Recensie

De mythe rond Malick

Regisseur

Terrence Malick weigerde jarenlang in het openbaar te verschijnen, maar tegenwoordig schuift de regisseur aan bij vragenuurtjes voor de pers.

De verlegen Terrence Malick (rechts) lijkt zich inmiddels meer op zijn gemak te voelen in het openbaar. Foto Michael Alan Brown/Flickr Creative Commons

Rond regisseur Terrence Malick (1943) hangt al decennialang een mythisch aura. Dat heeft te maken met de beperkte hoeveelheid films die hij tot voor kort maakte, maar vooral met zijn pertinente weigering in het openbaar te verschijnen en interviews te geven. Malick doet denken aan de legendarische schrijver J.D. Salinger, die zich na het immense succes met The Catcher in the Rye ook terugtrok.

Malick brak door met de poëtische misdaadfilm Badlands (1973) en maakte vijf jaar later het (visueel) indrukwekkende Days of Heaven. Daarna was het twintig jaar stil, een perfecte voorwaarde voor mythevorming. Waar was de meester? Waar hield hij zich mee bezig?

Lees ook de recensie van Malicks nieuwste film ‘Song to Song’: Mooi, welgesteld en diep eenzaam in de muziekwereld

Het oorlogsdrama The Thin Red Line markeerde in 1998 zijn terugkeer, waarna hij in het nieuwe millennium zijn tempo – voor zijn doen – flink opschroefde. Sindsdien maakte hij nog vijf films, tussen de laatste vier zit gemiddeld slechts twee jaar. Door die productiviteit werd Malick al bijna een gewoon filmmaker, ware het niet dat hij nooit acte de présence gaf op filmfestivals of bij premières. Zijn acteurs deden de promotie, hij bleef thuis.

En nu blijkt Malick een gewone sterveling , niet de mythe die van hem gemaakt is. Tot verbazing van velen schoof hij op het festival SXSW de ochtend na de première – waar hij traditiegetrouw afwezig was – van zijn nieuwste film Song to Song aan bij een Q&A. Er mochten zelfs foto’s van hem gemaakt worden, iets wat Malick eerder verbood toen hij in oktober 2016 een inleidende Q&A gaf bij de vertoning van een van zijn favorieten, Rossellini’s huwelijkscrisisdrama Viaggio in Italia (1954). Zo’n publiek optreden was een half jaar geleden nog een zeldzaamheid, inmiddels lijkt de verlegen Malick, die meestal met hoed op gezien wordt, zich meer op zijn gemak te voelen in het openbaar. Dat hij daarmee zijn eigen mythe afbreekt, nemen we maar voor lief.