Column

Pijnlijke reconstructie

Leek de PvdA eindelijk in rustiger vaarwater (of was het dood tij? ) beland, komen er toch weer donderwolken overdrijven. Uit een reconstructie in NRC van Thijs Niemantsverdriet blijkt dat ze het afgelopen jaar in de partijtop stevig hebben gebakkeleid. Het werd al die tijd goed onder de pet gehouden, maar nu is aan de omerta toch een einde gekomen.

Wat blijkt vooral? Dat Samsom een andere rol heeft gespeeld dan de buitenwereld tot dusver dacht. Hij zou een afspraak hebben geschonden die hij met Asscher, Dijsselbloem en Spekman had gemaakt. Ze zouden gevieren in september 2016 besluiten of Samsom zich zou kandideren als lijsttrekker.

Samsom wilde aanvankelijk, evenals Spekman en Dijsselbloem, een lijsttrekkersverkiezing, hij moedigde zelfs Asscher daartoe aan. In de zomer bedacht hij zich echter, en drong hij er bij Asscher op aan om zich niet te kandideren – hij wilde zelf de lijsttrekker worden. Asscher vond zichzelf een betere kandidaat en besloot de strijd aan te gaan.

Het resultaat is bekend: een electoraal bloedbad.

Toen mijn vrouw het artikel van Niemantsverdriet had gelezen, bleef het gevaarlijk lang stil. Ik had het al gelezen, maar hield me gedeisd – partijleden onder elkaar, daar moet je zoveel mogelijk buiten blijven. Het eerste wat ik hoorde, was een peilloos diepe zucht. Daarna kwamen de woorden, uitgesproken met een imposante mengeling van meewarigheid, bezorgdheid en berusting.

„Wat me het meest verbaast”, zei ze, „is het langs elkaar heen praten. Onbegrijpelijk. Daar heb je vier snuggere, geestverwante mannen die elkaar in afzondering regelmatig spreken, maar kennelijk niets durven uit te praten. Samsom laat weten dat hij aan de interne lijsttrekkersverkiezing wil meedoen, maar niemand durft hem dat keihard af te raden. Ze zeggen alleen dat hij ‘ook ruimte in zijn hoofd’ moet maken ‘voor de gedachte dat je een stap opzij moet doen’. Asscher vindt dat ook, beschouwt zichzelf bovendien als een betere kandidaat, maar blijft lange tijd aarzelen. Zo blijven ze maanden om elkaar heen draaien zonder tot een duidelijke beslissing te komen.”

En uiteindelijk loopt het uit op een bittere clash tussen Asscher en Samsom

„En uiteindelijk loopt het uit op een bittere clash tussen Asscher en Samsom”, vulde ik aan. „Met als gevolg: Samsom kapot, Spekman kapot, Asscher en de partij zo goed als kapot.”

Mijn gedachten gingen even terug naar de emotionele bijeenkomst in december 2016 in de Rode Hoed, waar Asscher en Samsom elkaar op het podium in de armen vielen en Samsom zijn hoofd tegen de schouder vlijde van de tegenstander die hem zojuist verslagen had. Het leek een nederige geste, maar ‘met de kennis van nu’ kunnen we er beter een heftig verwijt in lezen: ‘Lodewijk, waarom heb je mij dit aangedaan?’

Mijn vrouw raadde mijn gedachten – wat ze trouwens iets vaker doet dan mij lief is – en zei: „Asscher had zich niet moeten kandideren, hij heeft de nederlaag geleden die ook voor Samsom onvermijdelijk zou zijn geweest.”

Ik knikte. „Hij had beter tegen Samsom kunnen zeggen: ‘Wil jij zo graag? Ga je gang’.”

Gisteren hoorde ik de Amerikaanse journalist Thomas Frank in Buitenhof zeggen: „De sociaal-democraten weten niet meer waar ze voor bestaan.”

Mijn vrouw hoorde dat niet – en het leek me maar beter dat zo te laten.