Commentaar

eilandverkiezingen

Nederland kan niet blijven wegkijken van Curaçao

Nu de verkiezingen op Curaçao achter de rug zijn, kan de nog te benoemen (in)formateur de mogelijkheden voor de samenstelling van een nieuw kabinet onderzoeken. Gouverneur Lucille George-Wout zou hierover deze woensdag de laatste oriënterende gesprekken met de partijleiders voeren.

Op basis van de uitslag is een meerderheidscoalitie mogelijk die wordt gevormd door de liberale PAR en de van origine sociaal-democratische MAN. Beide pro-Nederlandse partijen beschikken gezamenlijk met 11 van de 21 zetels over een minieme meerderheid in het nieuwe parlement van Curaçao.

Sinds de voormalige Nederlandse kolonie in 2010 haar nieuwe status kreeg heeft Curaçao al acht kabinetten gekend. Van het grootste belang is dan ook dat het eiland nu eindelijk eens een stabiele regering krijgt. Het is daarom wenselijk dat PAR en MAN – alle twee winnaar van de verkiezingen en programmatisch niet al te verschillend van elkaar – hiertoe het initiatief nemen.

Bovendien heeft Curaçao een krachtig bestuur nodig dat op het eiland oprukkende criminele sector weet terug te dringen. De verwevenheid tussen onderwereld en bovenwereld is angstwekkend groot in het door de gokindustrie en drugshandel gedomineerde witwasparadijs.

Veelzeggend is dat de wegens omkoping en fraude veroordeelde oud-premier Gerrit Schotte in afwachting van zijn hoger beroep gewoon meedeed aan de verkiezingen en met zijn partij ook nog een zetel winst boekte. Het betekent dat zijn dubieuze rol en die van zijn getrouwen nog lang niet zal zijn uitgespeeld.

Natuurlijk kunnen de politieke ontwikkelingen op Curaçao worden afgedaan als een lokale kwestie, waar Nederland als voormalig kolonisator zich vooral buiten moet houden. Helaas is dat ook de overheersende mentale instelling in Den Haag. De fouten bij een bestuur van een gemiddelde zorginstelling in Nederland zorgen voor aanzienlijk meer politieke opschudding dan het wanbestuur dat Curaçao nu al jaren teistert.

Nederland kan zich deze vorm van wegkijken niet langer permitteren, al was het maar omdat – zoals de huidige demissionaire minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem (PvdA), vorig jaar constateerde – de regering in Den Haag internationaal wel wordt aangesproken op de frauduleuze praktijken die de samenleving van Curaçao hebben geïnfecteerd.

De mogelijkheden voor Nederland zijn beperkt maar een grotere actieve betrokkenheid dan nu is zeer gewenst.