Urine, bloed, alles ligt in de biobank

Biobank AMC

Ziekenhuizen, zoals het Amsterdamse AMC, bewaren veel lichamelijk materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. Van hoeveel mensen? „In de tienduizenden.”

Bij de biobank in het AMC wordt DNA verzameld, bewaard en onderzocht. Foto's Olivier Middendorp

Voor de ingang van de biobank houdt Jörg Hamann even in. Zijn vinger gaat naar het codeslot aan de deurpost en voert de juiste cijfercombinatie in. Als hij de deur heeft geopend, draait hij zich om en wijst hij nogmaals naar het kastje. „Zie je? Je komt hier echt niet zomaar binnen.” Hamann is afdelingshoofd van de biobank van het AMC in Amsterdam.

Samen met een handvol collega’s bewaakt hij een groot deel van het lichamelijk materiaal dat door het ziekenhuis wordt bewaard voor wetenschappelijk onderzoek. Materiaal dat, als het aan demissionair minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) ligt, in de toekomst ook gebruikt kan worden voor opsporing.

Lees ook het achtergrondverhaal over de zeggenschap over lichaamsmateriaal: Alweer een uitzondering op beroepsgeheim?

Van hoeveel verschillende mensen hier DNA, bloedcellen, urine of ontlasting ligt? Hamann weet het niet precies. „Dat loopt in de tienduizenden”, schat hij. Het aantal buisjes met opgeslagen materiaal ligt nog vele malen hoger, aangezien het materiaal van één persoon vaak verdeeld wordt over meerdere monsters.

Een collega van Hamann opent de deur naar de ruimte waar alle DNA ligt opgeslagen, een kamertje van amper twee bij drie meter. Langs de muren staan vijf manshoge koelkasten, elk gevuld met duizenden plastic buisjes. Aan de overkant van de gang bevindt zich nog zo’n kamer, maar dan met vriezers.

Speciale codesleutel

Met grote handschoenen trekt hij een van de buisjes uit de vriezer en draait hem om. „Kijk, hier zit een hele kleine barcode”, wijst hij. Het is alles wat de medewerkers van de biobank weten van de mensen die het materiaal afstonden. „De buisjes zijn dus niet direct herleidbaar”, legt Hamann uit. Om te zien welke naam er bij welke code hoort, is een speciale codesleutel nodig. Die sleutel is alleen in het bezit van de hoofdonderzoeker van de afdeling van wie de buisjes zijn. De biobank is in die zin net een echte bank: Hamann en zijn collega’s bewaren het materiaal van anderen. „Wij bergen het op en halen het weer tevoorschijn.”

Een groot deel van het materiaal komt van patiënten, mensen met een aandoening die het onderzoeken waard is. De rest is van mensen die bijvoorbeeld meedoen aan populatieonderzoek. Ze zijn vooraf gevraagd of hun bloed of ontlasting gebruikt mag worden voor wetenschappelijk onderzoek. De biobank verschilt daarin van afdelingen die diagnoses stellen, waar materiaal soms automatisch wordt bewaard, tenzij de patiënt bezwaar maakt.

Lees ook over de plannen van Schippers: DNA verdachten moet opvraagbaar zijn

Bijna alle patiënten die worden gevraagd om materiaal af te staan voor de biobank, stemmen volgens Hamann in. „Het belangrijkste is dat je alles goed uitlegt, ook wie er wel bij kan en wie niet.” Bij het plan van Schippers heeft hij dan ook bedenkingen. „Ik ben er niet zo’n voorstander van om mensen materiaal af te nemen en – zonder dat ze er van weten – er iets anders mee te doen.”

Toch snapt Hamann het ergens ook wel, dat het zoeken in biobanken politieonderzoek flink kan vergemakkelijken. „Het is veel eenvoudiger dan een heel dorp uitkammen.” Maar hij ziet het gevaar van een hellend vlak, waarbij biobanken eerst alleen geraadpleegd worden bij zware misdrijven, maar waar de grenzen later steeds een beetje verder worden opgerekt.