Op die Zeeuwse dijk is het altijd weer raak

Verkeersveiligheid

Vorig jaar vielen er 629 verkeersdoden, acht meer dan in 2015. Zeeland en Drenthe zijn voor automobilisten het gevaarlijkst, aldus het CBS.

Stijging van het aantal verkeersdoden doet zich vooral voor onder automobilisten. Foto Novum RegioFoto

Elk jaar rijdt er wel een automobilist van de dijk in het Zeeuwse Oud-Vossemeer. Krult zich om een van de bomen. Of belandt in de sloot. En elke keer is het weer hevig schrikken voor Willem Pons, gepensioneerd automatiseerder. Hij bewoont sinds 1981 een boerderij in deze flauwe bocht, de verraderlijkste van Zeeland. „Ik heb meegemaakt dat de auto aan de kant van de bestuurder zo zwaar was ingedeukt, dat ik niet meer kon zien of er iemand achter het stuur had gezeten.”

Over de oorzaak van de ongevallen kun je lang speculeren. Sommigen rijden gewoon te hard. „Ik kan me voorstellen dat zo’n flauwe bocht een uitdaging is”, zegt Pons. Enkele decennia geleden werd er door automobilisten ook nog heel veel alcohol gedronken. „Ik herinner me een man die een taartje in zijn hand had, dat bij het ongeluk tegen zijn gezicht was geklapt. Die was erg dronken.”

Nergens in Nederland vielen de afgelopen vijf jaar relatief meer doden onder automobilisten dan in Zeeland en Drenthe, zo blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Weliswaar vielen de meeste slachtoffers in Noord-Brabant en Gelderland, maar daar werden ook meer kilometers afgelegd. Zo bezien lopen automobilisten in Noord- en Zuid-Holland, waar veel wordt gereden, het minste risico. CBS-hoofddemograaf Jan Latten: „Het kan ermee te maken hebben dat in de Randstad de wegen beter geoutilleerd zijn dan elders. Het maakt verschil of je op een vijfbaanssnelweg tussen Amsterdam en Utrecht alleen maar op je rijbaan hoeft te blijven, of dat je op een B-weg zit met een rij bomen ernaast.”

Verkeersdoden onder automobilisten per miljard kilometers:

In het verkeer kwamen vorig jaar 629 personen om. Dat zijn er 8 meer dan in 2015, het jaar waarin het aantal dodelijke slachtoffers ineens steeg met 51 tot 621. Minister Schultz (Infrastructuur en Milieu, VVD) stelt zich al jaren ten doel het aantal verkeersdoden in 2020 te hebben gereduceerd tot vijfhonderd. Ooit leek dat haalbaar, na een periode van veertig jaar waarin het aantal doden was gedaald. Nu is dat doel ver weg.

Nederland afgezakt

Er is veel discussie over het risicogroepen in het verkeer, zoals onvoorzichtige bejaarde fietsers of jonge whatsappers op de fiets. Toch blijkt uit de cijfers dat de stijging zich vooral voordoet onder automobilisten. Het aantal overleden inzittenden van personenauto’s steeg van 187 in 2014 naar 231 vorig jaar terwijl het aantal omgekomen fietsers de laatste drie jaar schommelt tussen de 180 en 190. De meeste doden, 22 procent van het totaal, vielen onder jonge automobilisten tussen de 18 en 25 jaar oud. Ook 75-plussers zijn vaak de klos. Veelzeggend, omdat zij gemiddeld slechts 5 kilometer per dag in de auto afleggen, tegen bijvoorbeeld 12 kilometer per dag door jongeren.

In een ranglijst over verkeersveiligheid met Europese landen is Nederland vorig jaar afgezakt naar de negende plaats. We stonden lang derde. Directeur Peter van der Knaap van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid doet een „oproep” aan de politiek om maatregelen te nemen. „Het gaat niet vanzelf beter.” Zo’n 85 procent van de dodelijke ongevallen gebeurt op provinciale en gemeentelijke wegen. „Vooral gemeenten zeggen dat ze te weinig geld hebben voor verbeteringen.” Zoals het scheiden van fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer, het aanleggen van rotondes, of serieus werk maken van het inrichten van woongebieden waar je niet harder dan dertig kilometer per uur mag rijden, in plaats van er alleen een bord te plaatsen. „Er wordt geen appèl gedaan op automobilisten om zich aan de limiet te houden.”

Bewoners van Oud-Vossemeer betwijfelen of enkele lage drempels, beter asfalt en een duidelijke belijning het aantal ongevallen in hun dorp zal doen dalen. „Er zijn veel drastischer maatregelen nodig”, zegt Marjella de Bruijn, koerier van beroep. Ze is zelf ooit verhuisd naar de rand van het dorp vanwege de verkeersdrukte. „Toen ik kinderen kreeg, dacht ik: weg hier.” In een schuur staan twee tieners aan een bromfiets te sleutelen. Verontwaardigd vertellen ze over alle ongelukken op de Molendijk. „De broer van mijn zwager is er ook verongelukt”, zegt Erik Uijl. „Hij reed altijd heel voorzichtig. Maar de weg was glad door afgevallen bladeren.” Zijn vriend, Daan van Poortvliet, weet wat er moet gebeuren. „Bomen weghalen en een vangrail plaatsen.” Het allerbeste zou een rondweg zijn. „Daar schijnt men over na te denken.” Hij schudt zijn hoofd, alsof hij niet gelooft dat het er ooit van komt.

Correctie (2 mei 2017): in een eerdere versie van dit bericht werd Peter van der Knaap geciteerd als zou tweederde van dodelijke ongevallen op provinciale en gemeentelijke wegen gebeuren. Dat moet zijn: 85 procent. Hierboven is dat aangepast [red.].