstoringen en wanordelijkheden” te voorkomen is de manifestatie op last van burgemeester Eberhard van der Laan verplaatst van het Rembrandtplein in Amsterdam, dat langs de route van de stille tocht naar de Dam ligt, naar de Nieuwmarkt.

Voor mij draait 4 mei om het herdenken van de Tweede Wereldoorlog, die ik ken als ‘de oorlog’. Om mij heen hoor ik steeds vaker: het is nu zo lang geleden, is het niet tijd de herdenking te verbreden. Voor mij, en ik denk vele anderen, is het nog helemaal niet lang geleden. Ik ging in gesprek met Rikko Voorberg, voordat bekend werd dat zijn herdenking niet doorgaat.

Ik denk rond 4 mei altijd veel aan mijn oma. Zij zei juist altijd: ‘Wij hebben 4 mei niet nodig, wij denken elke dag aan de oorlog. 4 mei is voor anderen, zodat die er ook bij stilstaan.’

Rikko Voorberg: „Dat maakt natuurlijk waanzinnig indruk.”

Van mij mag iedereen op 4 mei denken waaraan ie wil denken, maar mijn eerste gedachte bij jouw plan was, hoe goed ik het ook vind, moet dat nou op 4 mei?

„Evident. Mijn vraag zou zijn aan jou, met jouw geschiedenis: wat is jouw ‘dit nooit weer’-gedachte bij 4 mei. Waar betrekt het jou?”

Misschien is het voor mij wel veel meer het stilstaan bij het verleden. Beseffen: als mijn oma niet was ondergedoken, was ik hier nu niet. Natuurlijk heb ik ook wel gedacht, ook door er met mijn oma over te praten, aan de mensen die dat risico voor haar genomen hebben. Zouden er nu mensen zijn die dat zouden doen?

„Precies. Dat zou mijn eerste gedachte ook zijn. Zou ik dat kunnen? Mensen hebben ondergedoken gezeten bij andere mensen, die hebben zo veel risico gelopen. Daar zit voor mij altijd de gedachte: waar zit ik in dit verhaal? Wat is mijn bijdrage aan de wereld waarin dit niet weer kan gebeuren.”

Tijdens de Nationale Herdenking worden alle Nederlandse oorlogsslachtoffers herdacht die zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, én daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Wat mij betreft worden alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht.

„Ik ben er ook absoluut niet voor dat we aan actuele oorlogen zouden moeten denken. Mijn initiatief is juist gefocust op de Tweede Wereldoorlog, omdat we daarna gezegd hebben: dit nooit weer. En dat hebben vastgelegd in vluchtelingenverdragen, mensenrechtenverdragen en Europese samenwerking hebben opgezet. En exact dat staat nu allemaal zwáár onder druk. Dus het gaat mij héél erg om wat daar gebeurd is.

„Gedenken betekent: denken aan toen én dit nooit weer. Iemand zei in deze discussie: ‘Als we alles herdenken, herdenken we niets.’ Daar ben ik het absoluut mee eens. Maar mijn weerwoord zou zijn: als we het denken aan de Tweede Wereldoorlog opsluiten in het verleden, herdenken we niet.”

Leg dat eens uit?

„Denken aan vroeger, hoe érg het was, is volgens mij geen herdenken. Dat is gewoon iets anders. We moeten ábsoluut die persoonlijke verhalen vertellen. Over jouw oma, wie haar beschermd heeft, waarom en welke risico’s die toen gelopen heeft. En van daaruit denken: wat is nu mijn verantwoordelijkheid?”

Je wilt mensen een beetje wakker schudden.

„Ik wil dat het appèl weer meer klinkt. Dat hoort voor mij bij Dodenherdenking.”

Begrijp je toch die heftige reacties? Van mij, maar ook van anderen.

„Deels zijn mensen denk ik bang dat de Tweede Wereldoorlog niet meer wordt herdacht. Een ander deel is dat wij onderwezen worden om echt aan toen te denken, en misschien soms vergeten dat daar echt een appèl bij hoort. En daarnaast zijn er mensen die denken dat vluchtelingen onze vrijheid bedreigen, in plaats van dat onze vrijheid een verantwoordelijkheid is om te delen.”

Je wilde op 4 mei tijdens jouw herdenking wel de Nationale Herdenking volgen. Waarom?

„Omdat we met alle mensen herdenken, datzélfde herdenken. Wij maken een specifieke verbinding met ‘dat nooit weer’. Hoe specifieker je die geschiedenis maakt, hoe beter je ervan kan leren. Een zin hierover van Geert Mak ging niet meer uit mijn hoofd. Het gaat over een Duitse officier die naar zijn meerdere schrijft: ‘We hadden nog geen tien procent kunnen wegvoeren van wat we hebben weggevoerd als Nederland niet zo voorbeeldig had meegewerkt.’ Au.”

Ik begin je wel beter te begrijpen. Ik vind dit een positief initiatief, omdat de vluchtelingencrisis onze aandacht verdient. Daar zouden we ook niet alleen op 4 mei bij stil moeten staan. Dus nog steeds denk ik: waarom doe je dit op 4 mei, waarom niet op alle andere dagen?

„Op andere dagen gaan we naar de rechter, om te zeggen dat de relocatie echt moet gebeuren. Maar niet op 4 mei. Op 4 mei treuren we, over iedereen die aan onze grenzen sterft. Dat is ook best een aanklacht tegen de manier waarop we omgaan met de door ons bevochten vrijheid.”

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) zegt: initiatieven als deze verwateren de betekenis van de Dodenherdenking. Dat er elk jaar wel ophef is over wat we herdenken, is dat niet juist een teken dat het al aan het verwateren is?

„Ja, misschien wel. Misschien moeten we terug naar het herdenken van specifiek de Tweede Wereldoorlog. En elke keer zeggen: niet opnieuw.”

We moeten eigenlijk even stilstaan.

„Het moet altijd een moment van zelfreflectie zijn. Waar sta ik nu? Je gaat bij een herdenking automatisch denken: wij stonden aan de goede kant. Maar aan de goede kant staan vereist werk. Dat vraagt steeds weer opnieuw een keus.”