Minister Schultz: ‘We zijn nog niet klaar voor de vliegende auto’

Minister Schultz, Infrastructuur

De overheid moet het makkelijker maken voor nieuwe vervoermiddelen. „De komende 20 jaar gaat er meer veranderen dan de laatste 100 jaar.”

Minister Schultz in de eerste zelfrijdende auto op de openbare weg, november 2013. Foto Marcel Antonisse / ANP

Op de werkkamer van minister Schultz staat een groot verkeersbord met 130 erop. Ze verhoogde de maximumsnelheid van 120 naar 130 kilometer per uur op veel stukken snelweg, zeer tegen de zin van onder meer natuurorganisaties. Sprekend over haar imago als minister van asfalt wijst ze op het bord.

Schultz: „Ik weet, ik kom nooit van dat imago af door dat bord. Maar als je ziet hoeveel schoner we zijn geworden… Ondanks de toename van het verkeer is de uitstoot van schadelijke stoffen omlaag gegaan, dat is feitelijk aantoonbaar. Mensen moeten maar denken wat ze willen denken. Soms is het ook leuk om een stempel op iemand te plakken. Soms doet je partij het ook.”

Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus was minister van Infrastructuur en Milieu voor de VVD in de twee kabinetten-Rutte sinds oktober 2010. Nu is ze demissionair, bezig met de afronding van haar ambtsperiode. „Ik mag nu alleen feitelijke stukken naar de Kamer sturen. Ik mag niet met oplossingen komen, maar ik heb natuurlijk wel ideeën die ik aan mijn opvolger wil doorgeven.”

De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse, die Schultz deze maandag naar de Kamer stuurt, schetst de mobiliteit in Nederland op lange termijn, na 2030. Tot 2030 is 80 miljard euro gereserveerd als investeringen in infrastructuur, daarna zijn geen projecten gepland.

Zowel bij een hoge als lage economische groei zal het personen- en goederenvervoer toenemen. Dat zorgt voor problemen in, rond en tussen de grote steden. In de krimpgebieden Zeeland, Limburg en Noord-Nederland komt de bereikbaarheid onder druk door het wegvallen van openbaar vervoer.

Wat vindt u het meest verontrustend in de analyse?

„Niet verontrustend, maar wel opvallend vind ik dat het aantal auto’s blijft toenemen. Ik dacht dat er een grens zou zijn aan het aantal auto’s dat we met elkaar bezitten.”

Jongeren hoeven toch geen auto meer? Die zijn toch meer gericht op gebruik dan op bezit?

„Dat blijkt niet te kloppen. We hebben veel jongeren geïnterviewd en ze hebben geen auto omdat het lastig is in de stad. Als ze later buiten gaan wonen willen ze wel een auto. Bovendien: autodelen zal toenemen, maar dat betekent niet dat de filedruk afneemt. Mensen willen nog steeds op hetzelfde moment van A naar B. Er blijven altijd pieken in de ochtend en avond, ook in het openbaar vervoer.”

Veel partijen, ook de ANWB, pleiten voor betalen naar gebruik. Waarom bent u sceptisch over rekeningrijden?

„Invoering van beprijzing kost je zo anderhalf, twee kabinetten omdat het belastingsysteem moet worden aangepast. Je moet dan de belasting personenauto’s en motorrijwielen en de motorrijtuigenbelasting afschaffen. Je mag Nederlanders niet bevoordelen ten opzichte van buitenlanders. En dan heb ik het nog niet eens over de registratie. Het is heel complex. Ik weet dat veel mensen erover spreken maar het is niet mijn favoriet. Ik denk dat je de problemen beter op een andere manier kunt oplossen.”

Schultz gelooft in een andere oplossing om openbaar vervoer aantrekkelijk te maken: mobility as a service. De reiziger maakt gebruik van verschillende vervoermiddelen die naadloos op elkaar aansluiten en met één betalingssysteem worden verrekend. Met de auto van de provincie naar de stad en daar verder met een zelfrijdend busje, e-bike of iets anders. „Je koopt mobiliteit in plaats van een treinabonnement. Je wordt ontzorgd, en ondersteund door apps en andere digitale middelen.”

Wat is er nodig om zo’n vervoerssysteem mogelijk te maken?

„We moeten in onze wetgeving alle schotten tussen verschillende vormen van mobiliteit weghalen. Ik denk dat er qua vervoer de komende twintig jaar meer gaat veranderen dan de afgelopen honderd jaar. Maar we zijn niet klaar om alle nieuwe technologie en ideeën te ontvangen.

„Taxiwet, Spoorwet, Wegenwet, ze moeten allemaal worden gebundeld in één mobiliteitswet. We moeten niet langer kijken naar het vervoermiddel, daar wordt het nieuwe vervoer veel te diffuus voor. Is een privé-auto die je ook deelt met anderen een auto of een taxi? Valt een bemande drone of een PAL-V, de vliegende auto, onder luchtvaart? Waar valt de Hyperloop onder?

De eerste testrit in de WEpod. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Waarom is het bundelen van de wetgeving zo belangrijk?

„Omdat we de invoering van technologische vernieuwing niet moeten vertragen. Toen de WEPod, het autonome voertuig dat als proef in Ede en Wageningen rijdt, kwam, zei de Rijksdienst voor het Wegverkeer: die kunnen we niet goedkeuren want hij valt nergens onder. Klopt, het is geen auto en geen bus, het is een WEpod. Nu valt hij onder ‘experiment’, maar het schiet niet op als we de wet steeds moeten aanpassen. Je moet alleen algemene regels vastleggen, over veiligheid en databescherming, dat soort dingen.”

Op korte termijn dreigt ook verstopping, zowel op de weg als in het ov. Steunt u het pleidooi van de vervoersorganisaties voor 1 miljard euro per jaar erbij?

„Bijna elke club heeft een claim van 1 miljard ingediend bij de onderhandelaars voor het nieuwe kabinet. In de afgelopen jaren is er op infrastructuur voor zo’n 800 miljoen bezuinigd, als ik alles optel. Het zou goed zijn als dat je dat kan terugklappen. Over de snelwegen maak ik me niet heel druk, daar staat nog 1.000 kilometer aan verbreding en nieuwe wegen voor gepland. Het geld moeten we vooral inzetten voor de wegen rond steden, zodat de stedelijke gebieden bereikbaar blijven.”