Dit zijn de drie belangrijkste pijnpunten die de VVD-commissie moet bekijken

Onderzoek voorzitter Henry Keizer

Gaat de integriteitscommissie van de VVD in de zaak van voorzitter Henry Keizer alleen iets ‘bekijken’, of ook zelf onderzoeken? De pijnpunten zijn glashelder.

De in opspraak geraakte VVD-voorzitter Henry Keizer in het hoofdkantoor van Facultatieve Media na afloop van een gesprek met de media. Foto: Jerry Lampen / ANP

Nog voordat de integriteitscommissie van de VVD goed en wel is begonnen zich te buigen over de kwestie van de mogelijke zelfverrijking door partijvoorzitter Henry Keizer, bestaat er al onduidelijkheid over dat buigen zelf.

Het is goed, zei premier en partijleider Mark Rutte zaterdag, dat de integriteitscommissie van de VVD „er nog eens naar kijkt”.

In haar onderzoek naar toenmalig Kamerlid en VVD-bestuurder Mark Verheijen schreef de in 2013 opgerichte commissie dat ze „geen onderzoeksbevoegdheden” heeft „anders dan dat zij haar oordeel kan baseren op feiten die reeds zijn komen vast te staan uit dossieronderzoek of naar aanleiding van door haar gevoerde gesprekken met betrokkenen. Zij is geen rechtbank”.

Tegelijkertijd meldt artikel 41.2 van het Huishoudelijk Reglement: „De commissie is bevoegd meldingen van (vermeende) integriteitsschendingen in ontvangst te nemen, te onderzoeken en daarover adviezen te verstrekken aan het hoofdbestuur.”

Over de precieze aanpak in de kwestie-Keizer is eerst intern overleg nodig, zei Willibrord van Beek, de waarnemend voorzitter van de integriteitscommisie zondag.

Genoeg stof tot overleg. Drie zaken in het dossier waar de commissie moeilijk omheen kan en sowieso nog eens naar zou kunnen kijken.

1.De onafhankelijkheid

Afgelopen vrijdag reageerde Keizer voor het eerst uitgebreid op de berichtgeving dat hij als directeur van een crematoriumketen zijn bedrijf 19 miljoen euro goedkoper kocht dan waarvoor het in de boeken stond.

Keizer was in 2012 de enige bieder op het bedrijf dat hij al zelf leidde en adviseerde daarnaast de verkoper. Juist om het risico van misbruik van dat belangenconflict te verlagen werd gekozen voor taxaties van „drie onafhankelijke bureaus”.

Maar waar baseerden die taxateurs zich vooral op? Alle drie de bureaus bleken dezelfde waarderingsmethodiek te kiezen, een methodiek waarbij de toekomstige geldstromen contant worden gemaakt tegen een bepaalde disconteringsvoet. En juist de toekomstige geldstromen leunen zwaar op de inschattingen van het bestaande management – en dat waren Keizer cum suis weer.

Anders gezegd, hoe somberder zij in 2012 waren over de toekomst, hoe minder hun crematoriumketen op papier waard zou zijn.

De taxaties waren op deze manier geen probaat middel om de risico’s van de belangentegenstelling te verminderen. Waarom keken de taxateurs allemaal met dezelfde blik en gebruikten zij geen andere waarderingsmethodes? Oftewel, welke opdracht kregen zij van Keizer? En welke informatie kregen zij aangeleverd? Waren dat faire aannames?

Nu werd het bedrijf met 19 miljoen euro ‘badwill’ verkocht: dat betekent niets anders dan dat de koper grote verliezen voorziet waardoor de onderneming minder waard is dan op het eerste gezicht lijkt.

Met de wijsheid achteraf weten we dat daarna de winsten bij het bedrijf explodeerden. Niemand kan de toekomst voorspellen, maar waren de aannames destijds wel reëel?

2. Onzakelijkheid

De verkoper, die door Keizer werd geadviseerd, hield er een paar onzakelijke redeneringen op na. Zo gaf de crematoriumvereniging een korting van 1 miljoen euro, omdat dit „niet ongebruikelijk” zou zijn bij de situaties waarbij het zittende management het bedrijf koopt. Om onduidelijke redenen ging de verkoper op voorhand uit van een korting van 20 procent op „de vastgestelde waarde”.

Uit de vrijdag vrijgegeven stukken blijkt dat de vereniging er sterk aan hechtte dat de koper de secretariële ondersteuning van de vereniging zou blijven voortzetten - een ietwat potsierlijke eis, omdat daarmee 35.000 euro per jaar was gemoeid voor een bedrijf dat zichzelf nog datzelfde jaar op 31,5 miljoen waardeerde en dat 36 miljoen in kas had. Wat was de rol van huisadviseur Keizer bij al deze opinies van het bestuur?

3. Dubbelrollen

De vermenging van functies werd bij De Facultatieve extreem doorgevoerd, ook door andere betrokkenen. VVD-coryfee Loek Hermans zat in de raad van commissarissen van de te verkopen vennootschap. Die toezichthouders, onder wie ook wijlen Henk Koning (oud-staatssecretaris VVD) en VVD-senator Anne-Wil Duthler, baseerden zich vooral op informatie van hun management. Ze lieten niet zelf een taxatie uitvoeren.

De vereniging, toenmalig eigenaar van de crematoriumketen, werd gecontroleerd door de ledenraad. Deze raad liet zich evenmin apart adviseren. In de raad van vijf personen zat weer Loek Hermans die, blijkens notulen, ervoor pleitte de overname door te laten gaan. Hij hield dat pleidooi voor toenmalig voorzitter Hillebrandt, met wie hij ook samen in de raad van commissarissen zat die toezicht hield op Henry Keizer die op zijn beurt de vaste adviseur was van Hillebrandt. Kan zo’n rolvermenging, waar de financiële belangen zo groot zijn, passeren zonder het te onderzoeken?