Commentaar

Ook twee minuten niet ruziën over wie wel en wie niet

Stilstaan bij de doden, bij de slachtoffers van de Sjoa vooral. Het herdenken van al diegenen die in de Tweede Wereldoorlog door de waanzin van Hitlers ‘Derde Rijk’ om het leven kwamen. Dat is de kern van de herdenking op vier mei. Bij deze doden horen ook de slachtoffers van het Japanse imperialisme die in Nederlands-Indië vielen, en zij die daar om het leven kwamen tijdens de duistere bersiap-periode erna. De geallieerde soldaten die van overzee kwamen om Nederland van de nazi’s te bevrijden, worden op deze dag tijdens de nationale plechtigheid op de Dam in Amsterdam ook geëerd met een bloemenkrans. Uit dankbaarheid voor hun offer wordt op 4 mei daarom ook al sinds decennia stilgestaan bij al diegenen die vielen bij militaire vredesmissies.

Dodenherdenking (en Bevrijdingsdag op 5 mei) is volgens een onderzoek in opdracht van het organiserend Nationaal Comité 4 en 5 mei het evenement waarbij Nederlanders zich het sterkst verbonden voelen met andere Nederlanders ten opzichte van andere momenten van nationale betekenis. In een tijd dat veel burgers twijfelen aan gedeelde waarden, bang zijn voor de Ander, kan die saamhorigheid een positieve kracht zijn.

Vast onderdeel van Dodenherdenking lijkt inmiddels echter ook verdeeldheid over de vraag welke doden herdacht worden. Of die herdenking niet moet worden verbreed. Naar Duitsers of, dit jaar, naar vluchtelingen die verdronken op hun tocht naar Europa.

Het is een onzinnige en veel te hoog oplopende onenigheid, die bovendien indruist tegen de stilte en introspectie die de hele kern van het ritueel zou moeten zijn. Het doel van de nationale herdenking staat vast, maar het staat individuele burgers vrij daar een persoonlijke invulling aan te geven. Zolang anderen daarvan geen hinder ondervinden.

Meral Polat, de Turks-Nederlandse actrice die in 2010 Anne Frank speelde in het toneelstuk Anne en Goebbels, bracht woensdag in NRC trefzeker onder woorden waar het om gaat: „In de tijd dat ik Anne speelde, verdiepte ik me in de oorlog. Ik vond het onthutsend te ontdekken dat de vernietiging van de Joden zo stapsgewijs ging, en dat het juist daarom zover is gekomen. Eerst moeten ze zich laten registreren, dan mogen ze niet in de theaters komen, vervolgens niet in het Vondelpark. Enzovoort. Het eindigt ermee dat ze in veewagens naar de kampen worden afgevoerd. En het gebeurde allemaal midden in Amsterdam, waar iedereen bij was.”

Polat wijst erop dat saamhorigheid kan leiden tot uitsluiting: dat kan in ieder geval zeker niet de bedoeling zijn van deze dag.