Hoe hoopvol mag een film over de Holocaust zijn?

The Zookeeper’s Wife

De Poolse eigenaars van een dierentuin hielpen tijdens de Tweede Wereldoolog Joden ontsnappen. De verfilming van hun leven roept vragen op die ook bij Schindler’s List werden gesteld.

De Poolse Antonina (Jessica Chastain) wordt neergezet als iemand die pas op haar gemak is als ze een dier in nood mag bijstaan.

Van het recordaantal films over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging dat deze maanden in de Nederlandse bioscopen uitkomt is The Zookeeper’s Wife om veel redenen een van de opmerkelijkste. Niet alleen gaat hij het meest direct over de Holocaust, ook sluit hij aan bij de discussie over de filmische representatie van de Holocaust die in de jaren tachtig en negentig nieuw leven werd ingeblazen door films als Claude Lanzmanns lange documentaire Shoah, en de speelfilms Schindler’s List en La vita è bella. Ze werd geïnspireerd door de beroemde, en later genuanceerde uitspraak van de Duitse filosoof Theodor Adorno dat het barbaars zou zijn om na Auschwitz nog poëzie te schrijven.

Lees ook het interview met actrice Jessica Chastain: ‘Ik zou met een nazi naar bed gaan om mijn gezin te redden’

Een stelling die in bredere zin werd begrepen dat het verbeelden van de Holocaust zo niet barbaars, dan toch zeker problematisch was. Want zijn de omvang, de systematiek en de heftigheid van de Shoah ooit te reduceren tot taal, beelden, verhalen? En hoe dan?

Mag je, zoals Spielberg in een omstreden scène in Schindler’s List, de gaskamers alsnog douches laten zijn in een plotlijn rondom opluchting en overleven? We hebben in een goed verteld Hollywoodverhaal nou eenmaal de juiste mix van hoop en vrees nodig. Of bagatelliseert dat de moord op miljoenen? En kun je, zoals de Italiaanse komiek Roberto Benigni in La vita è bella deed, een verhaal vertellen over een man die de onmacht van het leven alleen de baas kan via fantasie en zo met zijn zoontje overleeft in een concentratiekamp? Het dwingt tot morele uitspraken over kunst terwijl we die zo graag waardenvrij willen laten zijn. Daarom is het een discussie die bij elke nieuwe vorm die er wordt gekozen om de Holocaust te verbeelden en artistiek te herinneren oplaait.

Hoop in hopeloze tijden

Het zou flauw zijn om The Zookeeper’s Wife te beschrijven als Schindler’s List met dieren – daarvoor is de film eenvoudigweg niet belangrijk genoeg. Maar beide films hebben veel overeenkomsten. Ook het waargebeurde verhaal van het Poolse echtpaar Antonina en Jan Zabinski die meer dan 300 Joden in de kelders van hun dierentuin verborgen hielden en via het Poolse verzet een veilig onderkomen bezorgden, is een verhaal over goede mensen in een slechte tijd. En over individuen die gered worden in tegenstelling tot de miljoenen die werden vermoord.

Dat waren destijds de belangrijkste kritiekpunten bij Schindler’s List: dat je een verhaal van niet te omvatten ernst terugbrengt tot een verhaal over hoop. Tegelijkertijd leert de ervaring dat in hopeloze tijden en verhalen de hoop vaak noodzakelijk is om stand te houden.

The Zookeeper’s Wife is ook een van de vele nieuwe films die er over Holocaust en Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt die verteld wordt vanuit een vrouwelijk perspectief. Voor de Nieuw-Zeelandse regisseur Niki Caro was dat zelfs de doorslaggevende reden om deze film te willen maken, gebaseerd op de roman van Diane Ackerman, die weer gebaseerd was op de dagboeken van Antonina Zabinski. Caro gaf eerder de Maori-gemeenschap van haar land een stem in Whale Rider uit 2002.

Ook het deze week in roulatie komende Estse In the Crosswind (over de stalinistische etnische zuiveringen van de Baltische staten), het al eerder uitgekomen Our Finest (over de rol van vrouwen in de Engelse propagandafilmindustrie) en rechtbankdrama Denial (over de rechtszaak die Holocaustontkenner David Irving aanspande tegen historica Deborah E. Lipstadt) kiezen deze ‘vergeten perspectieven’.

De Poolse Antonina wordt neergezet als iemand die pas op haar gemak is als ze een dier in nood mag bijstaan. Als zij ’s ochtends op haar fiets door de dierentuin rijdt, lijken alle dieren haar te begroeten. Het is Gods paradijs op aarde, waar Adam weliswaar de baas is, maar Eva degene die de dieren hun echte naam heeft gegeven.

Anders dan Schindler’s List blijft The Zookeeper’s Wife binnen de gesloten wereld van de film. Behoudens een paar uitstapjes naar het getto vinden alle gebeurtenissen plaats in de dierentuin, die daarmee een metaforische ruimte wordt. Veelzeggend is dat voor de Duitse inval in september 1939 de hokken in deze parktuin zoveel mogelijk openstaan, en de dieren vrij rondlopen. Er slapen zelfs leeuwenwelpjes bij haar zoontje in bed.

Een menselijke dierentuin

Binnen die microkosmos krijgt de Duitse luchtaanval op de dierentuin direct het effect van een allegorische genocide. De bommen lijken vooral de dieren en hun kooien te treffen, het huis blijft redelijk onaangetast. De overlevende dieren worden doodgeschoten en in massagraven verbrand. De zeldzame exemplaren worden meegenomen door de bevriende – wolf-in-schaapskleren – directeur van de dierentuin in Berlijn. Later zal deze Lutz – ‘Hitlers favoriete zoöloog’ – de door Jan en Antonina als dekmantel voor hun reddingsoperatie tot varkensfokkerij omgebouwde dierentuin ook gebruiken voor zijn eigen ‘eugenetische experimenten’. Hij wil er een oeros fokken. Voor het geval de symboliek ons ontging.

Dat is uiteindelijk de makke van de film. Dat het melodrama werkt en ontroert, wil nog niet zeggen dat het substantie heeft of een monument voor de Holocaust kan worden. Het is een film die zijn eigen betekenis uitlegt en manipuleert: de Poolse personages, Jan en zijn vrouw en de leden van het verzet, zijn heiligen, de Duitse soldaten zijn echte beesten, en het getto is de binnenplaats van het slachthuis. De ondergedoken Joden in de kelders van de dierentuin zitten in open cellen, ‘een menselijke dierentuin’, zegt Antonina.

The Zookeeper’s Wife maakt eens te meer duidelijk dat een waargebeurd verhaal geen garantie biedt op een goed verteld verhaal. Dat bij het omzetten van een dagboek naar een roman naar een filmverhaal nuance en betekenis verloren kunnen gaan. Vooral het mechanisme van de mainstreamfilm om alles wat je ziet en voelt ook nog eens in woorden te vertalen leidt tot een kitserige nadrukkelijkheid die afbreuk doet aan de ongetwijfeld integere intenties van de film.