Recensie

Sympathiek hoe Verbeke kunst redt, maar nazorg ontbreekt

Beeldende kunst
De Verbeke Foundation viert zijn jubileum, het museum is al tien jaar een anarchistische vrijplaats voor kunstenaars en kunstwerken die elders geen plek meer hebben.

Marinus Boezem ‘La Lumière Cistercienne’ Baudelo Gent 2016. Foto Verbeke Foundation

Het is alles waar je niet aan denkt bij het woord ‘museum’. Er ligt stof, machines ratelen, er zijn kunstwerken die groeien en bloeien, maar ook liggen te verroesten in het veld. Er is geen routing, de vormgeving is van eigen hand. Een piepkleine staf van drie mensen bestiert het twaalf hectaren grote parklandschap met kunst, de kassen met eco-art en de kolossale binnenruimte (het ‘museum’).

Geert Verbeke, eigenaar, oprichter, vliegende keep, vrachtwagenchauffeur en vooral heel grote kunstliefhebber, formuleert het zo: „Wij willen geen oase zijn. Onze presentatie is onaf, voortdurend in beweging, ongepolijst, slordig, levend en onmonumentaal, zoals de wereld buiten de museummuren.”

En dat klopt. Sinds 2007 is de Verbeke Foundation, aan de snelweg tussen Antwerpen en Knokke, een anarchistische vrijplaats voor kunstenaars en kunstwerken die elders geen plek meer hebben. Het tienjarig bestaan wordt gevierd door de deuren deze zomer wagenwijd open te zetten.

Er is een tentoonstelling, gemaakt door Tineke Schuurmans, over de relatie tussen mens, dier en machine – waarbij het dier het onderspit delft. Er is een presentatie van Verbekes collectie surrealistische collages en assemblages (in een loods rechts achter de kassen). Er is een beetje gepoetst, in ieder geval zodanig dat weer kan worden overnacht in Joep van Lieshouts bestaande glibberig glanzende werk CasAnus – een woonunit in het park in de vorm van een anus. Het bottenbeeld Vriend, een reusachtig op een dinosaurus lijkend ‘paard’ van de Zwitserse kunstenaar Moritz Ebinger, heeft een nieuw platform gekregen. En Marinus Boezem brengt tussen het groen het middeleeuwse licht terug op de Vlaamse akkers, met een uit wit glanzende steigers opgetrokken kopie van de oude Cisterciënzerabdij van Baudelo in Gent.

Verder is het jubileum vooral herkenning van werken die al langer staan. Verbekes grote verdienste bestaat uit het feit dat hij kunst die net buiten de gebaande paden dreigt te vallen ‘redt’ of een nieuw leven geeft. Zo redde hij het werk van Jacobus Kloppenburg, nam hij het complete huis uit Detroit dat Ryan Mendoza als ready made ‘maakte’ over, en nog veel meer. Dat is allemaal heel nodig en sympathiek. Waar het bij Verbeke wel aan schort – en dat valt goed te zien op dit jubileum – is het onderhoud. Zelfs op deze plek raakt de kunst soms wat verweesd.