‘Dan ga je toch gewoon verhuizen?’

Banenmarkt

In Ulft helpt de kerk mensen aan het werk. Want een baan vinden kan lastig zijn in een krimpregio als de Achterhoek.

Foto Bas Meijer

Ulft lijkt op maandagmiddag, zo rond een uur of twee, een uitgestorven plek. De Albert Heijn in het dorp in de Achterhoek heeft genoeg aan één kassamedewerker. Niemand die er nu zijn boodschappen doet.

Toch komen er plots twee fietsers vanuit tegengestelde richtingen de straat naast het kerkplein binnenrijden. Een man en een vrouw van middelbare leeftijd zetten hun fietsen in het rek voor een oud klooster. ‘Banenmarkt’, staat op een bord vlak bij de ingang. De organisatie van de markt: de kerk.

Werk zoeken kan lastig zijn. Helemaal wanneer je in een regio woont waarin het aantal inwoners daalt, de bevolking vergrijst en voorzieningen verdwijnen. De Achterhoek is zo’n krimpregio. In de gemeente Oude IJsselstreek, waartoe Ulft behoort, nam het aantal inwoners in 2016 ondanks de komst van vluchtelingen af.

De Raad van Kerken, een overkoepelende organisatie van de katholieke kerk en verschillende protestantse gemeenten uit de streek, organiseert hier jaarlijks een evenement voor werkzoekenden uit de omgeving. Dit jaar heeft het evenement een nieuwe vorm: een banenmarkt waarop betrokken instanties zoals uitzend- en wervingsbureaus een kraampje hebben, gecombineerd met workshops.

Kor Datema, voorzitter van de Raad van Kerken, staat bij de ingang van het klooster en begroet de mensen die langzaam binnendruppelen. Naast hem hangt een schema waarop verschillende workshops prijken: ‘LinkedIn-training’, ‘cv-update’ en ‘tips bij het solliciteren’. Wie geïnteresseerd is, kan zijn of haar naam met een stift in het vakje achter een training noteren.

„Werkloos zijn is een eenzame bezigheid”, zegt Datema. Vanuit het diakonaat, de protestantse beweging die zich bezighoudt met mensen in nood, kwam in 2010 daarom het idee voor een bijeenkomst voor werklozen. Het bleek nodig. „Want dat was midden in de crisistijd”, zegt Datema.

Dit jaar verzamelen zich twintig mensen in een zaaltje met linoleumvloer, voor een kop koffie, een koekje en een welkomstwoord. Het is niet het aantal waarop de organisatie hoopte: de afgelopen keren kwamen er zo’n vijftig man. Maar dat zou ook een goed teken kunnen zijn, zegt Datema. De landelijke werkloosheidscijfers dalen immers.

Hoe staan de krimpregio’s ervoor? Bron CBS/NRC

Advocaat in Ulft

In een kleine ruimte met aan de wanden oude teamfoto’s van lokale sportclubs, geeft de zelfstandige loopbaancoach Selma Kruiniger uit buurtdorp Silvolde een workshop. Vergeleken bij het gros van de aanwezigen (middelbare leeftijd, afkomstig uit de regio) valt het gezelschap in deze kamer op: mensen uit onder andere Irak, Syrië en Pakistan zitten aandachtig te luisteren. Nu ze een status hebben, kunnen ze werk zoeken. Een uitdaging, want de verscheidenheid aan banen is beperkt in deze regio.

Zo vertelt Gulnar Gill, een vrouw uit Pakistan, dat ze administratief werk zoekt. Gill stelt zich voor als advocaat en mensenrechtenactivist en heeft een duidelijk stappenplan in haar hoofd: „Eerst zich de taal eigen maken, dan een master rechten in Nijmegen, en dan terug de advocatuur in.”

Maar hoogopgeleid werk is moeilijk te vinden in de omgeving van Ulft, weet loopbaancoach Kruiniger uit ervaring. „De grap is: ik zoek zelf ook werk, nu al zo’n driekwart jaar”, zegt ze. Dit soort bijeenkomsten doet ze vrijwillig. „Bij het zoeken naar banen kijk ik naar werk met een reistijd van maximaal een uur. Maar een grote stad als Utrecht, waar in de regel meer banen te vinden zijn, is al anderhalf uur rijden vanaf hier. ‘Dan ga je toch gewoon verhuizen’, hoor ik vaak. Maar daar wordt wel erg gemakkelijk over gedacht, vind ik.”

Eenzijdig aanbod van banen

Op de eerste verdieping is voor de gelegenheid een ruimte ingericht als banenmarkt. UWV-adviseur Huib de Knegt loopt er op eigen initiatief rond, om even rond te kijken. „We moedigen lokaal initiatief aan”, zegt hij. Het advies van De Knegt is duidelijk: werkzoekenden in krimpregio’s als deze moeten bereid zijn langer te reizen óf zich om te scholen.

Het banenaanbod in de Achterhoek is namelijk eenzijdig, zegt hij. „Er is vooral werk in de technische industrie, in de bouw of in de transportsector.” En veel Achterhoekers willen volgens hem het liefst de kerktoren nog kunnen blijven zien. Dat kan dus niet, zegt De Knegt. „Een reistijd van anderhalf uur vind ik bovendien heel normaal.”

René Vriezen uit het nabijgelegen dorp Etten gaat zitten aan een tafel met foldertjes. Hij verzucht: „De man van het reïntegratiebureau dat mij begeleidt, vindt dat ik moet verhuizen.” Zijn handen, knieën en voeten zijn na 32 jaar werken in de bouw versleten. Op dit moment is hij vrijwilliger bij de kringloop, maar hij zou graag begeleider worden in de zorg. Zijn reïntegratiebureau zit in Utrecht. „Die mensen denken toch een beetje gemakkelijker over werk zoeken. Ik ga niet weg hier. Ze zeggen weleens: ‘Overal wordt brood gebakken.’ Maar of het mij smaakt, dat is een tweede.

Daarbij speelt het Vriezen parten dat hij nooit heeft hoeven solliciteren. Via een familielid kwam hij ooit in de bouw terecht. Loopbaancoach Kruiniger ziet vaker dat mensen in dorpen zo een baan krijgen: „Dat hoge ons-kent-onsgehalte is ook een voordeel. Mensen gunnen elkaar meer.”

Marcel Dekker en Edwin Reesink van Laborijn, de instantie verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Participatiewet, zien dat ook. Aan het arbeidsethos ligt het volgens beide heren niet. „De mentaliteit is hier goed”, zegt Reesink. „Laatst vroeg iemand van een uitzendbureau uit de Randstad om veertig mensen voor een klus, omdat er zo’n twintig mensen nodig waren. Wisten zij veel dat mensen hier wél op komen dagen.”

Van de 2.300 mensen die in deze regio in de bijstand zitten en bij Laborijn bekend zijn, zijn er zo’n 391 mensen zelfs alsnog – onder bijstandsniveau – aan het werk. Dat loon wordt van hun uitkering afgetrokken. „Daaruit blijkt hoezeer gemotiveerd deze mensen zijn”, zegt Dekker.

Misschien, zegt hij, is het ook de sociale controle in deze dorpen. Want de mensen die aan het einde van de middag vanuit het klooster naar huis gaan, zullen door een lege straat fietsen. En dat valt toch op.