Cultuur

Interview

Interview

Edwin van der Sar: „Uiteindelijk is het mooi dat we vier keer de beste van Europa waren, maar je moet wel weer een aansprekend resultaat neerzetten.”

Foto Bastiaan Heus

‘Het is te lang stil geweest aan het Europese front’

Edwin van der Sar

Voor het eerst in twintig jaar de halve finale Europa League. In zijn eerste zes maanden als algemeen directeur voelt Edwin van der Sar dat Ajax nieuw territorium heeft bereikt. „Maar intern weten we: we zijn er nog lang niet.”

‘Ajax are back’, schreef de Britse krant The Telegraph . Het was de dag nadat Ajax in de eerste kwartfinalewedstrijd in de Europa League Schalke 04 bij de strot greep en niet meer losliet tot het laatste fluitsignaal. „Heb je dat gelezen?”, vraagt Edwin van der Sar (46). „Echt een fantastisch stuk.”

Het artikel verhaalt over de 2-0 zege als een ‘masterclass van aanvallend voetbal die herinneringen oproept aan de onoverwinnelijke elftallen van weleer’. Dat Ajax vervolgens in de return in Gelsenkirchen (3-2 nederlaag) de uitschakeling nabij was en in de verlenging op het tandvlees nog de halve finale bereikte – het zij zo. „Als het ware uit de dood herrezen”, zegt de Ajax-directeur.

‘Ajax are back’. Onderschrijft u dat?

Van der Sar: „Nou ja, wij zitten er hier altijd bovenop, die journalist natuurlijk niet. Hij ziet deze wedstrijd, leuk dat zo’n stuk geschreven wordt. Iedere gerespecteerde voetbaljournalist weet waar Ajax voor staat. Intern weten we wel: we zijn er nog lang niet. Je wil je permanent met de Europese top gaan meten. Dit is een mooie tussenstap, maar we moeten het ook laten zien in de Champions League. En het niveau van het elftal moet daarvoor nog omhoog.”

Van der Sar beseft dat de tijd onverbiddelijk voortschrijdt. „Er komt een categorie mensen die 1995 niet hebben meegemaakt, veel supporters hebben de jaren zeventig niet bewust meegemaakt. Uiteindelijk is het mooi dat we vier keer de beste van Europa waren, maar je moet wel weer een aansprekend resultaat neerzetten. Het liefst met voetbal dat we tegen Schalke- en Kopenhagen-thuis lieten zien.”

Ajax speelt woensdag om 18.45 uur de eerste halvefinalewedstrijd in de Europa League tegen Olympique Lyon. Voor het eerst in twintig jaar weer bij de laatste vier van een Europees toernooi.

In de kantine van trainingscomplex De Toekomst schuift de 130-voudig international Van der Sar aan voor een gesprek. Binnenkort – of het moet heel raar lopen – wordt hij door Wesley Sneijder (nu 128 caps) onttroond als recordinternational. Hij is van de stroming ‘records zijn er om gebroken te worden’. Grijns: „Maar ik heb alle vertrouwen in de verjonging die de nieuwe bondscoach gaat doorvoeren.”

Van der Sar is nu vijf jaar in dienst als directielid. Eerst als marketingdirecteur, later ook als voorzitter van het technisch hart – waar de voetbalbesluiten genomen worden. Als algemeen directeur is hij nu een half jaar (eind)verantwoordelijk voor, zeg maar, alles. Als er tien vragen over het eerste elftal gaan, zegt hij met onderkoelde ergernis: „Wordt dit alleen een voetbalverhaal? Want ik ben voor meer verantwoordelijk he.”

Terug naar het begin van het seizoen, de aarzelende openingszetten van Peter Bosz. Frank de Boer was net weg, de coach die zich zonder morren conformeerde aan het beleid waarbij zeven miljoen euro zo’n beetje de bovengrens was bij de aankoop van spelers. En ineens werd – na de uitschakeling in de voorronde Champions League – Hakim Ziyech voor meer dan 10 miljoen euro aangetrokken. Toen kon het ineens wel. Deze winter kwam ook nog David Neres voor 12 miljoen.

Wat moet De Boer daarvan vinden?

„Ik denk dat hij daar zijn schouders over ophaalt en zegt: ik heb het op mijn manier kunnen en mogen doen. En hij is zeer succesvol geweest, zeg ik met understatement. Uiteindelijk moet je kijken naar je elftal, wat je nodig hebt. Toen hebben we besloten om, vlak voor dat het transferwindow dichtging, toch Ziyech te halen. We wilden ons wapenen, er waren geluiden dat een of twee jongens met andere clubs bezig waren.

„Vanuit het technisch hart beslis je tot een aankoop, afhankelijk van wat het elftal nodig heeft. Dat leg je bij de commissarissen neer. Zoals je zegt: we gingen toch een andere categorie in, dus dat overleg je wel. Maar het is ook zo dat er wel wat geld op de bank stond na de verkoop van Arek Milik en Jasper Cillessen. En ik ga er van uit dat Marc [Overmars, directeur spelerszaken] de betere deals sluit.”

