Recht & Onrecht

Ook een echte man durft minder te gaan werken

Op vaders die parttime werken rust een taboe. En dat moet veranderd worden, schrijft Gert Jan Lelieveld in de Gedragscolumn. Consequenties voor hun carrièremogelijkheden doen zich niet perse voor.

ANP

De afgelopen weken was er veel kritiek (zie ook hier en hier) op Jesse Klaver, omdat er voornamelijk voor hem afgesproken was om niet op vrijdagen te onderhandelen over de kabinetsvorming. Op vrijdagen is hij het liefst bij de kinderen. Steeds meer mannen nemen een “papadag”, het woord dat vorig jaar nog uitgeroepen werd tot jeukwoord.

Ook de premier van Nieuw-Zeeland, John Key, besloot een aantal maanden geleden zijn functie neer te leggen om meer tijd met zijn familie door te brengen. Veel mensen vinden dit een goede trend en het lijkt ook veel voordelen te hebben. Zo heeft onderzoek aangetoond dat mannen zich gelukkiger voelen wanneer ze minder werken om meer tijd door te brengen met hun gezin, omdat ze op deze manier minder financiële verantwoordelijkheid dragen (recent onderzoek laat echter het tegenovergestelde zien). Het is ook beter voor de vrouw, want uit hetzelfde onderzoek bleek dat vrouwen er juist blij van worden als ze meer werken. Ten slotte lijkt het ook beter voor kinderen als de vader meer bij de opvoeding betrokken is. Als er zoveel voordelen zijn, waarom is het percentage parttime werkende mannen dan nog steeds zo laag?

Focus op vrouwen

Er is nog steeds een groot verschil in hoeveel uren mannen en vrouwen werken. Bij slechts één op de zes Nederlandse stellen werken man en vrouw evenveel uren. Het meeste sociaal wetenschappelijk onderzoek gericht op deze ongelijkheid, richt zich op vrouwen. Vrouwen worden vaak als geschikter gezien voor de zorg van kinderen en vrouwen kiezen er zelf vaker voor om parttime te gaan werken. En als vrouwen dan al hetzelfde aantal uur werken als mannen, verdienen ze vaak minder. Ik snap deze focus op vrouwen wel, maar er wordt toch relatief weinig onderzoek gedaan naar de man in het gezin.

Als er al onderzoek gedaan wordt naar de man in het gezin dan zijn conclusies vaak dat mannen het verschil tussen mannen en vrouwen faciliteren. Als er kinderen komen, passen vaders hun arbeidspatroon nauwelijks aan en blijven zij vaak 40 uur per week werken, terwijl moeders wel afbouwen (naar 24 uur).

Deze cijfers liegen niet, maar ik vraag me wel af of dit altijd komt doordat vaders niet minder willen werken. Volgens mij zijn er genoeg mannen die minder willen werken, maar ze besluiten het vaak niet te doen, omdat het in onze maatschappij nog steeds raar is als je als man minder gaat werken. Er heerst een taboe op vaders die parttime werken. Deeltijdwerk voor mannen is nog steeds niet voldoende geaccepteerd.

Minder gemotiveerd

Als vaders minder willen werken, worden ze vaak gezien als minder gemotiveerd en gedreven, door zowel de maatschappij als hun werkgever. Maar wat nog vaker het geval is, is dat vaders denken dat als ze minder gaan werken dit consequenties heeft voor hun carrièremogelijkheden en salaris, terwijl dat niet perse het geval is. Mannen denken vaak te weten wat de mensen om hun heen (inclusief hun werkgever) ervan vinden, omdat het beeld van de werkende man nog steeds het meest saillant is. Het wordt tijd om dit beeld van de werkende man te veranderen.

Ik snap dat de kritiek op Jesse Klaver niet perse komt doordat hij een vader is die een dag minder gaat werken. De kritiek is vooral gericht op het type baan dat hij heeft en dat het besturen van een land flexibiliteit vereist. Of je het daar nu mee eens bent of niet, de manier waarop deze kritiek nu wordt geuit (“die Jesse is een mietje” en “Is dat nou een echte man?”) is niet de manier om deze kritiek te leveren. Dit voedt het negatieve beeld van de man die wat vaker thuis is bij de kinderen alleen maar waardoor het beeld van de werkende vader in stand blijft.

Gert-Jan Lelieveld is universitair docent bij de sectie Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. Hij is vader van twee dochters; de derde wordt in juli geboren. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.