Geen botgroei? Dit moet een historische moord zijn!

Archeologie of politiewerk? Bij onderzoek van oude skeletten komen forensische technieken prima van pas.

Schedel van een man die in de late Middeleeuwen heeft geleden aan lepra. De neusholte die normaal smal is en een scherpe rand heeft, is hier breed en met een weggerotte rand - een belangrijke aanwijzing voor lepra. Dit schedel is het enige lepra-skelet in Nederland.

Voorzichtig graven onderzoekers een skelet op en bestuderen ze de beenderen op zoek naar sporen van geweld en ziekte. Zijn dit forensische experts van een cold case-team van de politie? Of acteurs in de zoveelste tv-serie, waarin experts in witte jassen een misdaad in een handomdraai oplossen?

Dat kan. Maar de kans is groot dat hier archeologen aan het werk zijn. Want archeologen zoeken niet alleen naar prehistorische sporen van mensen, ze doen ook onderzoek aan de resten van personen die lang geleden stierven. Als detectives proberen ze te achterhalen waar de gestorvenen vandaan kwamen, of ze gezond waren en hoe ze om het leven zijn gekomen. In combinatie met archiefstukken en grafvondsten tonen hun bevindingen bijvoorbeeld dat de persoon die is gevonden bij een opgraving, is omgekomen bij een bekende veldslag in de Middeleeuwen.

„Archeologen doen dit onderzoek vanouds aan de botten, maar de laatste twintig jaar zijn er heel veel technieken bijgekomen, zoals de DNA-analyse”, vertelt Anouk Veldman, locatiemanager en archeoloog bij archeologiecentrum Huis van Hilde in Castricum. Om daarvan een beeld te geven organiseert Huis van Hilde nu de tentoonstelling Cold cases, waar bezoekers zelf als een historische detective oude zaken van moord en doodslag kunnen oplossen.

Bobbeltje? Een man!

Elk onderzoek begint het met goed bekijken van de opgegraven beenderen. Is de schedel van een man of vrouw? Kijk bijvoorbeeld naar de glabella, een bobbeltje tussen de wenkbrauwbogen dat mannen doorgaans wel en vrouwen niet hebben (zie verder inzet over man-vrouwverschillen). Hoe oud de man of vrouw was kun je onder meer zien aan de mate van slijtage van het gewrichtsvlak van het schaambeen. De lichaamslengte bepaal je door de lengte van het dijbeenbot te vermenigvuldigen met 2,38 (de dijbeenformule).

Vaak vindt de archeoloog bij de beenderen ook voorwerpen, zoals metalen uniformknopen – en soms ook restjes kleding. Zo droegen de meeste van de geallieerde soldaten die tijdens de Tweede Wereldoorlog zonder naamplaatje stierven in Nederland, een Brits legeruniform. Dat wil niet zeggen dat de gestorvene uit het Verenigd Koninkrijk kwam, want in het Britse leger dienden ook Poolse en Canadese soldaten.

Met een boortje wordt een stukje tandglazuur afgenomen bij een Russische soldaat. Met isotopenonderzoek aan dat stukje glazuur kan worden vastgesteld waar iemand heeft geleefd. @

Isotopen wijzen op herkomst

Om de herkomst te bepalen, laten archeologen zogeheten ‘istopenonderzoek’ doen aan het skelet. Het lichaam neemt uit drinkwater en voedsel stoffen op. Die stoffen bestaan uit atomen en daarvan hebben sommige, terwijl ze toch van dezelfde ‘soort’ zijn, een iets andere samenstelling. Die atoomvarianten van hetzelfde element heten isotopen. De verhouding tussen de verschillende isotopen in je lichaam hangt af van de plek waar je woont, eet en drinkt. De verhoudingen tussen isotopen van zuurstof hangen bijvoorbeeld af van de regenval in een streek, terwijl die van het metaal strontium afhangen van de ouderdom van het gesteente daar.

