‘Juf bijscholen tot mannelijke leraar is wat extreem’

onderwijs

De ‘verjuffing’ van het onderwijs roept discussie op. Bewijs voor slechte invloed op jongens is er niet, zeggen onderzoekers.

Foto iStock

Het ‘jongensprobleem’ is terug. De groeiende vrouwelijke invloed in de samenleving en in het onderwijs zet jongens onder druk, waarschuwden theatermaker Lucas de Man en onderwijsadviseur Lauk Woltring maandag in NRC. Jongens zouden slechter presteren omdat klassen ‘verjuffen’. Ze zouden zich op school ook rustig moeten gedragen zoals meisjes. Mogen jongens nog jongens zijn?

Het is een oude discussie die blijft terugkeren omdat het aantal mannen voor de klas (13 procent in het basisonderwijs) blijft dalen en meisjes soepeler hun school- en studietijd doorlopen. „Rond de eeuwwisseling verschenen in Nederland al artikelen en tv-documentaires over het ‘jongensprobleem’”, zegt emeritus hoogleraar genderstudies Mineke van Essen.

De Britse docu Why men don’t iron (1998) bijvoorbeeld – in België uitgezonden als Venten strijken niet – toonde al neurologische sekseverschillen. Als je 4 tot 7-jarige meisjes een paar hompen klei geeft, maken ze er met figuren spontaan nette dennenboompjes, poppetjes en hartjes van, toonde een experiment in een klas. De tafel van de jongetjes was achteraf één groot slagveld.

Pikorde

Jongens experimenteren meer omdat ze technischer zijn ingesteld, concludeerde biopsycholoog Martine Delfos in 2004 over Venten strijken niet. Ze nemen ook meer risico’s en ruziën meer om de pikorde in de groep te bepalen. Op school zouden jongens juist ruimte moeten krijgen om hun assertieve inslag op een goede manier te ontplooien, betoogde Delfos. „Een bijscholing tot mannelijke leerkracht is voor een vrouw wat extreem”, maar ze noemde het grote aantal juffen wel „een handicap”.

„Het is een flink probleem”, vindt ook pedagoog Bas Levering. „Jongens én meisjes hebben recht op beide seksen voor de klas, ook om hun eigen identiteit te ontwikkelen. Maar we moeten het ook niet overdrijven. Ik heb ooit in Novosibirsk een project gedaan. In Rusland domineren vrouwen het onderwijs, maar worden jongetjes héél mannelijk opgevoed.”

Er is alleen geen enkel bewijs dat jongens slechter zouden presteren door de „feminisering van het onderwijs”, zegt Van Essen. „Het is de eeuwige mythe van het vrouwengevaar. Jongens zijn algemeen beter in rekenen en meisjes in taal, de verschillen zijn miniem. Je kunt schoolprestaties beter bekijken in de samenhang van sekse, sociaal milieu en etnische afkomst.”

In opdracht van de overheid deden Geert Driessen en Annemarie van Langen in 2007 een groot internationaal vergelijkend onderzoek van Nederland tot Australië. Conclusie: „De prestaties, noch de vakkenkeuzen worden beïnvloed door de sekse van de docenten.”

In het Journal of School Psychology publiceerden Jantine Spilt en co-onderzoekers in 2012 een opmerkelijk artikel. Ze vroegen 467 juffen en 182 meesters naar hun relatie met 1.500 basisschoolkinderen. Beide groepen hadden vaker ruzie met jongens, maar de relatie van juffen met jongens was „in alle opzichten” beter: hechter, harmonieuzer en minder afhankelijk.