Opinie

Waarom mannen dit artikel moeten lezen

vraagt begrip voor de forse offers die vrouwen moeten brengen.

Ik kende de overgang al vroeg. Thuis ben ik de jongste. Mijn moeder kreeg mij op 43-jarige leeftijd. Ik was nog geen tien jaar oud toen ze begon te spreken over ‘de gloeiende vijf’, de opvliegers die ze een paar keer per dag had, waarbij ze een hoogrode kleur kreeg en flink zweette. Naar haar eigen inschatting duurden de opvliegers steeds zo’n vijf minuten, vandaar ‘de gloeiende vijf’.

Toen ik samen met gynaecoloog Dick Schoot werkte aan ons onlangs verschenen boek De Baarmoeder kwam de overgang natuurlijk ook ter sprake, omdat de overgang de periode is waarin de baarmoeder zichzelf steeds nadrukkelijker op non-actief zet.

In de periode dat we ons boek schreven, stond ik een keer te praten met een vrouw die precies op dat moment ‘de gloeiende vijf’ kreeg. Ons gesprek kon onmogelijk worden voortgezet, want „een opvlieger is niet te negeren”, zei ze me even later. „Hij neemt me steeds weer volledig in beslag.”

Ik probeerde na dat voorval thuis, bij het verder werken aan het baarmoederboek, invulling te geven aan de mannelijke tegenhanger van de menopauze: de penopauze. Uiteindelijk schreef ik op: „Het is de leeftijd waarop bij mannen de potentie terugloopt. Er zijn over het algemeen weinig bijkomende klachten.”

Dick Schoot, mijn mede-auteur, en dus gynaecoloog van beroep, had intussen een lange lijst gemaakt van de overgangsklachten, los van de opvliegers, waarmee vrouwen kunnen kampen: jeuk, een branderige vagina, een verzakkende blaas, botontkalking, minder zin in seks, enzovoort. En dat woord ‘enzovoort’ was in dit geval geen loos woord, maar echt ‘enzovoort’, waarbij ook ‘zwaarmoedigheid’ hoort als gevolg van een veranderende hormoonhuishouding.

Eerder al waren we in ons boek bezig geweest met een beschrijving van het op gang komen van de menstruatie, waarbij we kozen voor de benaming ‘een maandelijkse kermis’, met steeds weer de aanloop ernaartoe, de kermis zelf en de afbraak ervan, dertig, veertig jaar lang. En de vrouw loopt daarbij nooit rond op de kermis en zit niet in de attracties, maar is een omwonende. Ze heeft er alleen de lasten van.

Ik wil met dit alles zeggen, en ‘mijn’ gynaecoloog met mij, dat het vrouwenlichaam voor het in stand houden van de soort – en dan hebben we een zwangerschap hier niet eens besproken – echt forse offers moet brengen, terwijl de draaglast voor mannen nul is. Nul, nul, nul, enzovoort. Mannen zouden dat meer moeten beseffen, zodat ze de fysieke en mentale krachtsverhoudingen tussen vrouwen en mannen in een juister perspectief zien.

Wim Daniëls is schrijver en taalkundige.