Recensie

Vogelparadijs: een rijk en vol portret van Peter Vos

Zap

Vogelparadijs is een overvolle documentaire over tekenaar Peter Vos (1935-2010) en de Gouden Eeuw van Vrij Nederland.

‘Vogelparadijs - Peter Vos, tekenaar’ (NTR).

Een paar jaar geleden maakte David de Jongh een ontroerend mooi documentair portret van zijn vader, fotograaf Eddy de Jongh. Foto-Eddy schetste het werk en het milieu van de bloeitijd van Vrij Nederland, het talent en de creativiteit, maar ook de drankzucht en somberheid van de hoofdpersoon.

In veel opzichten is Vogelparadijs: Peter Vos, Tekenaar (Het Uur van de Wolf/NTR) een eveneens zeer geslaagde vervolgfilm. De rol van de zoon is nu overgenomen door Sander Vos, die als belangrijkste verteller een zeer vergelijkbaar verhaal aan ons kwijt wil. Ook nu gaat gelukkig de meeste aandacht naar het weergaloze werk van zijn vader (1935-2010), bewonderd door collega’s als Peter van Straaten en Siegfried Woldhek.

Er is heel veel om naar te kijken in de film, zoals de minder bekende reeks tekeningen over de depressie, waarin Peter Vos terechtkwam na het stranden van zijn eerste huwelijk. Er zijn ook veel documentaire beelden van vogels, Vos’ favoriete onderwerp, vaak ook als allegorie van mensen en gebeurtenissen. De maraboe, dat is vader Cornelis Vos, die vond dat zijn zoon een beroemd en gevierd tekenaar moest worden, maar te jong stierf om dat nog mee te kunnen maken.

Zelf is Peter Vos nu eens de gestileerde versie van Pulcinella uit de commedia dell’arte , maar toch ook de leeuw, die hij meer dan veertig jaar elke week een andere gedaante gaf, in de column Terzijde. Net als De Jongh sr. maakte Vos deel uit van de Gouden Eeuw van Vrij Nederland, een broeinest voor getalenteerde columnisten, interviewers, verslaggevers, fotografen en tekenaars. Maar het waren veelal lastige portretten, die het zichzelf en elkaar moeilijk maakten, om nog maar te zwijgen van hun kinderen.

Velen komen aan het woord in de overvolle documentaire van bijna anderhalf uur: vrienden, geliefden, collega’s, helden van de linkse kerk. Heel mooi zijn de bijna gekalligrafeerde, rijk geïllustreerde brieven aan jeugdvriend Louis Andriessen, maar ook de prentbriefkaarten met eigengemaakte postzegels voor zoon Sander en diverse exen zijn gedetailleerde miniatuurtjes. Volgens een andere vriend, Marcel van Dam, gaf hij liever werk cadeau dan dat hij het verkocht.

Zoon Sander richtte zich ondanks de tekenlessen in Artis toch liever op de film. Hij werd een van de beste editors van het land, winaar van drie Gouden Kalveren voor montage. Ook adviseerde hij De Jongh bij de montage van de film over zijn vader, die een opvallend hoog tempo heeft. Zo productief als Peter Vos was als tekenaar, zo gevuld als zijn leven met mensen en ervaringen, zo vol en rijk is ook de film. Maar eigenlijk hield de hoofdpersoon niet zo van mensen, hij werd er altijd een beetje nerveus van. Volgens de zoon dronk hij vooral uit angst. En kon dan ondanks alle zachtaardigheid nog behoorlijk vilein worden.

De vogels zorgen, ook in de film, voor rustpunten en momenten van contemplatie. Dat is allemaal bijzonder goed gelukt, net als het respect waarmee ook de negatieve kanten in het karakter van kunstenaar en vader behandeld worden.

Wat mij betreft is het ook een heel interessant document over de jaren 70 en 80, toen het geld en de creativiteit (dat laatste woord deed Vos altijd in woede ontsteken, net als abstracte kunst) tegen de plinten klotsten in de kwaliteitsjournalistiek. Wat alle onthullingen door de kinderen van de van hun voetstuk vallende helden ook psychologisch en sociaal mogen betekenen, er blijft zelfs in de ogen van degenen die er het meest de dupe van werden, ook altijd bewondering voor wat er toen is neergezet, zo tussen het cafébezoek en het hoeren en snoeren en roddelen door.