Die verhouding blijft na de dood bewaard in het glazuur van het gebit en verraadt waar je vandaan komt. Zo konden de archeologen achterhalen welke soldaten van het Britse leger uit het VK kwamen en welke uit Canada en Polen. En zo bleek ‘Hilde’, de vrouw uit de vierde eeuw die in 1995 bij Castricum werd gevonden en het archeologisch centrum haar naam gaf, uit het oosten van Duitsland te komen.

Alles weg, typisch lepra

Beenderen vertellen ook iets over de gezondheid van de overledene, leert de schedel van een man uit Vronen, in de Middeleeuwen een dorp in Noord-Holland. „Hij heeft een brede neusopening, met afgeronde randen en het oppervlak is erg poreus. Typisch kenmerk van lepra. De leprabacterie tast zenuwen in en onder de huid aan, er ontstaat een ontsteking en het bot wordt op die plaats weggevreten”, legt fysisch antropoloog Constance van der Linde uit; zij stelde de tentoonstelling mede samen. „De tanden zijn normaal van vorm en dat betekent dat hij de ziekte op latere leeftijd heeft gekregen, niet als kind.” De man is het enige skelet met lepra dat tot nu toe in Nederland bekend is.

Vronen bestaat al lang niet meer. Hollandse legers verwoestten het dorp in 1297 tijdens een van de vele oorlogen met de opstandige Westfriezen. Het dorp werd nooit meer opgebouwd en leefde alleen voort in de kronieken. Toen een kwart eeuw terug vier skeletten werden gevonden in een tuin in de plaats Sint-Pancras, gingen archeologen opgravingen doen. Ze legden 132 graven uit de periode 1000-1300 bloot en wisten dat ze het kerkhof van Vronen hadden gevonden.

Geen botgroei aan de randen….

Enkele schedels uit deze graven bieden meer dan 700 jaar later nog steeds een huiveringwekkende aanblik. Diepe sneden verraden hoe de dorpsbewoners met zwaarden op het hoofd zijn geslagen. Een vrouw die tussen de 23 en 40 jaar was, heeft 8 steekwonden gekregen. In haar voorhoofd zitten twee scherpe sneden, met ongeschonden randen.

Schedel van een vrouw die eind 13de eeuw om het leven kwam op de plek waar nu het Noord-Hollandse dorp Sint-Pancras ligt. In haar voorhoofd zitten twee gave sneden, toegebracht door fatale stoten met een steekwapen. @

„Aan de randen van deze sneden zie je geen enkele botgroei”, zegt Van der Linde. Normaal gesproken ontstaat er tijdens de genezing op de plek van de verwonding botaanwas. Dit is bij deze schedel niet het geval. Het slachtoffer is dus direct of kort na de aanval gestorven. „De schedel is bij deze sneden ook volledig doorboord”, legt Van der Linde uit. „Dus de steekwonden zijn fataal geweest. En de plek doet vermoeden dat de aanval van boven kwam, bijvoorbeeld doordat een ruiter met een zwaard op haar inhakte.” De vrouw is met andere vrouwen waarschijnlijk in het dorp gedood, de mannen op het slagveld.

Tweekoppige adelaar? Een Rus!

Oorlog zou de streken bij Castricum in de eeuwen erna nog vaak teisteren. In 2013 werd in de duinen een skelet opgegraven, naast 45 tinnen knopen, loden kogels en een koperen plaat met een tweekoppige adelaar: het wapen van het tsaristische Rusland. Dit was waarschijnlijk een Russische soldaat, die was gesneuveld toen de Britten in 1799 de kust met kanonnen onder vuur namen. Isotopenonderzoek aan het glazuur van een kies bevestigde dat vermoeden. De strontiumisotopen wezen op Oost-Europa en de zuurstofisotopen op een kuststreek; waarschijnlijk woonde de man in het gebied boven Moskou.

Het beeld van de soldaat, dat in Huis van Hilde staat, heeft dan ook een Slavisch uiterlijk. „Inmiddels weten we door DNA-onderzoek dat de man verwant is aan volkeren in Centraal-Azië”, vertelt Anouk Veldman. „Op termijn zullen we het beeld een wat meer Aziatisch uiterlijk geven.” Zo blijft het historisch detective-werk zich ontwikkelen.