Column

De lelijke bekerfinale

Hoe afzichtelijk moet een wedstrijdje voetballen op televisie zijn voordat je definitief je hoofd afwendt en iets anders gaat doen? De bekerfinale tussen Vitesse en AZ was lang het duel waarin alles mislukte. Een onvervalste klotepot. Flipperkastvoetbal. Slecht volleybal, daar leek het nog het meest op. De bal ging constant over en weer. Steeds als je dacht het dieptepunt gezien te hebben, werd je nog verder in het moeras geduwd.

Beide clubs namen het motto ‘voetbal is een spel van fouten’ erg serieus. Je moest een trouwe supporter zijn om naar het spel te blijven kijken.

Pas in de 73ste minuut veerde ik even op. Een AZ-speler leverde een onbehouwen vuurpijl af; de bal vloog met een boog naar de zijlijn. Vitesse-coach Henk Fraser stond voor de dug-out. De oud-voetballer stak zijn rechterbeen uit en liet de bal op de buitenkant van zijn herenschoen landen.

Alles onder controle.

Een minuut later ging in het veld al weer van alles mis. Foute pass, mislukte kopbal, onbegrepen actie. Er kwam geen einde aan de misère.

Bij gebrek aan beter fixeerde ik me op een fladderend kartonnetje om plastic glazen mee te kunnen vervoeren. Het ding werd gedragen door de wind en bleef in het strafschopgebied liggen.

John van den Brom werd close in beeld genomen. In krijtstreeppak zat de trainer van AZ met zijn benen wijd op de bank, de vingers rustend op de gulp. Even verderop spuugde Ron Vlaar in zijn handen, wreef ze over elkaar om de bal lekker te kunnen ingooien. De beelden pasten bij de bekerfinale, waar schoonheid ver te zoeken was.

Vitesse, de 125-jarige voetbalclub uit Arnhem, won nog nooit een prijs. In de punt van de aanval stond Ricky van Wolfswinkel. De clubtopscorer had nog nauwelijks een bal geraakt. Tien minuten voor tijd kwam er een scherpe voorzet. Hij strekte zich al duikend uit en kopte de bal in het doel.

Van Wolfswinkel had zoveel snelheid dat hij over de lijn gleed, richting het net. De spits draaide zich vast in de touwen. Als een levende rollade juichte hij om zijn doelpunt. Vijf minuten later scoorde hij nog een keer. Twee doelpogingen. Twee doelpunten. Dan ben je een goede spits.

Op de tribune verscheen het door euforie vervormde gezicht van zijn schoonvader, oud-international Johan Neeskens. Als een kind zo blij.

Na het laatste fluitsignaal trok trainer Fraser het grijze vest over zijn buik en wandelde naar de spelers. Kraaiende Vitesse-voetballers buitelden over elkaar heen. Bij AZ verborg spits Wout Weghorst zijn huilgezicht in het shirt.

Op het gras van de Kuip zag ik aan de taferelen waar de bekerfinale over was gegaan; niet over mooi of lelijk maar over winnen of verliezen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker