De SS-commandant van Nederland was tot aan het einde ijskoud

Laatste brief van de SS-commandant in Nederland

De baas van de politie- en veiligheidsdiensten in bezet Nederland, SS-generaal Hanns-Albin Rauter, zat in 1949 in de gevangenis in Scheveningen. Hij zou binnen 48 uur worden geëxecuteerd. Zijn advocaat vraagt hij om erbij te zijn en zijn zaken te regelen.

Hanns-Albin Rauter, SS-generaal, bij zijn proces. Foto STOKVIS/ANP

Zijn laatste brief schreef ‘generaal buiten dienst’ Hanns-Albin Rauter op 23 maart 1949 vanuit de gevangenis in Scheveningen aan zijn advocaat mr. Karel van Rijckevorsel. Die deponeerde zijn persoonlijke archief met daarin die brief aan het eind van zijn leven – hij overleed in 1999 – bij het Nationaal Archief. Daar is die tot nu toe vrijwel onbekende brief te vinden. Met de hand geschreven op vergeeld gelinieerd papier in een priegelhandschrift. Met een lekkende vulpen of een kroontjespen. De handtekening, die tijdens de bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog aan tienduizenden overwegend Joodse Nederlanders het leven kostte, is een haast onleesbare inktvlek. Misschien is dat de enige plaats waar Rauter van enige emotie blijk geeft, gezien ook de dikke streep eronder. De voormalige SS’er is in de rest van de brief wel hartelijk tegen zijn advocaat, maar waar het zijn laatste wensen betreft zakelijk.

De latere KVP-politicus Van Rijckevorsel, op dat moment plaatsvervangend landsadvocaat, was er tijdens het proces een jaar eerder niet in geslaagd de rechters ervan te overtuigen het proces om procedurele redenen te laten staken. Zo zou Rauter, volgens hem, eigenlijk voor een militair gerechtshof moeten terechtstaan en niet voor het bijzondere gerechtshof. Op historische filmbeelden zijn de onrustige ogen en de zenuwachtig friemelende vingers van de oorlogsmisdadiger tijdens zijn proces te zien.

Zijn advocaat neemt Rauter het niet kwalijk, schrijft hij, dat hij het proces heeft verloren. Het was volgens hem toch vooral een politiek proces geweest. Bovendien heeft Rauter het zijn advocaat niet makkelijk gemaakt, schrijft hij, door zelf geen gratieverzoek te willen indienen. Hij presenteert zichzelf als een „zoenoffer” aan het „Nederlandse volk”. Dat volk, dat vijf jaar heeft blootgestaan aan de systematische terreur van de SS’er, heeft Rauter hoog zitten, zo blijkt nu. Het is eenzelfde soort schizofrenie die achteraf ook bleek uit persoonlijke geschriften van andere nazi-kopstukken. Zo schreef SS-aanvoerder Heinrich Himmler, blijkens twee jaar geleden opgedoken brieven aan zijn vrouw, dingen als: „Ich fahre nach Auschwitz. Küsse, Dein Heini.” (Ik reis naar Auschwitz, Kusjes, je Heini. red)

Feit is dat vanaf 1947 veel ter dood veroordeelden met succes een gratieverzoek indienden. Van de 140 doodvonnissen die werden uitgesproken, zijn er 42 voltrokken. Maar het blijft de vraag of Rauter gezien zijn vooraanstaande rol tijdens de bezetting daarvoor in aanmerking zou zijn gekomen.

Bovendien, zo verklaart hij zelf ook in deze brief, voelt hij zich absoluut niet schuldig. Omdat hij door de omstandigheden niet anders zou hebben kunnen handelen dan hij gedaan had.

Opmerkelijk was dat er tijdens het hele proces geen tolk aan te pas kwam: de rechter sprak de verdachte in het Nederlands toe, en die antwoordde in het Duits.

Rauter formuleert aan zijn advocaat negen, puntsgewijs opgesomde, laatste wensen. De eerste is of Van Rijckevorsel bereid is als getuige aanwezig te zijn bij de executie. Uit het boekje dat de dochter van de advocaat, Laetitia van Rijckevorsel, over haar vader schreef, blijkt dat hij aan die laatste wens tegemoet kwam. Wat hem overigens zeer zwaar viel.

Ongeboeid voor het vuurpeleton

De tweede wens van Rauter is via Van Rijckevorsel gericht aan het Openbaar Ministerie: hij vraagt om ongeboeid voor het vuurpeleton te mogen staan. En hij belooft niet te zullen vluchten of te zullen wegduiken voor de kogels. Laetitia van Rijckevorsel schrijft dat hem dat werd toegestaan. Bovendien zou Rauter zelf het executiepeleton het commando gegeven hebben om op hem te schieten.

De voormalige SS-commandant wil verder persoonlijke dingen regelen. Zoals dat zijn vrouw een weduwenpensioen zal ontvangen: vandaar het verzoek om een officieel overlijdenscertificaat. Ook wil hij dat zijn persoonlijke spullen naar zijn familie worden gestuurd. En hij belooft dat zijn broer Heli de advocaat na zijn dood schadeloos zal stellen, dat wil zeggen de rekening van 800 gulden zal betalen. Het is onbekend of ‘Heli’ heeft betaald

Maar uit de verzoeken 4, 5, 6 en 9 van Rauter spreekt vooral een overdreven eergevoel:

Hij wil graag dat de advocaat knipsels van diens uitlatingen in de pers opstuurt naar Rauters familie voor het archief. Ook wil hij dat de advocaat na zijn dood optreedt tegen smadelijke aantijgingen. Rauter staat er verder op dat zijn opvattingen over het recht door de justitiële autoriteiten worden gepubliceerd. Dit laatste is gebeurd, zij het mogelijk niet omdat Rauter dit wilde. In 1952 verscheen Het Proces Rauter waarin alle documenten over dit proces bewaard zijn gebleven.

In het oog springt het verzoek van Rauter, dat mocht zijn lijk worden vrijgegeven „dit tussen mijn SS-kameraden wordt begraven”. Waarbij hij voor de letters SS de beruchte runentekens gebruikt.

In de vroege ochtend van 25 maart 1949 werd Rauter op 54-jarige leeftijd door verzetsstrijder Christiaan Wisse begeleid van de Scheveningse strafgevangenis naar de Waalsdorper vlakte, waar hij werd geëxecuteerd. Zijn lichaam is nimmer vrijgegeven. Waar Rauter is begraven, is nog steeds staatsgeheim.