Arnhemse straten zijn geel-zwart

huldiging

Zo'n 20.000 fans kwamen maandagavond naar de Markt in Arnhem om bekerwinnaar Vitesse te huldigen.

Je moet er wat voor over hebben om Vitesse-supporter te zijn. Onder het treinviaduct bij station Arnhem-Velperpoort zoekt een handvol mensen maandag aan het begin van de avond beschutting tegen de regen. Warm is het deze meidag ook al niet. En de spelersbus die een 17 kilometer lange ereronde door de Gelderse stad maakt, laat nog even op zich wachten.

Maar wachten, dat ben je als Vitesse-fan wel gewend. Zondag pakte de Arnhemse club voor het eerst in zijn 125-jarige bestaan een prijs. Dus ja, dat is wel een bezoekje aan de huldiging waard, vond ook de 62-jarige Casper van Maanen uit Lelystad. Hij is inmiddels al 44 jaar weg uit zijn geboortestad Arnhem, maar blijft zijn voetbalclub trouw. Makkelijk is het voor een Vitesse-fan niet altijd, geeft hij toe. Zondagavond dacht hij na de eerste helft eigenlijk al: ik ga wel koken. De opluchting toen spits Ricky van Wolfswinkel vlak voor het fluitsignaal alsnog twee keer wist te scoren, was des te groter.

Vriend Anton, die naast hem staat te wachten, was er zondagavond bij in De Kuip. Onder geen beding wil hij met zijn achternaam in de krant. Want: hij verhuisde geruime tijd geleden naar Nijmegen, de stad van gezworen vijand NEC. Niet iedereen in zijn Nijmeegse én Arnhemse omgeving weet van zijn dubbelleven en dat wil hij graag zo houden.

Geel-zwart vaantje

Arnhem viert de overwinning van de eigen club uitbundig. In alle winkelstraten hangen shirts in geel en zwart, op de trolleybussen prijkt een geelzwart-vaantje. De opkomst op de Markt, waar de ploeg maandagavond rond 20:45 gehuldigd wordt, is hoog. Naar schatting 20.000 mensen zijn op de huldiging afgekomen.

Vlak na achten roept de politie mensen op niet meer naar het plein te komen. Een halfuurtje eerder is het al dringen. Een vrouw vloekt hardop. „Als al deze mensen nou ook eens naar het stadion zouden komen”. De tribunes bij Vitesse hebben landelijk de laagste bezettingsgraad. Vorig jaar werd besloten de capaciteit van het Gelredome terug te brengen met zo’n 4.000 zitplaatsen naar 21.248.

Op de Markt herinnert Richard de Groot (45) zich nog het jaar dat hij voor het eerst naar een wedstrijd ging: 1976, aan de hand van zijn vader. Of hij hier al die jaren op heeft gewacht? „Nee hoor, derde worden was ook heel leuk.” Maar hij glundert wel. Volgend jaar reist hij met zijn club mee Europa in.

Vlak voor het videoscherm staat Sylvia de Haas maandagavond met haar hele familie te hossen. „Geel en zwart zijn onze kleuren”, de tekst van het clublied, galmt ondertussen over het plein. Dit is precies wat de club nu nodig had, denkt De Haas. „Dit geeft zo’n boost. Volgend jaar zit het stadion weer elke wedstrijd vol!”