Mooi, welgesteld en diep eenzaam in de muziekwereld

Rooney Mara speelt in Song to Song een aankomend muzikante, verwikkeld in een driehoeksverhouding.

Song to Song is waarschijnlijk de eenzaamste film die Terrence Malick ooit heeft gemaakt. De 73-jarige Texaan draaide zijn negende film achter de schermen van het jaarlijkse South by Southwest-muziekfestival in Austin. Daar treffen we, net zoals in zijn wanhoopskreet over de spirituele leegte van Hollywood in zijn vorige film Knight of Cups, een handvol mensen aan die geen greep kunnen krijgen op zichzelf en de wereld en zich verliezen in een reeks seksuele ontmoetingen.

Terrence Malick weigerde jarenlang in het openbaar te verschijnen, maar tegenwoordig schuift de regisseur aan bij vragenuurtjes voor de pers: De mythe rond Malick

Rooney Mara is Faye, een aankomend muzikante, verwikkeld in een driehoeksverhouding met de cynische producent Cook (Michael Fassbender in een Shame-achtige rol) en zijn protegé BV (Ryan Gosling). Om dit sterrenstelsel cirkelen nog een paar planeten. Maar niemand is in staat om echt contact te maken. Het staat in schril contrast met de opwinding, energie en dynamiek die gewoonlijk met de muziekwereld en zo’n festival worden geassocieerd.

Song to Song is een film in een vacuüm, over een vacuüm. Deze mensen zijn mooi, welgesteld op het decadente af, misschien zelfs getalenteerd. Maar het ontbreekt ze aan de drive of het vermogen om zich werkelijk te verbinden. Het is een gevoel dat goed past bij de stijl die Malick in zijn werk onderzoekt. Het is een cinema van postcoïtale dromerige poses. Mensen staan bevallig tegen deurposten geleund of verschuilen zich achter vitrages. De fragmentarische scènes worden niet gedreven door plot of psychologie, bevatten weinig dialoog en veel voice-overs die de indruk versterken dat we door een emotioneel geladen herinneringenlandschap dwalen.

Gastoptredens voor rockrebellen

De titel verwijst naar het oudtestamentische Hooglied, het lied der liederen, een erotische tweespraak tussen twee geliefden, een allegorie voor de liefde tussen mens en God. Geen onbekend terrein voor de zwaar religieuze Malick. Profaner is een uitspraak van Faye, die in monologue intérieur het credo van de film uitspreekt: ‘Ik dacht dat we gewoon konden draaien en duikelen, leven van lied naar lied, van kus naar kus.’ Er spreekt teleurstelling uit, een droef gevoel van verraad.

Met die voice-overs is overigens iets opmerkelijks aan de hand. Het merendeel van Fayes teksten is in de verleden tijd gesproken, alsof ze terugkijkt. Maar er wordt in de film geen ijkpunt aangegeven waar zij zich nu bevindt – een soort luchtledig heden waar de toeschouwer geen deelgenoot van is.

Met de prominente gastoptredens voor rockrebellen van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw Patti Smith en Iggy Pop, leeftijdgenoten van Malick, zou je al dat zoeken naar zingeving en erkenning van zijn hoofdpersonen (twee dingen die misschien niet heel goed samengaan) ook autobiografisch kunnen interpreteren. Zelf maakte Malick in die tijd zijn meesterwerken Badlands en Days of Heaven (pas na een hiaat van twintig jaar gevolgd door zijn grote oorlogsfilm The Thin Red Line), en is sindsdien net als zijn hoofdpersonen op zoek naar dat paradijselijke verleden.

De ironie is natuurlijk dat tussen de duizend wonderbaarlijk gecomponeerde bewegingen van camerawonderkind Emmanuel Lubezki (Gravity, Birdman) de film de meeste passie en authenticiteit heeft als Patti Smith semi-geïmproviseerd vertelt over haar liefde voor haar overleden man Fred ‘Sonic’ Smith.