Veiliger stappen dankzij zacht licht

Technologie en veiligheid

Camera’s die ruzie voorspellen, of geuren waarmee gedrag wordt beïnvloed. De technologie om steden veiliger te maken is er, zegt burgemeester Noordanus van Tilburg. Maar er zijn nog veel barrières.

Boven: Indee Kalinauskaite en Nikos Komotis van de TU Eindhoven observeren het gedrag op het Stratumseind in Eindhoven. Midden: Lichtpalen verspreiden een gloed. Onder: Projectleider Tinus Kanters van Living Lab. Foto’s Bram Petraeus

Een doorsnee zaterdagavond op het Stratumseind in Eindhoven, een lange straat vol cafés waar het uitgaansleven zich concentreert. Het is druk, feestgangers hoppen van kroeg naar kroeg. Halverwege staan twee studenten van de TU Eindhoven, vlak bij een van de speciale lichtpalen die hier om de twintig meter staan. De paal verspreidt een rode gloed. De studenten bekijken het effect op het uitgaanspubliek.

Vier jaar lang is de Eindhovense ‘stapstraat’ het decor van wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid. Dit zogeheten Living Lab wordt aangestuurd vanuit een voormalige discotheek aan het Stratumseind.

Het experiment met de straatverlichting is slechts een van de onderzoeken van het lab, zegt projectmanager Tinus Kanters van het Dutch Institute for Technology, Safety & Security (DITSS), een stichting waarin onder meer overheden, bedrijven en universiteiten samenwerken. „We weten uit de theorie dat zachte kleuren tot verandering in gedrag kunnen leiden. Hier proberen we uit te zoeken bij welke kleur licht mensen zich het veiligst voelen.”

De gemeente Eindhoven maakte voor het Living Lab één persoon vrij, en betaalt 40.000 euro aan huur en onderhoudskosten. Het project loopt nu twee jaar. De invloed van de speciale verlichting is niet het enige experiment dat wordt uitgevoerd. Er lopen meer proeven, die gefinancierd worden door onder meer bedrijven en onderwijsinstellingen, voor zo’n vier ton per jaar. Op die manier is er een systeem ontwikkeld dat met camera’s en geluidsensoren de sfeer op straat registreert en op basis daarvan kan voorspellen wanneer ergens ruzie ontstaat.

De politie zou dit systeem direct kunnen inzetten, vertelt Guus Sluijter, als bestuurlijk adviseur veiligheid van Eindhoven betrokken bij het DITSS. De techniek kan de politie kosten besparen, meent hij. „Nu houdt de politie het gebied in de gaten door relatief veel mensen naar camerabeelden te laten kijken. Dat hoeft met die nieuwe technologie niet meer. Technisch gezien zouden de beveiligingscamera’s volgend jaar uit kunnen, maar de politie is nog niet zover. In oude denkbeelden is de reactie: hup, meer blauw op straat. Terwijl we tegenwoordig zoveel meer kunnen.”

Knappe koppen

Burgemeester Peter Noordanus van Tilburg herkent dat beeld. Als voorzitter van de taskforce die de georganiseerde criminaliteit in het Zuiden aanpakt, vindt hij dat overheidsdiensten meer nieuwe technieken moeten gebruiken. „Organisaties die met veiligheid bezig zijn, zoals politie en justitie, innoveren te weinig. Het is een vrij traditionele wereld. En dat terwijl er heel veel mogelijk is: het barst hier van de kleine bedrijfjes en knappe koppen.”

Noordanus organiseert, samen met het DITSS, geregeld een „veiligheidsuitvraag”: bedrijven kunnen een oplossing bedenken voor een probleem waar bijvoorbeeld de politie tegenaan loopt. „De overheid hoeft echt niet alles zelf te verzinnen.” De winnaar krijgt een bedrag om het idee uit te voeren.

Bijen die hennep opsporen:

Noordanus geeft een voorbeeld uit de bestrijding van de wietteelt, grootste zorg voor veel Brabantse burgemeesters. Vlak voor de verkiezingen stuurden ze er nog een brandbrief over naar het kabinet. „Als er een aantal jaar geleden sneeuw viel, konden we zo zien in welke huizen hennepplantages zaten: door de warmte lag daar geen sneeuw op het dak. Dankzij isolatie is zoiets echt zeldzaam geworden. Een bedrijf in Eindhoven kwam met een oplossing: de ledlampen en ventilatoren die nodig zijn voor een plantage zitten op een bepaalde geluidsfrequentie, die is met een apparaatje op te sporen.”

Dit soort technieken wordt onvoldoende toegepast, weet Noordanus. „Dat komt doordat publieke organisaties vaak het idee hebben dat ze het wel goed doen. Zo van: we doen het al jaren zo.”

Veel diensten moeten overtuigd worden van de meerwaarde van innovatie, merkt Noordanus. „Het is lastig als diensten zich moeten committeren aan iets wat in eerste instantie een kostenpost is, of waarvan de opbrengsten op lange termijn onzeker zijn.” Bovendien is de cultuur vaak gesloten, wat innovatie lastig maakt. „Maar we hebben de nieuwe technieken echt nodig, als we willen bijblijven.”

Surplace bij wetgeving

Er zijn meer beletselen. Elk initiatief moet voldoen aan de privacywetgeving, en die is volgens Noordanus te weinig op de nieuwe technieken toegesneden. „Toen ik hier kwam, zei men al dat de wetgeving veranderd moest worden. Zes jaar later is het nog steeds niet zover. We beleven een soort surplace bij de wetgeving.”

Dat veel overheidsdiensten nu samenwerken om criminaliteit tegen te gaan, maakt introductie van nieuwe technieken ook ingewikkelder, ziet Noordanus. „Je zult gezamenlijke concepten moeten bedenken voor politie, gemeenten en Belastingdienst. Het maakt innovatie lastiger, maar niet onmogelijk.”

In het Living Lab in Eindhoven experimenteren ze intussen door. Tinus Kanters wil nu geuren gaan loslaten op het Stratumseind, om de theorie te onderzoeken of een aangename lucht mensen rustiger maakt. En er zijn ook plannen om het camerasysteem CityPulse te verfijnen, zodat de camera’s verschil zien tussen mannen en vrouwen. Dan kan het een signaal geven als er meer mannen om een vrouw heen staan, een indicatie dat ze wordt lastiggevallen.

„Met deze technieken kun je een uitgaansstraat veiliger en gezelliger maken”, zegt Kanters. „Nu moet het besef doordringen dat we het dan ook gaan gebruiken.”