De vrouw die Suriname wil redden

Maisha Neus is de nieuwe felle voorvrouw van de protesten tegen de Surinaamse regering.

Foto Ranu Abhelakh

Begin april zwaaide Maisha Neus tijdens een demonstratie met een grote Surinaamse vlag en hield ze een vurige speech. Een dag later wist heel Suriname van haar bestaan. Wie was deze uitgesproken jonge vrouw die op haar schouder de kaart van Suriname heeft laten tatoeëren en tijdens de manifestatie zo plotseling op de voorgrond aanwezig was?

Maisha Neus (30) eiste dat president Desi Bouterse af zou treden, dat er nieuwe verkiezingen zouden komen en ze riep Surinamers op tot massaal protest. Door haar lef is ze nu in korte tijd uitgegroeid tot de informele leider van de protesten tegen de regering van Bouterse, die Suriname al weken in hun greep houden.

De toespraak van Neus:

Veel Surinamers zijn nog steeds bang voor Bouterse vanwege zijn rol als legerleider in de jaren tachtig tijdens de militaire dictatuur en zijn verantwoordelijkheid voor de moord op vijftien vooraanstaande Surinamers, in december 1982. Nu staat er ineens een moedige activist in de voorste linie, een vrouw nog wel, die zich harder uitspreekt tegen Bouterse dan eerdere demonstranten deden. Haar toon is radicaler dan de ingetogen burgerbeweging ‘Wij zijn Moe’ die in 2015 was gestart met een eenmansactie van Curtis Hofwijks. De situatie in Suriname werd dan ook schrijnender: mensen zijn boos over de stijgende prijzen en economische malaise, die worden toegeschreven aan wanbeleid van de regering-Bouterse.

Cruciaal moment

Voor veel Surinamers kwam ze uit de lucht vallen, maar de mensen dicht bij haar zagen al veel langer hoe Maisha Neus zich voorbereidde op de strijd. Het deed haar pijn te zien hoe Suriname verder afgleed en verarmde, ook haar eigen familie en vrienden.

Haar Nederlandse moeder herinnert zich de afgelopen kerstdagen als een cruciaal moment. Neus kwam thuis na een bezoek aan een kindertehuis en was gegrepen door de armoede, ellende en honger die ze daar aantrof. Het maakte haar woedend. „Plotseling zag ze zo duidelijk hoe scheef het beleid was”, vertelt moeder Hilde Neus. „De machthebbers die zich verrijken en het land door wanbeleid de afgrond in storten. En dan die kleine kinderen, volkomen machteloos, maar wel de dupe van de huidige situatie.” Ze zou strijden tot de regering zou aftreden, had Neus toen tegen haar moeder gezegd: „Wat de prijs ook zal zijn, Suriname moet gered worden.” 

Maisha Neus werd geboren op 12 juli 1986 in Eindhoven, als kind van een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder. Haar ouders hadden elkaar in Nederland ontmoet en waren een paar jaar naar Tanzania gegaan voor zijn werk. Afwisselend woonde het gezin in Nederland en in Tanzania. Toen Maisha vier jaar oud was vertrok het gezin naar Suriname waar ze verder opgroeide. Op haar twintigste ging ze naar Nederland om te studeren. Het was haar droom om medicijnen te studeren maar nadat ze drie keer was uitgeloot gaf ze de moed op. Ze studeerde nog een tijdje biochemie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar ging uiteindelijk terug naar Suriname om daar informatica te studeren. Later kreeg ze een baan als accountmanager bij een multinational in Paramaribo, waar ze nog steeds werkt.

Wonen in verschillende landen en opgroeien in een gemengd gezin, waar bovendien veel over politieke en maatschappelijke thema’s werd gesproken, hebben ontegenzeggelijk bijgedragen aan Neus’ vorming. Op haar veertiende namen haar ouders haar al mee naar de massale protestacties in Paramaribo tegen de toenmalige president Jules Wijdenbosch, wat naar eigen zeggen diepe indruk op haar maakte.

