Trumps belastingplan: lage lasten, hogere schuld

Trumponomics

In de geest van Ronald Reagan wil president Trump de Amerikaanse belastingen fors verlagen. Een botsing met de werkelijkheid dreigt.

In het belastingplan dat de Amerikaanse president Trump vorige week presenteerde worden de lasten voor zowel de middenklasse als het bedrijfsleven stevig verlaagd.

Eén A4’tje was het, maar het houdt Amerika al een week bezig. Vorige week woensdag presenteerde de Amerikaanse president Trump zijn langverwachte belastingvoorstel.

Het Amerikaanse belastingplan op één A4’tje. Foto Carlos Barria/REUTERS

Een haastklus, zo lijkt het, waarvan de timing moet hebben samengehangen met de drang om in de eerste honderd dagen van het presidentschap tastbaar beleid te hebben geformuleerd.

Trumps belastingvoorstel bestaat voornamelijk uit verlagingen, waarbij de bijbehorende bedragen een schatting zijn voor kosten (of opbrengsten) in de eerstvolgende tien jaar. Die schatting komt van een politiek ongebonden denktank: het Committee for a Responsible Federal Budget (CRFB). Vooral rijkere Amerikanen gaan er, zo wordt verwacht, extra op vooruit.

De voorstellen

Als eerste gaat het aantal tarieven voor de inkomstenbelasting van de bestaande zeven naar drie: een van 10 procent, een van 25 procent en een van 35 procent. Dat laatste is het toptarief, dat nu nog 39,5 procent bedraagt. Gemiddeld worden de kosten daarvan geschat op 1.500 miljard dollar. Het afschaffen van een beperking op de aftrekposten van vooral rijke Amerikanen kost 400 miljard. Dan wordt de belastingvrije voet, het inkomen waarover geen belasting hoeft te worden betaald, verdubbeld. Kosten: 1.500 miljard. De erfbelasting gaat er aan: 200 miljard. En dan komt het klapstuk: de vennootschapsbelasting moet van 35 procent van de winst naar nog maar 15 procent. Dat kost 3.700 miljard. En er is nog een kleinere post, het afschaffen van belasting op inkomsten uit investeringen voor sommige instellingen, die 200 miljard kost.

Samen geeft dat 7.500 miljard dollar aan gederfde inkomsten in de eerstvolgende tien jaar. Daar staat tegenover dat alle aftrekposten vervallen, behalve die voor hypotheeklasten en giften aan goede doelen. Dat levert weer 2.000 miljard dollar op. Bovendien adresseert het plan een grief die Trump tijdens zijn campagne vaak uitte: Amerikaanse bedrijven hebben naar schatting 1.200 miljard dollar uitstaan in het buitenland. Dat is overzees behaalde winst die belast zou worden met het vennootschapstarief als het naar de Verenigde Staten wordt teruggehaald.

Dat doen bedrijven liever niet: Apple is kampioen met bijna 250 miljard dollar aan overzees bezit. Het plan is om deze bedragen met slechts 10 procent te belasten, zodat zij alsnog terugkeren. Maar omdat in het plan in de toekomst voortaan enkel in de VS behaalde winst zal worden belast, valt dit per saldo budgetneutraal uit.

Dat brengt de totale schade op 5.500 miljard dollar over de eerstvolgende tien jaar. Maar omdat de berekening zeer ruw zijn, wordt een schatting van tussen 3.000 miljard en 7.000 miljard gehanteerd. De voornaamste vraag is, zoals met elk groots plan van president Trump tot dusverre: komt het er ook van?

In de geest van Reagan

Toen president Ronald Reagan in 1981 eveneens grootschalige belastingverlagingen afkondigde, werden de kosten daarvan gerelativeerd met het argument dat de economie er extra door zou gaan groeien. Zodanig, dat door die groei er uiteindelijk méér belasting zou binnenkomen dan er in eerste instantie verloren zou gaan. Dit principe, voorgestaan door Reagans adviseur Arthur Laffer, werd daarna bekend (en verguisd) als ‘Laffer-curve’. Baten deed het niet: het begrotingstekort steeg van 1,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 1981 naar 4,5 procent in 1982 en bleef vervolgens schommelen rond de 5 procent in de jaren daarna. Veel van de maatregelen moesten worden teruggedraaid om het tekort binnen de perken te houden.

Tegelijkertijd zorgde Reagan – door deregulering – wel voor het breken van de vakbondsmacht en een terugkeer van de populariteit van het ondernemerschap. Amerika brak met de duistere periode van sinds halverwege de zeventig: Wall Street ontwaakte uit een decennium van lethargie, de beurskoersen stegen weer. De young urban professional (yup) verscheen en greed werd good.

Al direct na Trumps verkiezing werd, met name op de beurs, een zelfde scenario verwacht: deregulering en een belastingverlaging die zichzelf zou terugverdienen. Het Witte Huis gelooft daar nog steeds in, al is de Laffer-curve nu vervangen door het begrip dynamic scoring, wat grotendeels hetzelfde inhoudt: de economie krijgt zo’n extra impuls, dat er van inkomstenderving door de staat geen sprake is.

Dat valt te bezien: volgens de jongste raming van het Congressional Budget Office, de begrotingswaakhond van het Congres, was de Amerikaanse staatsschuld al op weg duurzaam te stijgen. Het belastingplan, zo berekent het CRFB, zal uiteindelijk de staatsschuld van nog geen 80 procent van het bbp naar 111 procent van het bbp duwen.

Italië, Portugal, Amerika

Steve Mnuchin, de minister van Financiën, wierp al tegen dat de economische groei op kan lopen tot tussen 3 en 4 procent per jaar. Zo zou de staatsschuldquote veel minder hard stijgen. Maar veel economen denken dat de piek van de conjunctuur nu al bereikt is, met een economische groei van tussen de 2 en 2,5 procent. Stimuleren in deze fase kan gemakkelijk tot oververhitting leiden en tot meer inflatie, en dus een stijgende rente.

Daar komt bij dat de VS een andere definitie hanteren van hun staatsschuld dan de rest van de wereld. Volgens internationale criteria, gehanteerd door bijvoorbeeld de OESO en het Internationaal Monetair Fonds is de staatsschuld nu al 107 procent van het bbp. Wie daar vervolgens de effecten van het belastingplan op loslaat, komt al snel op een staatsschuld van 125 procent over een jaar of vijf. Dat is verhoudingsgewijs hoger dan Italië of Portugal.

Zou dat kunnen gebeuren? De geschiedenis van vrijwel al Trumps beleidsplannen tot nu toe is er een van soep die bij nader inzien beduidend minder heet wordt gegeten dan toen hij werd opgediend.