Bosz koos ervoor om een aantal uit de jeugd doorgebroken spelers op de bank te zetten. Is een Ajax-coach daar geheel vrij in?

„Ja. Anders moeten we zelf op die bank gaan zitten. Je moet het met elkaar doen. De filosofie is duidelijk, met de nadruk op eigen jeugd. Supporters zien dat ook graag. Maar die zien ook graag succes. Uiteindelijk proberen we zo’n sterk mogelijke selectie samen te stellen, leg je de nadruk op jongens die het Ajax-systeem kennen, die weten hoe het hier werkt. Niet dat ze de voorkeur hebben, maar daar willen we wel zo veel mogelijk mee door. Alleen een trainer maakt keuzes, overlegt met zijn staf. Op die manier moet er een winnend elftal staan.”

Van der Sar heeft het gevoel dat Ajax de afgelopen maand een drempel overgegaan is. „Marc heeft het over een ‘latje aantikken’. Nu ben je ineens twee stappen verder en sta je in de halve finale. Dat moet een gevoel geven zoals ik had met strafschoppen. Dat kan je op trainingen leuk doen, maar dat boeit niet als je ploeg op toernooien uitgeschakeld wordt omdat ik geen strafschop stop. Maar op een gegeven moment ga je penalty’s pakken, weet je wat dat is. Dat geeft vertrouwen. Ik hoop dat Ajax nu die drempel over is. Dat je op nieuw territorium komt en daar zoveel kick, ervaring, motivatie uithaalt dat je dit vaker kan halen.”

De halve finale moet weer normaal zijn?

„Dat is wel de insteek geweest bij de hervormingen.” Hij doelt op de periode sinds 2010, toen onder druk van Cruijff de club op de schop ging. „En ook mijn insteek, dat we Europees weer mee willen doen. Landstitels, graag. Maar uiteindelijk gaat het om het blazoen in Europa. Ik reis veel, voel dat Ajax nog altijd een grote naam heeft. In China bijvoorbeeld waar we drie sponsors vandaan halen. Of kijk naar Davinson Sánchez. Die kon naar Barcelona B of naar FC Basel, dat zeker Champions League speelt. Maar hij kiest voor Ajax, want hij weet wat Ajax doet met spelers.”

Gevraagd naar de vernoeming van de Arena naar Johan Cruijff neemt Van der Sar een lange verbale aanloop. Vorige week dinsdag op de 70ste geboortedag van de betreurde werd een intentieverklaring getekend tussen gemeente, stadion en Ajax. Persoonlijk gaf hij liever vandaag dan morgen de Arena de naam Cruijff mee. „Door Johan en Dennis zit ik op deze plek”, zegt Van der Sar. Het waren Cruijff en Bergkamp die hem polsten toen hij na zijn afscheid van het profvoetbal een invulling zocht.

„Maar uiteindelijk moet ik wel deze club leiden en ook voor de lange termijn juiste beslissingen nemen.”

Hoe zit Ajax in die gesprekken?

„Als huurder en aandeelhouder. Het zijn goede gesprekken geweest afgelopen maanden. En afgelopen dinsdag om – wat was het – half zeven was er witte rook en tekenden we de intentieverklaring.”

Zit u er ook als potentieel koper?

„Dat zou kunnen. Wij moeten wel het grote plaatje in ogenschouw hebben: waar willen we zijn met Ajax over vijf of tien jaar? Je wil wel permanent door die honderd miljoen omzet heen, los van Champions League-inkomsten. Dus zijn we met lange– en middellangetermijnplannen bezig.”

In dat geval moet de stadionnaam nog wel iets opleveren na aankoop.

„Nou, dat is op dit moment niet de insteek. Maar het zou nog altijd een mogelijkheid kunnen zijn. In de intentieverklaring is ook uitgesproken dat de naam gecombineerd kan worden. Dat heeft de familie Cruijff ook laten weten.”

Is er over een half jaar duidelijkheid of Ajax het stadion gaat kopen?

„Komend half jaar moeten er wel paaltjes neergezet worden. Hoe we de invulling van de komende tien, twintig jaar gaan doen. Ik ben er bij geweest vanaf het begin. Toen de eerste paal werd geslagen. Ik heb de eerste wedstrijd gespeeld tegen AC Milan, op een dramatisch veld. Een lappendenken die in loop der jaren door schade en schande fantastisch is geworden.”

Kortom: zoiets wil Ajax wel bezitten.

„Wie weet. Veel grote clubs hebben hun stadion in bezit. Daar zou je meer omzet mee kunnen genereren. We zijn geen Real Madrid dat een superster presenteert van wie 150.000 shirts over de toonbank vliegen. Laat staan dat we televisiedeals van 200 miljoen euro kunnen sluiten. Fox Sport ligt vast tot 2024, dus we zullen vooral commercieel stappen moeten maken om nog te groeien.

„Wat dat betreft komt het als geroepen dat we in de halve finale staan. En het werd ook wel weer een beetje tijd. We zijn een club die op een hele aparte manier in de voetbalwereld staat. Grote successen gehad, maar het is te lang stil geweest aan het Europese front.”