‘Tandartsen zijn verslaafd aan de boor’

Gaatjes vullen doe je door eerst te boren, vinden tandartsen. Jo Frencken bedacht een succesvol en minder pijnlijk alternatief.

Foto iStock

Pak nou niet altijd meteen die boor, zegt tandarts Jo Frencken tegen zijn collega’s. Want een gaatje in een tand of kies vullen kan ook met handinstrumenten – het is zo gepiept. Dat is veel patiëntvriendelijker; de behandeling kan vaak zonder verdoving en is meestal pijnloos.

Frencken kreeg in het afgelopen jaar drie grote onderscheidingen voor zijn werk aan de ontwikkeling van ART, atraumatic restorative treatment.

Aan de eettafel in de woonkamer van zijn huis in Malden legt Frencken uit hoe dat gaat. „Met een minuscuul lepeltje schep je het zachte weefsel uit het gaatje in de tand of kies. Aangetast glazuur langs de randen haal je weg door een beiteltje in het gat te steken en dan langzaam rond te draaien. Je maakt het gat mooi schoon, plaatst het vulmateriaal erin en drukt de vulling dan aan met een vinger. Als die nog iets te hoog is, haal je het teveel makkelijk weg met een scherp schrapertje.”

Frencken ontwikkelde de techniek meer dan dertig jaar geleden in Tanzania toen hij werd uitgezonden om daar mee te helpen een tandartsopleiding op te zetten. Zonder elektriciteit en zonder schoon water was dit de enige methode die geschikt was om patiënten met cariës in afgelegen dorpen en sloppenwijken te behandelen. De methode werd wereldwijd de standaard voor tandzorg in ontwikkelingslanden.

Foto Merlin Daleman

De resultaten zijn zo goed, dat het ook in de westerse behandeling niet mag ontbreken, zegt Frencken. „Het zou de eerste keus moeten zijn in de behandeling, vooral bij kinderen en mensen met een beperking. We weten dat de boor en de verdovingsprik een grote rol spelen in angst voor de tandarts, waardoor mensen wegblijven en hun gebit verwaarlozen. Als die boor achterwege kan blijven, bereik je uiteindelijk meer mensen.”

Bent u de uitvinder van het boorloos gaatjes vullen?

Frencken: „Nou ja, wat is een uitvinder? Tot de uitvinding van de tandartsboor waren mensen sowieso aangewezen op dit soort technieken. En ik las laatst dat zelfs mensen in de prehistorie al gaten in de tanden schoonmaakten en vulden met teer.

„Wat ik heb toegevoegd is het gebruik van moderne materialen, zogeheten glasionomeren. Die zijn sterk, maar plakken ook goed in de tand, waardoor ze ook zonder boren goed op hun plaats blijven.”

U begon ermee in Tanzania in 1984. Wat trof u daar aan?

„Ik was daar met een aantal Nederlandse en Finse tandartsen naar toe gezonden om de eerste opleiding tandheelkunde te helpen opzetten. De Tanzanianen waren heel trots, want ze hadden van een westers land complete tandartsstoelen met bijbehorende apparatuur gekregen. Maar daar kon je niet veel mee. De uitrusting heette mobiel te zijn, maar dat kwam neer op een landrover vol loodzware metalen koffers en een generator met benzine voor de stroomvoorziening. De boor had schoon water nodig, met een beetje zand of algen erin liep die vast.

„Van de tandartsstoel stapten we al snel over op een geïmproviseerde behandeltafel met een luchtbed erop. Als je het kussen hard opblies, kon je goed bij de onderkaak, en als je het liet leeglopen, dan ging het hoofd van de patiënt achterover en kon je goed bij de bovenkaak.”

Uiteindelijk nam Frencken ook de boor niet meer mee. Uit nood geboren maakte hij gaatjes schoon met handinstrumenten en vulde ze met zinkfosfaatcement, een materiaal dat goedkoop was en beschikbaar op het platteland. Later ging hij over op polycarboxylaatcement als vulmateriaal. In een eerste onderzoek naar de effectiviteit bleek er van de 28 vullingen bij kinderen en volwassenen na negen maanden maar één te hebben gefaald, door een ontsteking. In de volgende jaren werd het succes op grotere schaal bevestigd. Tien jaar later gaf de Wereldgezondheidsorganisatie ook haar zegen aan deze oeroude tandzorg in een modern jasje.

Was iedereen meteen overtuigd?

„Nou, integendeel! Collega-tandartsen waarschuwden dat als je niet al het aangetaste weefsel uit het gaatje weghaalt en dat afdekt je daaronder allerlei abcessen en fistels krijgt.

„Ook waren er tandartsen die mij ervan beschuldigden dat ik het beroep te grabbel gooide. Je kunt toch niet zomaar de stoel en de hele entourage achterwege laten? Dat gaat ten koste van ons aanzien, vreesden ze. En echt waar: zulke tandartsen zijn er op de wereld nog steeds.

„Maar na al die jaren heb ik gelijk gekregen. Vroeger dacht men dat al het aangetaste tandbeen diep moest worden uitgeboord om te voorkomen dat het doorbrak naar de holte eronder met de zenuw en de bloedvaten. Als die bloot komen te liggen, heb je erge pijn en sterft de tand af. Maar wat blijkt nu? Het verkleurde tandbeenweefsel dat we met ART laten zitten blijkt in de jaren na de behandeling te remineraliseren. Dat vormt een extra beschermlaag tussen het gaatje en de onderliggende holte met zenuwen en bloedvaten.”

Het resultaat telt. Is ART dan wel even goed als vullen met boren?

„Uit onderzoek blijkt dat vullingen in het melkgebit met ART even betrouwbaar zijn als composietvullingen en de boor. In het volwassen gebit blijkt in kleine gaatjes de geboorde vulling even lang te blijven zitten. Onderzoek naar ART bij grotere gaten is nog sporadisch uitgevoerd. Maar ik denk dat de techniek nog kan verbeteren, bijvoorbeeld door gebruik van nieuwe vulmaterialen.”

Waarom krijgt ART nog niet veel voet aan de grond in Nederland?

„Er zijn gelukkig al wel tandartsen die ermee werken, maar het zit nog niet in de tandartsopleiding, voor zover ik weet. Ik hoop dat dit snel verandert. Het zou bijvoorbeeld ook een oplossing zijn voor mondzorg bij ouderen. Door terugtrekking van het tandvlees hebben zij meer kans op gaatjes aan de wortels van de tanden. Met ART zouden deze mensen aan huis behandeld kunnen worden.”

Vorig jaar kreeg u de hoogste wetenschapsprijs van China. Hoe?

„Ik wist tot op het laatst niet eens dat ik genomineerd was. Mensen van de universiteit van Wuhan, waar ik ART had onderwezen, hadden mij aangemeld. Uit meer dan honderd aanmeldingen werden er zeven winnaars geselecteerd. Daar stond ik dan ineens in de Grote Hal van het Volk in Beijing, naast een Nobelprijswinaar, een natuurkundige die de deeltjesversneller Cern in Genève heeft helpen opbouwen.

„Het voelt nog steeds wat vreemd, zo’n prestigieuze prijs! En ik weet niet eens of het wel hogere wetenschap is wat ik doe. Ik denk dat ik hem heb gekregen vanwege de grote praktische waarde van mijn werk, juist voor China. Met een bevolking van 1,2 miljard kun je met alleen boren nooit alle Chinezen van mondzorg voorzien.”