Recensie

Folkert de Jong reageert wild op De Stijl

Beeldende kunst

De ode die Folkert de Jong in het Gem brengt aan Mondriaan en De Stijl legt onorthodoxe historische verbanden met pepermunt, Holleeder en DNA.

Zaalgezicht van de expositie Weird Science van Folkert de Jong in het Gem. Foto Gerrit Schreurs

Vijf. Vier. Drie. Twee. Een… en we zitten in het brein van de kunstenaar! De tentoonstelling Weird Science opent met inderdaad vreemde wetenschap: reusachtige hersenscans worden groot geprojecteerd, afgewisseld met 3d-scans van een hoofd, gruizige beelden, tussen filmbeelden uit een laboratorium en van een bewakingscamera. Flikkerend als snelle gedachten, zwenken deze beelden van het een naar het ander: we zitten in het hoofd van Folkert de Jong, waar het net zo druk is als op de enorme atelierfoto die ernaast aan de wand hangt, met hele en halve sculpturen. Kan neurologie verklaren wat zich in iemands gedachten afspeelt?

Met dit inkijkje in De Jong zelf begint zijn solotentoonstelling in het Gem, waar het laboratorium terugkeert als metafoor voor het bijeen gooien van allerlei thema’s, als stevige gedachtesprongen. De tentoonstelling past in het jaar van De Stijl en dat is het hoofdingrediënt dat hij in zijn proefjes laat borrelen, gemengd met Holleeder, pepermunt, DNA. Centraal staan twee ruimtevullende installaties waar een zoet-frisse geur omheen hangt: zestig kilo Wilhelminapepermuntjes ligt onder een onttakelde BMW-7 van styrofoam, het soort waarmee criminelen als Holleeder worden vervoerd en waar nu poppen van Mondriaan en Van Doesburg in liggen.

Deze combinaties voeren terug op het brein uit die openingsfilm. Daarin blijken ideeën te circuleren als: is de ideologie van De Stijl niet ergens vergelijkbaar met criminelen van nu? Streven zij niet ook een voor hen ideale samenleving na en ondervinden daarbij weerstand? En is Wilhelminapepermunt niet ook een soort ideologie, opgedragen aan de prinses waarmee het koningshuis een supermarktproduct werd, en het pepermuntje een soort hostie?

Foto Gerrit Schreurs

Niet echt nee, zou je antwoorden, als iemand die vragen hardop stelt. En De Jong stelt ze hardop. Hij wil het heden vergelijken met honderd jaar geleden, toen De Stijl werd opgericht en ook oorlogen dreigden, veel vertrouwen weg was. De Stijl reageerde vol geestdrift en streed voor een universalisme, De Jong wil juist de individu etaleren in een pleidooi voor menselijkheid. Dat levert dit zo extraverte spektakel op, waardoor Mondriaan en Theo en Nelly van Doesburg op een feestje komen dat ze vermoedelijk niet zo snel zelf zouden organiseren.

De Jong zette ze daarom midden in de zaal als sculpturale poppen: Mondriaan als feministische demonstrant, Theo met Nelly paardje rijdend op zijn rug. Daaromheen collages met billen en kunst. Een naakt staat op een atelierfoto naast Mondriaan die nu nog meer een stijve hark lijkt. Wilde hij hiermee De Stijl de passie geven die radicale avant-gardes betaamt? Radicaal waren ze. Maar zo veel blote billen in hun richting schudden, dat is een ander soort passie.

Comeback

Zaalgezicht van de expositie Weird Science van Folkert de Jong in het Gem. Foto Gerrit Schreurs

De tentoonstelling volgt een afgewezen plan dat Folkert de Jong en Doede Hardeman van het Gemeentemuseum samen hadden ingediend voor de Biënnale van Venetië in 2015. Intussen is de tentoonstelling ook een comeback van De Jong. De term comeback is gereserveerd voor popsterren, maar dat is hij ook wel een beetje. Na het enorme succes en de grote vraag naar zijn werk, torenhoge prijzen, wereldwijde carrière, werd het hem te veel. Hij nam een stap terug. Stilte. En nu is hij er weer.

Alleen draagt deze bonte parade niets bij aan De Stijl, of aan de werken onderling. Het zijn grappige ideeën, maar beeldend heeft het niet de sensibiliteit van ouder werk en levert het weinig anders op. Hoe weinig, dat merk je als je in een van die collages bijna een spannende compositie ziet, iets met een hoek onder een hoofd. Maar kracht heeft het niet

Dat geldt ook voor de foto’s die Folkert de Jong maakte met kunstenaarscollectief Yae: vrouwengezichten belicht met kleurige abstracties. De abstractie wordt oogschaduw, het beeld een modefoto, behaaglijk. En kunst is meer dan behaaglijk. Dat heeft De Stijl wel bewezen.