‘Door zijn muzikaal succes, zag hij de schaal van de Holocaust niet’

Django Reinhardt en het nazisme

De nazi’s probeerden zigeunergitarist Django Reinhardt „in het korset te rijgen”. Maar Volgens regisseur Étienne Comar is dat nooit helemaal gelukt.

Django Reinhardt (Reda Kateb) groeide tijdens de oorlog uit tot een Franse superster.

Jazz in het Derde Rijk: ook Stanley Kubrick speelde eind jaren tachtig met het idee om daar een film over maken. Werktitel: Dr. Jazz, de schuilnaam waaronder Oberleutnant Dietrich Schulz-Köhn in zijn undergroundblad Mitteilungen verslag deed van de jazzscene in de bezette steden van Europa. In Parijs hield Dr. Jazz zigeunergitarist Django Reinhardt de hand boven het hoofd.

Dr. Jazz duikt even op in Django, de biopic over Django Reinhardt die deze week in roulatie gaat. Als enthousiaste jazzpromotor én verleider van de gitaarvirtuoos die – mede door de uitsluiting van Angelsaksische jazz – tijdens de oorlog was uitgegroeid tot een Franse superster: een plaat van Reinhardt kostte op de zwarte markt al gauw twee kilo boter.

In Parijs, de informele pretstad van het Derde Rijk, danste de Wehrmacht in jazzkelders als Club Pygale en Club Roulotte op zijn ‘ontaarde’ muziek. Tot Django Reinhardt in de zomer van 1943 onder druk werd gezet om ook in Berlijn het moraal op te vijzelen: een vorm van collaboratie die hem te ver ging.

Reinhardt schoof de Duitse tournee voor zich uit en probeerde onder het mom van een vakantie in grensdorp Thonon-les-Bains met zijn familie naar Zwitserland te ontsnappen.

Uitlaatklep van soldaten

„De plaats waar de geschiedenis hem bij de vodden greep”, zegt de Franse scenarioschrijver Étienne Comar in Berlijn; zijn regiedebuut Django opende in februari de Berlinale. Django Reinhardts verblijf in Thonon-les-Bains is de sleutel van de biopic. Comar: „Het gaat over een man die door zijn muzikale succes verblind is geraakt voor de tragedie die zich rond hem afspeelt.”

In Thonon-les-Bains bleef Reinhardt niet lang onder de radar: een dorpscafé veranderde al snel in een jazzclub, bevriende muzikanten kwamen over uit Parijs, hij werd door de Duitsers gearresteerd en vrijgelaten – de lokale commandant bleek een verstokt jazzfan – wat hem weer verdacht maakte bij het Franse verzet. We zien de muzikant in Thonon-les-Bains moeizaam manoeuvreren tussen sinti’s, nazi’s en Frans verzet: daar wordt de apolitieke gitarist zich werkelijk bewust van de schaal van de Holocaust.

Toch ligt de kracht van Django minder in de Tony Gatliff-achige romantiek van zigeuners rond het kampvuur of de wat gekunstelde Sound of Music-intrige aldaar dan in zijn muziek, in Parijs. Zie de fraaie opening: een concert van zeven minuten anno 1943 voor een zaal vol verrukte Franse burgers en Duitse officieren: de muziek is van het Rosenberg Trio. Comar: „De nazi’s verboden jazz in de jaren dertig als Amerikaanse negermuziek, maar het probleem was dat jazz net zo populair was als later rock-’n-roll of techno. Soldaten hadden een uitlaatklep nodig, zeker toen het Derde Rijk in de verdediging werd gedrongen. Alles was toegestaan om het moraal hoog te houden.”

Muzikale grenzen opzoeken

Maar de nazi’s probeerden jazz wel te temmen. Django put herhaaldelijk uit de richtlijnen die de Duitse Gauleiter in Praag uitvaardigde voor jazzbandjes: geen riffs, drumsolo’s of scat, maximaal 20 procent foxtrot en 10 procent syncopatie, levenslustige teksten zonder ‘joodse somberheid’, een vlot allegro ‘passend bij het Arische gevoel voor discipline en gematigdheid’, evenwel zonder in het jachtige tempo van ‘hot jazz’ te vervallen, geen snaarplukken, de contrabas louter met strijkstok bespelen, enzovoorts. In de film rekt Django Reinhardt die muzikale grenzen telkens op, tot woede van zijn onwillekeurig met de voet tappende muziekcensors.

Hoe hij werkelijk dacht over muzikale collaboratie en verzet, is een open vraag: over Django Reinhardt is vrij weinig bekend. „We hebben zo’n 350 foto’s van hem en 3 minuten film, geen interviews, geen brieven, geen uitgebreide biografie: alleen verhalen van familie en vrienden”, aldus regisseur Comar.

Zijn hoofdrolspeler Reda Kateb ziet Reinhardt als een „zwijgzame, ongrijpbare man met innerlijke demonen, een groots, theatraal karakter die zich zeer bewust was van zijn charisma en daar volop gebruik van maakte. Jean Cocteau noemde hem een teder wild dier, een mooie omschrijving.”

Reinhardts fameuze grilligheid – hij kwam niet altijd opdagen bij zijn eigen concerten – blijkt uit de beginscène waarin hij bedaard in de Seine aan het vissen is terwijl een volle zaal op hem wacht. „De nazi’s probeerden hem in het korset te rijgen, dat is nooit helemaal gelukt”, zegt Comar. „Je kan dat als metafoor voor de jazz zien als je wilt.”