Commentaar

Zorgtaken eerlijker verdelen is een kwestie, maar niet voor Brussel

Is de burger blijer met ‘Brussel’ als het de lidstaten tot een beter vaderschaps- en ouderschapsverlof dwingt? Het Commissievoorstel van vorige week om een tiendaags vaderschapsverlof en vier maanden ouderschapsverlof verplicht te stellen, ademt in ieder geval de ambitie van voorzitter Juncker om Europa een ‘socialer’ gezicht ge geven. En niet meer alleen het Europa ‘van markt en munt’ te zijn, dat juist wordt geassocieerd met afbraak van bescherming en de nadelen van migratie.

Er waren eerdere successen: het vergemakkelijken van het grensverkeer, het afbreken van ‘roaming’ tarieven voor telefoons, het nooit meer geld wisselen binnen de EU, de slimme ‘Schengen’ poortjes op de luchthavens, de Erasmus-studiebeurzen. Maar hoort extra kraamverlof in dat rijtje thuis? Of is dat nou juist iets dat aan de lidstaten zelf overgelaten kan worden? Europa is immers ook gebouwd op de gedachte dat hogere overheden niets moeten regelen dat evengoed, zo niet beter, aan lagere overheden overgelaten kan worden.

Dat de zorgtaken tussen man en vrouw beter moeten worden verdeeld, kan Brussel wel nagegeven worden. Tegelijk is dit ook een staaltje Europees ‘social engineering’ op lidstaatniveau, die in arbeids- en man/vrouw cultuur behoorlijk van elkaar verschillen. Nederland, Luxemburg, Italië en Griekenland kennen een betaald kraamverlof voor vaders van 2 dagen – Polen 10, Litouwen 20 en Portugal 25 dagen. Het onbetaalde ouderschapsverlof van maximaal een half jaar in Nederland wordt intussen door vaders vrijwel niet benut: 11 % van de vaders en 22% van de moeders.

Het antwoord op deze scheve verhouding hoeft echter niet uit Brussel te komen. Sociale partners en politieke partijen in Nederland zijn het aan hun stand (en hun kiezers) verplicht hier zelf stappen te zetten. Al was het maar omdat de kosten opgebracht moeten worden door Nederlandse werknemers of belastingbetalers. In de polder wordt al sinds 2006 vruchteloos over dit thema onderhandeld. Vooral het op maat van elkaar overnemen van zwangerschaps- of ouderschapsverlof, naar Duits voorbeeld, is dan een goed idee. In Nederland is dat in 2014 mogelijk gemaakt, maar alleen bij de dood van de kraamvrouw, wat wel een hele strenge beperking is. Of een kraamverlof voor vaders nu 2 of 5 dagen mag duren, maakt intussen zo weinig verschil dat het niet de moeite van de heisa waard lijkt. Een uitruilbaar zwangerschapsverlof en een dito, financieel aantrekkelijker ouderschapsverlof – dat zet wel zoden aan de dijk. Zowel voor het eerlijker verdelen van zorgtaken tussen mannen en vrouwen als het gezamenlijk bouwen van een band met hun jonge kinderen.