De bonobo is meer ‘oeraap’ gebleven dan de chimp

Evolutiebiologie

Voor het eerst zijn de spieren van de bonobo geanalyseerd. Hij blijkt veel ‘primitiever’ dan de chimpansee.

Bonobomannetje. Volwassen bonobo's hebben een zwart gezicht. Foto iStock

De spieren in het gezicht en de armen van bonobo’s zijn de afgelopen twee miljoen jaar niet veranderd. Bij de chimpansee, de naaste verwant van de bonobo, gebeurde dat wel. Als het om spieren gaat lijken bonobo’s dus meer op hun gemeenschappelijke voorouder met mensen dan chimpansees.

Dat concluderen Amerikaanse anatomen uit de ontleding van zeven bonobo-kadavers. In hun publicatie over de ontleding, vorige maand verschenen in Science Reports, noemen ze de bonobospieren een opvallend voorbeeld van evolutionaire stilstand.

Mysterieuze mensaap

De laatste voorouder van chimpansees en bonobo’s met mensen is een mysterieuze mensaap. Wanneer hij precies leefde en hoe hij eruit zag is onbekend. Uit een DNA-onderzoek van vorig jaar rolde dat de twee populaties, oer-bobobo/chimps aan de ene kant, oer-mensen aan de andere kant, al vanaf 12 miljoen jaar geleden uit elkaar begonnen te drijven, en ergens tussen de 9,3 en 6,5 miljoen jaar geleden definitief gesplitst zijn geraakt. Maar fossielen van deze verre voorouders zijn er niet: die blijven in de tropische wouden van Afrika niet bewaard.

In de evolutiebiologie is er daarom discussie over de vraag of bonobo’s of chimps het meeste op de gemeenschappelijke voorouder lijkt. Evolutionair gezien staan de twee mensapen dicht bij elkaar. De voorouders van bonobo’s en chimpansees werden tussen de 1,5 en 2 miljoen jaar geleden van elkaar gescheiden toen de Congorivier ontstond.

Grote verschillen

Ondanks hun nauwe verwantschap bestaan er grote verschillen in hun gedrag en uiterlijk. Chimpansees zijn gespierd en leven in groepen waar dominante mannetjes die dienst uitmaken. Bonobo’s zijn ranker en leven in groepen waar vrouwtjes de baas zijn.

De meeste anatomische vergelijkingen tussen mens, bonobo en chimpansee zijn gebaseerd op de vorm van het skelet. Maar houding, voortbeweging en handigheid hangen net zo goed samen met de organisatie van het spierstelsel, merken de anatomen op.

Bonobospieren zijn tot nu toe zelden onderzocht. Vooral doordat bonobokadavers zeldzaam zijn. In Europa zijn maar een handvol dierentuinen die bonobo’s houden. Gelukkig hadden de verzorgers van de Belgische dierentuin Planckendael (onderdeel van Zoo Antwerpen) tussen 2008 en 2010 de vooruitziende blik om de bonobo’s die in het park stierven in te vriezen. Tussen de dode dieren waren volwassenen en jonkies, mannetjes en vrouwtjes. Een paar waren er gestorven aan een infectie, maar er zat ook een verdrinking tussen. De ontleding verliep spier voor spier. Die informatie is nu gebundeld in een atlas van alle bonobospieren. Voor chimpansees, gorilla’s en mensen bestonden die atlassen al.

Menselijke lachspier is uniek

De anatomen telden 28 verschillen tussen bonobo’s en chimpansees enerzijds en mensen anderzijds. Twintig daarvan zijn grote verschillen, waarbij een spier bij mensen wél aanwezig is en ontbreekt bij chimpansees en bonobo’s, of andersom. De risorius of lachspier, die mondhoeken omhoog trekt bij een glimlach, is bijvoorbeeld uniek voor mensen. En chimpansees zijn de enige apen die de spieren tussen de middenhandsbeentjes behouden, die bij mensen versmelten met andere handspieren.

De spieren van de mens veranderden de afgelopen miljoenen jaren vele malen sneller dan die van bonobo en chimp, zagen de anatomen. Bij de chimp telden de onderzoekers maar vier veranderingen in hoofd- en armspieren en bij de bonobo geen.

De veranderingen bij de mens waren bovendien uniek. Er verdwenen of verschenen spieren die nog nooit eerder in de evolutie verdwenen of verschenen. De veranderingen van de chimp waren al eens bij andere apen gezien.