Haagse zorg om Curaçao niet voorbij

Koninkrijksrelaties

Een postkoloniale crisis in Willemstad is voorlopig bezworen. Maar voor hoe lang?

Met de uitslag van de Statenverkiezingen op Curaçao, is het demissionaire kabinet Rutte voorlopig verlost van een zich in snel tempo aandienende postkoloniale crisis. Het ziet ernaar uit dat als gevolg van de nieuwe verhoudingen in het parlement de partij van ex-premier Gerrit Schotte buiten de regering blijft. Dit betekent dat het kleine stukje tropisch Nederland niet door de „maffia” zal kunnen worden geregeerd, waar Tweede Kamerleden voor vreesden.

Door de politieke verwikkelingen van de afgelopen maanden op het Caribische eiland dreigde dit wel te gebeuren. Onder toeziend oog van het onmachtige Nederland namen dubieuze en door de rechter veroordeelde politici het bestuur over van het 158.000 inwoners tellende eiland. In de Haagse politiek leidde het nauwelijks tot enige ophef. Daar was men te veel bezig met de eigen verkiezingen om zich druk te maken over wat minister Ronald Plasterk (Koninkrijksrelaties, PvdA) zondag in het televisieprogramma WNL op zondag „een staatsgreep” noemde.

Hij doelde hiermee op het besluit van de Curaçaose interimregering onder leiding van premier Gilmar Pisas van 27 maart om de voor afgelopen vrijdag uitgeschreven tussentijdse parlementsverkiezingen af te blazen. Pisas, partijgenoot van de wegens corruptiepraktijken tot ruim drie jaar cel veroordeelde premier Gerrit Schotte, wilde op deze manier de macht van hun MFK, Movementu Futuro Kòrsou (Beweging voor de Toekomst van Curaçao) continueren.

De Rijksministerraad verhinderde dit door eind maart de gouverneur van Curaçao door middel van een Algemene maatregel van Rijksbestuur op te dragen de verkiezingen alsnog door te laten gaan. Deze ‘nucleaire optie’ binnen de koninkrijksverhoudingen was sinds 1954 twee keer eerder toegepast.

De verkiezingen van vrijdag leverden winst op voor de relatief ‘schone’ partijen PAR en MAN. Hierdoor kan bij de vorming van een kabinet de omstreden MFK van Pisas en Schotte buiten het landsbestuur worden gehouden. De opluchting over de verkiezingsuitslag kan van korte duur blijken. Schotte en zijn partijgenoten blijven met hun immense financiële belangen een belangrijke factor op het eiland waar bewezen is dat macht te koop is.

Wat de bijna-crisis dan ook nog eens aan politiek Den Haag heeft duidelijk gemaakt is dat de bevoegdheden van de rest van het koninkrijk als het er werkelijk op aankomt toch beperkt zijn. Het eiland heeft sinds 10 oktober 2010 een autonome status. Het voormalig moederland is volgens de regels van het uit 1954 daterende Koninkrijksstatuut verantwoordelijk voor „goed bestuur” maar om deze taak volledig waar te kunnen maken, ontbreken de middelen. De afspraak over autonomie heeft Nederland in 2010 een gedoogstatus gegeven. Hanteerbaar onder normale omstandigheden maar ontoereikend als het uit de hand loopt.

De afgelopen zeven jaar heeft Nederland niet kunnen verhinderen dat goed bestuur ontaardde in corrupt bestuur. De signalen over wanbestuur werden meer dan eens gegeven, maar ontmoetten in Den Haag veelal desinteresse. Gevolg: bestuurlijke verwaarlozing.

Het horrorscenario met een bepalende verkiezingsoverwinning voor de partij van Schotte en Pisas heeft zich niet voorgedaan. In dat geval had Nederland machteloos moeten toezien dat aantoonbaar foute politici democratisch gelegitimeerd het landsbestuur zouden kunnen vormen. Maar machtsvacuüm in de bestuurlijke verhoudingen tussen Nederland en Curaçao is wel zichtbaar geworden.

Kennedy van Curaçao pagina 3