Recensie

Het probleem van Auschwitz als toeristische trekpleister

Zap

In een reportage van ‘Brandpunt’ stelt Henk van der Aa vast dat het voormalige vernietigingskamp Auschwitz meer bezoekers trekt dan ooit. Is dat een probleem?

Groepsfoto in Auschwitz, 'Brandpunt' (KRO-NCRV).

In 1985, zo vertelt directeur van herinneringscentrum Westerbork Dirk Mulder, kondigde dr. L. de Jong aan dat we met een grote jubileumeditie toch echt voor het laatst de Tweede Wereldoorlog zouden herdenken. Maar kijk eens waar we nu staan. Avond aan avond wordt er op televisie toegeleefd naar de 4de en 5de mei, elke poging om bij de Dodenherdenking ook actuele kwesties te betrekken, stuit op breed verzet.

Voor Brandpunt (KRO-NCRV) bezocht verslaggever Henk van der Aa voor het eerst in zijn leven Auschwitz en Krakau, en hij keek zijn ogen uit. Bezochten begin deze eeuw enkele honderdduizenden bezoekers per jaar het voormalige vernietigingskamp, nu zijn het er ruim twee miljoen, of zesduizend per dag. Er staan lange rijen, de rondleidingen in het Engels en het Nederlands zijn snel uitverkocht.

Natuurlijk gaat massatoerisme ook per definitie gepaard met taferelen die je op zo’n precaire plek misschien liever niet zou zien. Er zijn al heel wat documentaires gemaakt over de mogelijke ‘exploitatie’ van de nagedachtenis. Van der Aa schrikt vooral van het Schindlermuseum in Krakau, met een hakenkruismotief in de vloerbedekking en een volgens eigentijdse museale opvattingen optimaal opgevoerde ‘beleving’.

Toen de film Schindler’s List (Steven Spielberg, 1993) uitkwam, werd door velen in twijfel getrokken of het wel mogelijk was om gaskamers en het anderszins doden van Joden zinvol in beeld te brengen. Ik was er destijds geen voorstander van dat te willen proberen.

Deze week vertelde de Nederlandse schrijver van Marokkaanse afkomst Mano Bouzamour (geboren in 1991) in Pauw hoe belangrijk die film van Spielberg voor hem geweest was. Op het plein in De Pijp waar hij met zijn vrienden en broer voetbalde, was antisemitisme de norm en werd de Holocaust openlijk in twijfel getrokken. Mano hield van film en vertoonde zelfs dvd’s in kleine kring. Liam Neeson als Oskar Schindler en de verbeelding van de jodenvernietiging in Auschwitz veranderden zijn wereldbeeld.

Ik geloof ook niet dat we ons vreselijk druk moeten maken over de selfies in Auschwitz. Zelfs als een jonge toerist zich zo nodig in een oven wil laten fotograferen, terwijl ze het V-teken maakt, tsja, het betekent in ieder geval dat iemand niet ontkent dat er iets cruciaal mis is gegaan in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw.

De jonge gids van Van der Aa in Krakau laat hem ook plekken zien waar de toeristen niet komen. Het zijn de ruïnes van barakken die werden gebouwd met van joodse begraafplaatsen gestolen grafstenen. Er ligt de as van tienduizenden mensen. Nu worden er honden uitgelaten, die nog wel eens met een menselijk bot aan komen zetten. Het zijn de plaatsen die ik liever bezoek dan de geijkte trekpleisters, maar ook op het uitgestrekte terrein van Auschwitz-Birkenau kun je nog steeds secties vinden waar je in alle rust in je eentje kunt ronddwalen.

Resteert de vraag waarom die Tweede Wereldoorlog nog steeds en eigenlijk voortdurend, sterker dan voorheen, tot de verbeelding spreekt. Tegenover elke Holocaust-ontkenner (ook hun aantal lijkt toe te nemen) staat de populariteit van de Wet van Godwin, die stelt dat elke onenigheid op internet vroeg of laat zal resulteren in een referentie aan WO II.

Misschien is de enige overtuigende verklaring dat we al zo lang van vrede genieten in dit deel van de wereld dat de strijd tussen goed en kwaad geen andere bedding meer kan vinden dan die van de eindeloos in ons collectieve geheugen ingesleten tegenstellingen van toen. Die zijn ook weer actueel.