Eén jaar beleid, twee miljoen euro: slechts elf banen

Werkgelegenheid

Amsterdam zette in op perspectiefbanen voor langdurig werklozen. De werkelijkheid op de arbeidsmarkt is weerbarstig.

Deelnemers aan de Mars voor Echte Banen , maandag in Amsterdam. Foto Jerry Lampen / ANP

2 miljoen euro trekt de gemeente Amsterdam er jaarlijks voor uit, en in het eerste jaar van het experiment zijn daarmee elf mensen aan werk geholpen. Dat blijkt uit een tussentijdse evaluatie van de zogenoemde perspectiefbanen. En nee, zegt wethouder Arjan Vliegenthart (Werk en Inkomen, SP), daar is hij niet tevreden over. „Je hoopt meer mensen aan een baan te helpen.”

Voor de perspectiefbanen komen uitkeringsgerechtigden in aanmerking die de capaciteiten hebben om een baan te krijgen, maar desondanks langdurig zonder werk zitten. De gemeente maakt afspraken met werkgevers, die hen moeten onderrichten en een arbeidscontract voor maximaal twee jaar aanbieden tegen een normaal loon vanaf dag één. De gemeente geeft de werkgever 8.500 euro subsidie per jaar plus een premie van 3.000 euro als de contractant doorstroomt naar regulier werk.

De proef wordt, de scherpe evaluatie ten spijt, voortgezet

De proef loopt drie jaar en wordt, de scherpe evaluatie ten spijt, voortgezet omdat de perspectiefbaan volgens het stadsbestuur „een waardevolle aanvulling [is] voor een doelgroep die zonder ondersteuning moeilijk aan het werk komt”.

In de sorteerafdeling van het Afval Energie Bedrijf Amsterdam feliciteerde Vliegenthart maandag acht werknemers met een „kwetsbare positie op de arbeidsmarkt” – te kwetsbaar voor de perspectiefbanen – met het contract dat zij gekregen hadden. Over de evaluatie zegt hij: „Dit instrument lijkt niet te werken. Maar het gaat om het doel en niet om het instrument. Ons palet is breder dan de perspectiefbaan.”

Vooral de werkgevers blijken moeite te hebben met deze banen. Tussen oktober 2015 en 2016 heeft de gemeente 182 mensen benaderd voor een perspectiefbaan, 124 werden geschikt bevonden, 74 voorgesteld aan een werkgever, 43 kwamen op een selectiegesprek, 2 zijn aangenomen maar niet met werk begonnen, 11 hebben uiteindelijk een baan gevonden.

‘Niet gewend aan werk

Werkgevers noemden in de enquête de voorgestelde kandidaten „iemand die niet gewend is aan werk”, of iemand die „moeilijk deed” en „te veel eisen had”. Ze schrokken terug voor het risico dat zij zich met een contract zouden binden aan zulke werknemers. „Vanaf dag één een contract van zes maanden, dat doet niemand met zo’n groep.”

„Dat zijn dingen die ze van tevoren wisten”, zegt Vliegenthart. Desondanks gaat hij de werkgevers „meer comfort” bieden. Hij denkt erover hen in een „voortraject” te laten kennismaken met kandidaat-werknemers. Dat voortraject is onbetaald; reden voor de FNV om deze aanbeveling niet te steunen. De vakbond wil „af van constructies waarbij werken zonder loon aan de orde is”. Vliegenthart deelt de zorgen van de vakbond – over onbetaald werk en verdringing – en houdt vast aan het adagium: ‘Geen werk zonder loon’. „Het voortraject moet een leerstage zijn, geen verkapt productiewerk.”

Hij voegt eraan toe dat de gemeente geen 2 miljoen euro kwijt is aan elf banen. „We hebben er ook duizend leerstages van betaald. En we hebben maar de helft uitgegeven.”