Shells ‘verjongingskuur’ helpt bij onzekere olieprijs

Deze rubriek belicht beursfondsen die deze week in de belangstelling staan. Vandaag: Shell.

Olieplatform Perdido in de Golf van Mexico. Foto Mike Duhon/EPA/ Royal Dutch Shell

Meer winst, door een hogere olieprijs. Dat zal de boodschap zijn van veel oliebedrijven, wanneer ze deze week hun eerstekwartaalcijfers presenteren. Na het dieptepunt van begin vorig jaar bereikte de prijs van een vat Noordzee-olie (Brent) dit voorjaar eindelijk weer een prijs van meer dan 55 dollar, het hoogste niveau in ruim anderhalf jaar. De weg omhoog leek gevonden.

Vier maanden later is dat optimisme lichtelijk getemperd. Zo sterk als de olieprijs afgelopen najaar steeg, zo scherp was de val eind maart, richting de 51 euro. Die daling had vooral te maken met de toegenomen olieproductie in de Verenigde Staten en de angst dat ook andere landen meer olie uit de grond zouden gaan halen, met een hoger aanbod als gevolg.

De vraag is nu wat te verwachten voor de rest van het jaar. Blijft het bij een eenmalige uitschieter? Of gaat de olieprijs toch nog omhoog? Bij ABN Amro gaan marktkenners uit van een heel geleidelijk herstel. „Wij verwachten dat de olieprijs tegen het einde van het jaar rond de 60 dollar staat”, zegt Thijs Berkelder, hoofd van de afdeling aandelenonderzoek.

Andere analisten zijn iets voorzichtiger, bleek vrijdag uit een rondgang van Reuters. Zij voorzien dat de olieprijs pas volgend jaar opklimt tot boven de 60 dollar en in 2017 blijft steken op ongeveer 57 dollar per vat. Vooral de productie in de VS vormt een bedreiging voor de prijs, aldus het analistenpanel.

‘Productieafspraken blijven onzeker’

Er is echter nog een kracht die effect heeft op de olieprijs, zegt Hans Oudshoorn, beleggerstrainer bij vermogensbank Alex en auteur van Beleggen voor dummies. Eind vorig jaar bereikten de landen van het oliekartel OPEC namelijk een akkoord over een productieplafond, wat de olieprijs opdreef. Het gevaar is echter dat als de VS in het huidige tempo doorgaat met produceren, sommige OPEC-landen gaan twijfelen over die afspraken, verwacht Oudshoorn.

„Die landen zien natuurlijk ook wel dat zij de prijs stutten en de Amerikanen daarvan profiteren”, legt hij uit. „Op dit moment houden alle OPEC-landen zich nog aan de afspraken, maar enige moeite kost dat wel. Er hoeft maar één kikker uit de emmer te springen en dan is het mis.”

Lees ook de analyse van economieredacteur Renée Postma over de OPEC-deal: Twijfel of Moskou zich echt aan afspraken gaat houden

Bewegingsruimte door overname BG

Maar zelfs al blijft het aanbod binnen de perken en stijgt de prijs tot 60 dollar, dan is dat nog altijd veel minder dan drie jaar geleden, toen de olie ruim 110 dollar per vat kostte. Kunnen oliebedrijven tegen de huidige lage prijs überhaupt voldoende winst maken? Oudshoorn denkt van wel, mede omdat Shell de laatste tijd „kritisch kijkt naar de bedrijfsvoering”.

Ook analist Berkelder van ABN Amro denkt dat de „verjongingskuur” van Shell het bedrijf helpt om te gaan met lagere olieprijzen. „Shell werkt de laatste tijd flink aan de kosten, zodat een olieprijs van 60 dollar over drie jaar een veel grotere kasstroom oplevert dan nu.”

Lees meer over de toekomstplannen van Shell: De keuze is niet wind óf gas, Shell wil allebei

Kern van die kuur is het afstoten van velden waar het boren naar olie meer kost dan het oplevert: alleen al dit jaar verkocht Shell belangen in vijf verschillende olievelden. Belangrijk in die strategie is volgens Berkelder de aankoop van de Britse gasproducent BG geweest, waarvoor ruim 60 miljard euro werd betaald. Door die extra inkomsten uit gas heeft Shell nu de bewegingsruimte om slecht renderende olievelden van de hand te doen, aldus de analist.