Vrouwen heroveren horror

Raw, de verbluffende kannibalenfilm van Julia Ducournau – gaat dat zien! – vestigt de aandacht op een diepere trend: de opkomst van vrouwenhorror.

Nog niet zo lang geleden gold horror als een abject filmgenre, niet veel beter dan porno. Misogyne, reactionaire fantasieën om onzekere jochies op te winden, stelde de filmtheorie. Met monsters die snerend de ‘patriarchale structuur’ bevestigen: in Amerikaanse slasherfilms stond op elke jeugdzonde de doodstraf en overleefde alleen de maagdelijke ‘Final Girl’.

Horrorfilms werden gemaakt voor jongens die hun van angst sidderende date van hun stoerheid wilden overtuigen. Tijdens het horrorfestival ‘Weekend of Terror’ rolde steevast een veelstemmig „hoerrr” door bioscoop Tuschinski als er een vrouw in beeld kwam; een acteur kreeg bij de minste blijk van emotie een net zo eendrachtig „homo!” om de oren. Strikt ironisch natuurlijk.

Nu verandert er iets. In de filmtheorie, een links bastion dat de cinema van angst en walging standaard onder afkeurende psychoanalyse bedolf, is het in de mode om horror als bevrijdend te zien. In de bioscoop zitten vaak meer vrouwen dan mannen te griezelen, zo kon ik onlangs weer constateren. En waren vrouwelijke horrorregisseurs in de vorige eeuw op één hand te tellen, nu zijn het er tientallen.

Dat is nieuw. Vrouwenhorrorfilm Jennifer’s Body van Karyn Kusama – botte cheerleader wordt demonische mannenverslinder – was in 2009 nog zo uniek dat er een feministisch debat volgde over het vrouwvriendelijke gehalte ervan. Was dit een speelse omkering van rollen of had Kusama haar ziel verkocht aan Hollywood? De heldinnen vlogen elkaar immers in de haren over jongens, niet over het verzamelde werk van Andrea Dworkin.

Niemand die zich acht jaar later over zoiets bekreunt: vrouwenhorror – vaak sfeervolle, psychologisch rijke staaltjes ‘elevated genre’ – hebben het vermoeide filmgenre nieuw leven ingeblazen. Voor Ducournaus Raw scoorde Jennifer Kent in 2014 de horrorfilm van het jaar met The Babadook: labiel kind en luguber voorleesboek drijven weduwe tot het uiterste. Of neem Lily Amirpours Perzische vampierdrama A Girl Walks Alone at Night, Kusama’s paranoïde The Invitation, Carol Morleys mysterieuze The Falling of Alice Lowes zwartkomische Prevenge (sinistere foetus dwingt zwangere vrouw tot seriemoord). Om er een paar te noemen.

Wat vrouwen trekt in horror?

Alle horror is body horror, doceerde cultregisseur David Cronenberg me een tijdje geleden over Skype. Door menstruatie, zwangerschap en penetratie hebben vrouwen daar volgens hem extra affiniteit mee. Horrorspecialist Kier-la Janisse houdt het er liever op dat horror zich vastdraait in fatale psychologische complicaties: heel anders dan het rechtlijnige schema van misdaad en wraak van masculiene actiefilms. Bij horror gaat het eerder om invoelen dan om ingrijpen: elk monster heeft zo zijn trauma.

The Guardian en Rolling Stone zien de huidige golf vrouwenhorror als een herovering van verloren terrein. Waren vrouwen van oudsher niet sterk vertegenwoordigd in de ‘gothic novel’, als lezer en als auteur? Denk aan Mary Shelley, Shirley Jackson of Anne Rice. Nu maken ze ook het witte doek een stuk enger.