Column

Gemotiveerd Joden uit hun huizen halen

Mijn grootvader was politieman in Amsterdam, ook in de oorlog. Bureau Warmoesstraat. Bureau Mosplein. In oktober 1940 had hij uit vrije wil de Ariërverklaring ingevuld. Geen Joodse ouders of voorouders, noch aan vaderszijde, noch aan moederszijde. Hij had er ruzie over gekregen met zijn beste vriend, Jan ter Haar. Die vond dat mijn grootvader was gezwicht voor de vijand. Mijn grootvader vond dat hij het bevoegd gezag moest dienen. Romeinen 13. God had de Duitsers over ons gesteld. Goed, er was een predikant in de Amsterdamse Rivierenbuurt die zei dat de Duitse overheid uit den boze was en niet gehoorzaamd mocht worden. Maar die predikant was dus geëindigd in Dachau.

In juli 1942 werden de eerste Amsterdamse Joden opgeroepen zich te melden voor deportatie naar Polen. Toen er te weinig Joden uit zichzelf kwamen opdagen, kreeg de politie opdracht hen uit hun huizen te gaan halen, ’s avonds, onaangekondigd. Iedereen moest meedoen. In de maand september werden er 6.000 Joden aan de Duitsers uitgeleverd.

Tot voor een paar jaar had ik er nooit bij stilgestaan dat mijn grootvader daar natuurlijk aan had meegedaan. Er was maar één politieman (van de 2.400) die onmiddellijk had geweigerd en die heette – dit haal ik uit het proefschrift Dienaren van het gezag van de historicus Guus Meershoek – Jan van de Oever, niet Jacob Koelewijn. Die politieman was op staande voet ontslagen.

Na september 1942 veranderden de Duitsers van strategie en lieten ze alleen gemotiveerde politiemensen Joden ophalen. Teveel politiemensen die het ophaalwerk halfslachtig deden en Joden lieten wegkomen. Sommigen raakten overspannen en moesten naar rusthuis ‘Willen is Kunnen’ van de gemeente Amsterdam worden gebracht. En mijn grootvader? Hij heeft zich na de oorlog nergens voor hoeven verantwoorden, dus hij zal niet bij die gemotiveerde politiemensen hebben gehoord. Maar tot zijn voortijdige dood in 1963 heeft hij er helemaal nooit iets over gezegd, tegen niemand.

Lees ook het interview met Sonja Barend: ‘Ik zal de waarheid nooit helemaal kennen

Wel zat hij later in de oorlog maanden thuis met maagklachten, zogenaamd door te vet eten. Ook was hij van slaapkamer gewisseld. Voortaan sliep hij aan de tuinkant, niet aan de straatkant. Als de Duitsers zouden komen om hem te halen, je wist maar nooit, zou hij uit het raam klimmen en ontsnappen. Na de oorlog was hij een verslagen man. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te denken: schuld, schaamte. Hij vond troost in zijn geloof en werd nog orthodoxer dan hij al was. Als het aan hem had gelegen, was hij teruggekeerd naar zijn geboortedorp, Spakenburg. Helaas voor hem: mijn grootmoeder píekerde er niet over om uit Amsterdam weg te gaan.

Jannetje Koelewijn vervangt deze week Jutta Chorus.