Column

Hoe moeilijk het is nee te zeggen tegen oorlog

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes

De Britse minister Johnson en de secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterres Foto Reuters

Ik vind het altijd weer fascinerend hoe politici weigeren te leren van de fouten van voorgangers. Vorige week was ik bij de boekpresentatie op de London School of Economics (LSE) van Public Opinion, Legitimacy and Tony Blair’s War in Iraq door LSE-docent James Strong. Het boek is briljant volgens de geleerde panelleden (onder anderen oorlogshistoricus Sir Lawrence Freedman van het Britse Irak-onderzoek) maar daarover kan ik niets zeggen, want ik had net een paar andere gekocht en je kan maar niet boeken blijven kopen.

Maar Strong was zelf ook uitgebreid aan het woord over de manier waarop toenmalig premier Blair een zeer impopulaire oorlog tegen Saddam Hussein verkocht aan parlement en straat. Blair, dat is geen geheim, was overtuigd van zijn morele gelijk: de Iraakse leider was slecht en moest weg. Zijn methode om die oorlog te legitimeren was schijnopenheid. Hij had er geen enkel probleem mee om met informatie die hij niet had, halve waarheden en aannames parlement en publieke opinie te beknuppelen. Zag de inlichtingendienst MI6 geen dreiging voor Groot-Brittannië? Volgens Blair bestond „geen enkele twijfel” aan zo’n gevaar.

Het gaat er alleen om hoe gretig iedereen weer ten strijde wil trekken

U weet hoe slecht dit allemaal is afgelopen. Nu viel mijn oog een dag later op de kop in de gratis krant Metro: ‘Boris: MPs may not get a vote on UK bombing Syria’. Het zou „moeilijk zijn om nee te zeggen”, aldus minister van Buitenlandse Zaken Johnson, wanneer president Trump Groot-Brittannië zou vragen mee te doen aan een militaire actie tegen Assad als die opnieuw chemische wapens zou gebruiken. In 2013 – Obama’s uiteindelijk niet afgedwongen rode lijn tegen Assad – zei een wijs geworden Lagerhuis namelijk nee. De Evening Standard voegde eraan toe dat zo’n actie volgens Johnson kruisraketten vanaf onderzeeboten in de Middellandse Zee zou kunnen omvatten „of wat dan ook”. Wat dan ook! Daar vliegen de divisies alweer aan! Trump heeft immers inmiddels heel wat meer rode lijnen getrokken dan de gewraakte Obama ooit deed: niet alleen gifgas, ook vatbommen met chloorgas vallen daar nu onder, aldus het Witte Huis vorige maand (alle andere mogen, hoeveel baby’s er ook bij sterven).

Het gaat er mij hier alleen om er nog eens op te wijzen hoe makkelijk, ja gretig, iedereen elke keer weer ten strijde wil trekken, ondanks de rampzalige voorbeelden uit het recente verleden. In Syrië is het al vijf jaar een soort wereldoorlog, daar kunnen die Amerikaanse en straks mogelijk ook Britse raketten op Assads stellingen ook nog wel bij. Maar daar is ook de Saoedische oorlog in Jemen, waarin beide landen zich steeds dieper laten meeslepen zonder dat er enig uitzicht is op iets anders dan vernietiging van een compleet land. En wat voorspellen de escalerende Amerikaanse dreigementen aan het Iraanse adres?

Alleen Noord-Korea lijkt deze oorlogsdans te ontspringen. Zie alweer Boris Johnson, met zijn oproep „het hoofd koel te houden”: militaire actie is „niet het pad voorwaarts”. „Ik denk dat de militaire opties niet goed zijn.” Het zijn natuurlijk de Noord-Koreaanse kernwapens die het verschil maken. Oorlog moet natuurlijk wel een beetje leuk blijven.