Maisha Neus start haar eigen protest in eerste instantie via sociale media. Ze begint in 2016 met het delen van kritische verhalen over de economische crisis, de stijgende brandstofprijzen, de vriendjespolitiek en corruptie binnen de regering. Al snel heeft Neus duizenden volgers; inmiddels staat de teller op bijna twaalfduizend. Voor Suriname, met vijfhonderdduizend inwoners, een flink aantal. Als ze zich aansluit bij de ‘Wij Zijn Moe’-acties van Curtis Hofwijks (29), neemt zij al snel de leidende rol naast hem, als eerste vrouwelijke activiste. Door haar betrokkenheid bij de groep wordt de toon feller.

Neus heeft een zakelijke vastberadenheid over zich die door sommigen in Suriname gezien wordt als betweterigheid of arrogantie. Ze kleeft niets zweverigs of idealistisch aan haar: er moet, zo zegt ze, een keiharde strijd geleverd worden om Bouterse te verdrijven. Ze wekt de indruk tot het uiterste te willen gaan.

Doodsbedreigingen

Dat wordt haar niet door iedereen in dank afgenomen. Via sociale media ontvangt ze doodsbedreigingen en op radiostations die in handen zijn van de regeringspartij NDP van Bouterse wordt ze bedreigd met deportatie: ze heeft immers de Nederlandse nationaliteit. Bij het zelfde radiostation wordt ze beschuldigd van terrorisme, wapenbezit en ze zou een spion zijn van de Nederlandse regering. Ze blijft er ogenschijnlijk koel onder: ‘Kunnen de twee geblindeerde auto’s die gisternacht om half twee in mijn straat reden in de toekomst gewoon netjes aankloppen?’, plaatst ze op Facebook. Toch doet ze aangifte tegen de doodsbedreigingen, onder grote belangstelling van de media.

Na een zeer succesvolle burgerprotestmars op 6 april, doet Maisha Neus iets onverwachts. Vakbonden en oppositiepartijen hadden zich aangesloten bij de protestbeweging die ze met Hofwijks leidt, ruim tienduizend waren op de been, er heerste een euforische sfeer. Maar dan kondigt Neus plotseling aan dat ze uit de beweging stapt en ook niets met andere groeperingen te maken wil hebben. Ook niet met vakbonden en de oppositie. Ze gaat als individu verder en organiseert een demonstratie op eigen titel.

„Maisha is er eigenlijk nooit echt een voorstander van geweest dat de oppositiepartijen en de vakbonden meegingen doen”, zegt Giwani Zeggen, een jonge politicoloog en toonaangevende columnist in Suriname. „Haar droom is een grote burgerbeweging op gang te krijgen, met nieuwe jonge mensen de strijd aangaan: mensen zonder besmet verleden, die niet omkoopbaar of gevoelig zijn voor beloftes van Bouterse.” Neus behoort tot een groep progressieve jonge activisten die veelbelovend zijn maar er ook goed aan zouden doen om zich te bundelen, bijvoorbeeld tot een nieuwe politieke partij, denkt Zeggen. „Wil je de regering naar huis sturen, dan is samenwerking cruciaal.” 

Dat zag Maisha Neus kennelijk ook al snel in: inmiddels heeft ze zich weer bij de beweging gevoegd en trekt bijna dagelijks de wijken in om mensen te mobiliseren. Ze ziet zichzelf nog wel ooit een politieke partij oprichten, zegt ze zelf. „Maar dan wel met eerlijke en professionele leden, zonder beladen geschiedenis bij oude partijen.”

Ze zal dan wel de Surinaamse nationaliteit moeten aanvragen, anders kan ze de politiek niet in. Of Bouterse, die zal moeten tekenen voor zo’n nationaliteitsverandering, dat wil doen is nog maar de vraag. Maar, zegt Maisha Neus, „de poging wagen en kijken hoever ik kom is al uitdagend genoeg.”