‘Rechtsstaat fantastisch voor juristen, slecht voor burgers’

Juridische dienstverlening

Steeds meer problemen van burgers blijven onopgelost, blijkt uit onderzoek.

Foto Roos Koole/ANP

Het is een behoorlijk sombere conclusie, die het juridisch onderzoeksinstituut HiiL deze woensdag publiceert: onze rechtsstaat is fantastisch voor juristen, maar slecht voor burgers.

Voor de problemen die burgers het meest ervaren of het zwaarst belasten – burenoverlast, ontslag, scheiding – bieden onze procedures meestal geen goede oplossing. Dit soort problemen blijft steeds vaker ‘slepen’, concludeert het gerenommeerde Hague Institute for Innovation of Law (HiiL) op basis van eigen data en literatuuronderzoek. HiiL, gevestigd in Den Haag, adviseert wereldwijd in opdracht van overheden en bedrijven over de innovatie van rechtssystemen – in Nederland onder meer de Raad voor de Rechtspraak.

Ieder jaar komen er maar liefst 4,3 miljoen rechtsproblemen bij, zoals conflicten met leveranciers, buren, partners, de baas of schuldeisers. En die problemen worden minder vaak opgelost, van 60 procent in 2009 naar 51 procent in 2014. Omgerekend zijn dat 400.000 extra onopgeloste problemen per jaar.

Dat zou mede kunnen verklaren waarom zoveel mensen zich onrechtvaardig behandeld of ‘niet gehoord’ voelen, het fenomeen waar de politiek zo mee worstelt. Het vertrouwen in juridische procedures neemt af zodra burgers er ervaring mee opdoen, zo blijkt. Loste een gang naar de advocaat of rechter uw probleem op, werd in een onderzoek gevraagd. De scores waren matig: 3 op een schaal van 1 tot 5.

Het belangrijkste probleem is volgens de onderzoekers het ‘toernooimodel’ waarin de problemen van burgers worden gegoten: mensen worden tegen elkaar opgezet. Als scheidende partners naar een advocaat gaan, gaat die claims opschrijven. „Ze moeten zeggen wat de andere partij moet doen”, zegt een van de onderzoekers, Maurits Barendrecht, tevens hoogleraar privaatrecht in Tilburg. „Met als gevolg dat het conflict nog verder versterkt wordt.” Terwijl mensen volgens onderzoek vooral een jurist opzoeken voor „een oplossing, bemiddeling en contact met de andere partij”, zegt Barendrecht.

Je kunt beide partners ook vragen wat ze belangrijk vinden bij een oplossing, zegt Barendrecht. „Dan krijg je een héél ander gesprek dan als je zegt: wat vind jij dat de ander moet doen?”

Maar daarop is ons juridische systeem niet ingericht. De sector zit muurvast, constateren de onderzoekers. Er is weinig ruimte voor innovatie, de regels zijn soms honderd jaar oud.

Illustratie Getty Images, bewerking NRC

Experimenteer als in zorgsector

Hun voorstel is radicaal: ons „eeuwenoude systeem” moet opnieuw ontworpen worden met de kennis van nu. De beste oplossing voor burgers moet centraal staan, niet het instandhouden van juridische procedures.

HiiL laat zich inspireren door de zorgsector. Die is goed in het experimenteren met nieuwe werkwijzen. Onderzoeker Sam Muller noemt de succesvolle samenwerking rondom diabetes en obesitas bij kinderen, waar artsen, maatschappelijk werkers en leraren samenwerken.

HiiL bepleit op die manier ook nieuwe procedures voor tien veel voorkomende rechtsproblemen te ontwikkelen: nieuwe routes voor ‘preventie en behandeling’. Nu komen experimenten, een ‘polikliniek vechtscheidingen’ bijvoorbeeld, nauwelijks van de grond. Reden? Bij de juristen die het met elkaar voor het zeggen hebben, staan zuivere regels centraal, zeggen de onderzoekers, niet de problemen van mensen.

De juridische dienstverlening zou al opknappen als niet alleen juristen werden toegelaten. Ook kennis van IT’ers, bedrijfskundigen en psychologen kan nuttig zijn. Het dogma dat voor ieder rechtsconflict per definitie twee juristen nodig zouden zijn, vinden zij achterhaald. Mediation in plaats van, of in combinatie met rechtspraak zou ook prima kunnen. Zoals de ‘problemsolving courts’ in Angelsaksische landen, waar vooral wordt geprobeerd om jeugdigen, verslaafden en kleine daders uit de gevangenis te houden.

Probleemeigenaar

Als onze rechtsstaat de problemen van burgers niet oplost, waarom is er dan nog niets aan gedaan? Niemand voelt zich eigenaar van dit probleem, aldus de onderzoekers. Krijn van Beek: „Je zou verwachten dat het ministerie van Justitie zich eigenaar voelt. Maar dat organiseert zich als dertig losse onderdelen die allemaal verantwoordelijk zijn voor één schakel in het grote systeem.”

Toch zijn er wel degelijk experimenten binnen de rechtspraak – de laagdrempelige ‘spreekuurrechter’ bijvoorbeeld in Noord-Nederland en de ‘burenrechter’ in Utrecht en Brabant.

Maar die burenrechter laat juist zien wat er misgaat, zegt Barendrecht. „Wij waren er vanaf het begin bij betrokken. Iedereen was er enthousiast over, maar er was geen wettelijke experimenteerbepaling die het ook mogelijk maakte het echt toe te passen.” De burenrechter ging direct oplossingsgericht te werk en dat mag niet, volgens het procesrecht. Er is altijd een ‘eis’ en een ‘tegeneis’ nodig. Daarom werd het experiment steeds kleinschaliger. Barendrecht: „Dat gebeurt steeds: er komt nauwelijks iets uit de pilotfase.”