Journalisten zijn steeds vaker doelwit

Persvrijheid Woensdag is Dag van de Persvrijheid. Westerse landen zijn nog altijd kampioenen van de vrije pers, maar ook hier wordt het media lastig gemaakt.

In Amerika zijn de mainstream media een vijand van het volk genoemd . Op de foto: woordvoerder van het Witte Huis Sean Spicer. Foto T.J. Kirkpatrick/HH

De internationale persvrijheid staat er slecht voor. De afgelopen dertien jaar was de situatie volgens Freedom of the Press nooit zo zorgelijk als nu. Reporters Without Borders (RWB) spreekt van een ‘omslagpunt’.

Beide organisaties publiceren ieder jaar voorafgaand aan de Internationale Dag van de Persvrijheid, 3 mei, een ranglijst en een rapportage waarin de mate van persvrijheid in de hele wereld in kaart wordt gebracht.

Ze hanteren daarbij allebei hun eigen methodiek. De ranglijst van Freedom of the Press is gebaseerd op veldonderzoek, gesprekken met lokale contacten en informatie uit geschreven bronnen. De resultaten worden samengevoegd tot één indicator. Die weerspiegelt niet alleen regeringsbeleid, maar bijvoorbeeld ook de invloed van private eigenaren, politieke partijen en criminele groeperingen.

Reporters Without Borders maakt gebruik van enquêtes, die worden verspreid onder journalisten, juristen en sociologen in alle onderzochte landen, en van kwantitatieve data over ernstige schendingen, zoals het aantal opgesloten journalisten. Ook RWB formuleert voor ieder land één score.

In grote lijnen komen de resultaten van beide onderzoeken redelijk overeen. Op beide lijsten bungelt Noord-Korea onderaan, en doen vooral de Scandinavische landen het goed.

De rapporteurs zijn het nog ergens over eens: wij, het Westen, moeten ons zorgen maken. Want, zo blijkt uit de onderzoeksresultaten, schendingen van de persvrijheid zijn niet langer het exclusieve domein van autoritaire regimes en dictaturen. Ook in het ‘vrije Westen’ zijn aanvallen op de media gemeengoed geworden. „Persvrijheid wordt in democratische landen steeds fragieler”, schrijft RWB in haar rapportage. „We betreden een wereld van post truth, propaganda en onderdrukking van vrijheden, juist in democratische landen.”

Onheilspellende woorden. De titels die Freedom of the Press en Reporters Without Borders hun verslagen hebben meegegeven – ‘Press Freedom’s Dark Horizon’ en ‘Ever Darker World Map’ – stemmen al evenmin vrolijk. Is het echt zo erg?

Wereldkampioen persvrijheid in verval

Wie een vluchtige blik op de lijsten werpt, is geneigd te denken dat het wel meevalt in Europa. Westerse democratieën zijn, aangevoerd door Noord-Europese landen, nog altijd de kampioenen van de persvrijheid. Nederland – vorig jaar op beide lijsten tweede – is dit jaar op de lijst van RWB weliswaar gezakt naar de vijfde plaats, maar staat nog altijd stevig in de top tien, omringd door landen als Zweden, Finland en Noorwegen.

Toch is dat slechts een deel van het verhaal. Want als alle landen achteruit hollen, ook die in de top, wat zegt zo’n hoge notering dan? Europa mag dan wereldkampioen persvrijheid zijn, het is wel een wereldkampioen in verval. De Europese ‘persvrijheidsindicator’ – een door Reporters Without Borders berekend getal van 0 tot 100 waarbij 0 staat voor een volledig vrije pers – is de afgelopen vijf jaar met 17,5 procent gestegen. Ter vergelijking: de indicator van Zuidoost-Azië en Oceanië steeg in dezelfde periode met slechts 0,9 procent.

De Europese achteruitgang is zowel te wijten aan incidenten als aan regeringsbeleid. In Duitsland stemde de Bondsdag voor een wet die het de inlichtingendiensten toestaat buitenlandse journalisten af te luisteren. In Frankrijk gebruikte de politie geweld tegen journalisten die verslag deden van de ontmanteling van de ‘jungle van Calais’, een illegaal vluchtelingenkamp.

Vijand van het volk

De meeste Westerse democratieën buiten Europa doen het niet veel beter. De VS zakten vorig jaar twee plekken op de lijst van Reporters Without Borders en staan nu 43ste. Die daling werd al onder vorige presidenten ingezet, verduidelijken de onderzoekers. Onder Barack Obama werden acht klokkenluiders veroordeeld onder de spionagewet – een record.

Wel nieuw dit jaar, is de vijandige retoriek van de Amerikaanse president. Dat de persvrijheidsorganisaties juist nu alarm slaan, heeft alles te maken met uitspraken van Donald Trump, die claimt een ‘running war with the media’ te hebben en de pers omschrijft als ‘oneerlijk’, ‘nepnieuws’ en ‘een vijand van het volk’.

Retoriek is iets anders dan beleid, bezweren de onderzoekers. Maar retoriek is ook niet vrijblijvend. Politieke leiders in andere delen van de wereld kunnen de uitspraken van Trump als vrijbrief zien voor hun eigen uitspraken. „Ken je plaats, schaamteloze militante vrouw, vermomd als journalist”, zei de Turkse president Erdogan tegen een vrouwelijke journalist. De Slowaakse premier Fico noemde kritische journalisten op een persconferentie ‘smerige, anti-Slowaakse prostituees’.

Het sluimerende gevaar is bovendien dat woorden wel in daden worden omgezet. Een van de oudste kranten van Hongarije is in 2016 op last van de regering van premier Viktor Orbán gesloten en vervolgens verkocht. De Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) voerde een wet door die het de regering mogelijk maakt om bestuurders van de publieke omroep te benoemen en te ontslaan.

De Verenigde Staten zullen niet noodzakelijkerwijze hetzelfde pad volgen, schrijven de onderzoekers van Freedom of the Press. „Een groter gevaar is dat Amerika niet langer een voorbeeld is voor andere landen.” Ook voor de Europese Unie dreigt dat scenario. Een aantal afzonderlijke staten presteert nog goed, maar de Unie als geheel kan moeilijk nog als lichtend voorbeeld van persvrijheid worden gezien.

„De democratische landen die de vrijheid van de media traditioneel als een van hun funderingen beschouwen, moeten een voorbeeld voor de rest van de wereld zijn, niet het tegenovergestelde”, zei secretaris-generaal Christophe Deloire van RWB. Beide onderzoeken stemmen daarover weinig hoopvol.

Als de VS en de EU geen geloofwaardige voorvechters van de persvrijheid meer zijn, wie dan wel?