De Thuiskok: Dineren als het peloton

Aanstaande vrijdag start de honderdste editie van de Giro d’Italia. Ik vind wielrenners fascinerend; ze rijden heroïsche wedstrijden, en ze eten daarvoor belachelijke hoeveelheden. Zo hebben ze tijdens een ronde als de Giro tussen de 5.000 en 8.000 calorieën per dag nodig, drie tot vier keer zoveel dan gemiddeld. Ongelofelijke porties.

Renners aten zich vroeger het schompes aan pasta, rijst en biefstuk om het binnen te krijgen. Gelukkig zijn die tijden voorbij, weet ik sinds mijn bezoek vorig jaar aan kok Jasper Boom van de Nederlandse Lotto-Jumboploeg. Boom zweert bij sous-vide koken, waarmee hij renners vlak na de koninginnenrit van de Tour de France langzaam gegaarde kalfwangetjes voor kan schotelen.

De Noorse ploegkok van het Britse Team Sky kan zo mogelijk nog meer: Henrik Orre is een voormalige chef-kok van het tweesterrentent Matsalen in Stockholm. Team Sky is het equivalent van FC Barcelona of Real Madrid in het peloton. De ploeg heeft het grootste budget en met drievoudig Tourwinnaar Chris Froome de beste ronderenner. Een voormalige tweesterrenchef als kok past daar wel bij. Orre, die uit een fietsfamilie komt (vader reed op de Olympische Spelen, broer was Noors jeugdkampioen), bracht twee jaar geleden het kookboek Vélochef uit.

Simpelheid van de recepten

Nu is het in het Nederlands vertaald. Het is voor renners van alle niveaus: zo gaat Orre op bezoek bij toprenners Edvald Boasson Hagen en Richie Porte om te vragen wat zij eten, maar hij maakt ook recepten voor en na fietstrainingen en naar eigen zeggen „voor op feestjes”. Er zijn pasta’s en salades, veel vis, maar ook varkensnek, ijs, pizza’s en tiramisu. Bovendien is Velóchef niet alleen interessant voor wielrenfans. Wielrenners moeten dan wel veel eten, ze mogen ook geen grammetje aankomen of afvallen tijdens het fietsen. Ze kiezen de ingrediënten die ze binnenkrijgen met grote zorg. Zo bewust bezig zijn met eten of diëten past helemaal bij de moderne foodies. Die groep zal dan ook de dadels, de kokosolie, de agavesiroop, het chiazaad en de boekweit in dit boek waarderen. Het belangrijkste pluspunt van dit boek vind ik echter de simpelheid van de recepten.

Er staan smaakvolle en toch eenvoudige gerechten in. Blijkbaar willen renners, net als wij, gewoon puur en gezond eten, zonder al te veel toevoegingen of moeite. Wat dat betreft is dit boek helemaal van deze tijd.