NRC checkt: ‘Eenderde van het spaargedrag blijkt genetisch bepaald’

Dat schrijft het Nibud in een recent rapport over sparen.

Foto Bart Maat/ANP

De aanleiding

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) publiceerde in april een rapport over hoe het spaargedrag bij Nederlanders gestimuleerd kan worden. Eén van de hoofdstukken uit dit 59 pagina’s tellende rapport gaat over waarom sparen moeilijk is. Naast praktische problemen, zoals te weinig geld, schrijft het Nibud: ‘Eenderde van het spaargedrag is genetisch bepaald’. We checken of dat klopt.

Waar is het op gebaseerd?

Het Nibud noemt in het rapport het onderzoek The Origins of Saving Behavior uit 2010 van twee professoren: Henrik Cronqvist van de University of Miami School of Business en Stephan Siegel van de University of Washington.

En, klopt het?

Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe mensen tot financiële beslissingen komen. Ook waarom mensen sparen is regelmatig onderzocht. Zo is in 2000 vastgesteld dat spaargedrag meer afhangt van persoonlijke keuzes dan van omstandigheden. Amerikaanse wetenschappers deden onderzoek naar het spaarvermogen van gepensioneerden. Inkomen en financieel geluk konden onvoldoende verklaren waarom iemand al dan niet spaart. Daarvoor was verschil tussen het spaargedrag van mensen met vergelijkbare inkomens te groot.

Cronqvist en Siegel onderzochten of genen een rol spelen bij het sparen. Ze bekeken het spaargedrag van eeneiige en twee-eiige tweelingen, omdat zij qua DNA respectievelijk ongeveer geheel of voor de helft identiek zijn. Onderzoek naar genen wordt daarom vaker met tweelingen gedaan. Cronqvist en Siegel maakten gebruik van gegevens van het Zweedse tweelingregister en van onder meer de Zweedse belastingdienst. In totaal werden 14.930 tweelingen onderzocht.

De correlatie (een maat voor overeenkomst tussen de 0 en de 1) in spaargedrag was 0,33 voor de eeneiige tweelingen en 0,15 voor twee-eiige tweelingen. Bij broers en zussen die geen tweeling zijn, is de correlatie minder sterk; opvoeding is daarom geen afdoende verklaring. Conclusie van de onderzoekers: ongeveer eenderde van het spaargedrag is genetisch bepaald.

Dit is het enige onderzoek dat we vonden waar de verbinding van genen met spaargedrag wordt gemaakt. Maar er is wel meer onderzoek gedaan naar de rol van genen bij het nemen van financiële beslissingen. Bijvoorbeeld in 2010, toen onderzocht werd welke rol genen spelen bij het doen van financiële investeringen. Hiervoor werden ook gegevens van het Zweedse tweelingregister gebruikt. De onderzoekers concludeerden dat het beslissen over een risicovolle financiële investering ongeveer voor 25 procent genetisch bepaald was.

Dan nog een Australisch onderzoek uit 2010. Ook via tweelingonderzoek werd geconcludeerd dat het nemen van financiële beslissingen voor 20 procent genetisch bepaald is.

Dat financiële beslissingen gedeeltelijk genetisch bepaald zijn, lijkt redelijk te kloppen. Het aandeel van genen varieert van 20 tot 33 procent, wat aangeeft dat omgevingsfactoren belangrijker zijn. Dat bleek ook uit het onderzoek van Cronqvist en Siegel. Omgevingsfactoren hebben veel meer invloed dan de genetische factoren. Zo bleken de overeenkomsten bij tweelingen uit steden kleiner dan bij tweelingen uit dorpen. Wellicht dat in steden sociale en individuele omstandigheden een grotere rol spelen, zo schrijven de onderzoekers.

Conclusie

Het Nibud schreef in een rapport over sparen dat eenderde van het spaargedrag genetisch bepaald is. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het nemen van financiële beslissingen, zoals spaargedrag, deels genetisch bepaald is. De precieze percentages verschillen per onderzoek, maar het komt in de buurt van eenderde. We beoordelen de bewering als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt