Papadag? Het gaat om veel meer

Partnerverlof Zeven op de tien vrouwen in Nederland hebben betaald werk. Maar de man is vaak hoofdverdiener.

Foto Ilvy Njiokiktjien/ANP

Hoe verdelen werkende stellen de zorg voor de kinderen? Wie blijft er thuis in de schoolvakantie? En wie levert het meeste in voor de ambitie van de ander? Deze week wakkerde de Europese Commissie de discussie over zorgtaken aan met een plan om vaders na de geboorte van hun kind minimaal tien dagen betaald verlof te geven. In Nederland krijgen mannen nu twee dagen vaderschapsverlof.

Gaat de verandering in de behoefte van werkende ouders verder dan papadagen? De Emancipatiemonitor van het CBS en SCP stelt dat de komst van kinderen steeds minder een reden is om korter te gaan werken – of te stoppen. Ook vrouwen zonder partner of kinderen werken meestal parttime. Mannen met jonge kinderen maken juist de meeste uren. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen: „Het oude hoofdkostwinnaarsmodel sterft uit. Dominant nu zijn de anderhalfverdieners.” De arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen is volgens hem constant; al tien jaar ligt dat percentage rond de 70 procent. „Nederland is kampioen deeltijdwerken, maar bijna nergens ter wereld is de arbeidsparticipatie van vrouwen zo hoog.”

En hoewel vrouwen gemiddeld een werkweek van 26,6 uur hebben (tegenover 37,7 uur voor mannen), verdient 54 procent van de vrouwen meer dan 920 euro netto per maand, het bijstandsniveau van een alleenstaande. Zeven op de tien vrouwen hebben betaald werk, maar dit is vaker een deeltijdfunctie. Dat verklaart waarom management- en bestuursfuncties respectievelijk slechts voor 26 en 19,1 procent door vrouwen worden vervuld. Voor dergelijke banen moet iemand doorgaans fulltime of meer werken, iets wat voor slechts een op de vijf vrouwen opgaat.

Hoe verdelen stellen de zorgtaken? NRC interviewde er een paar.

‘Van het woord “papadag” moeten we af’

Kees van de Veen

Naam: Riet Misker (37) en Patricia Meijer (36)

Beroep: controller in Universitair Medisch Centrum Groningen (Riet) en HR-adviseur bij lenzenfabrikant.

Woonplaats: Groningen

Patricia: „Van het woord ‘papadag’ moeten we af. Het impliceert dat alleen mannen recht op betaald verlof hebben, terwijl dat ook geldt voor partners in same sex couples.”

Riet: „Zullen we het gewoon ‘partnerdag’ noemen? Over het nut van tien dagen betaald verlof kun je trouwens twisten. Het is fijn, maar in tien dagen kun je niet bonden voor het leven met je kind. En als je na die tien dagen weer zestig uur gaat werken, tja..”

Patricia: „Het gaat om de lange termijn: hoe eerlijk zijn de zorgtaken verdeeld? Bij ons zit dat wel goed. Riet heeft een contract van 32 uur, waarvan zij een deel thuis mag werken. Haar werkgever is flexibel. Ik werk vier dagen, altijd buitenshuis. Onze zonen – Joris is twee jaar, Ties acht maanden – zitten twee dagen per week in de opvang.”

Riet: „Of wij veel over die taakverdeling onderhandeld hebben met elkaar? Vertel maar, Patricia!”

Patricia: „Ik solliciteerde op een nieuwe baan. De eis was: vijf dagen. Uiteindelijk ging mijn werkgever akkoord met vier. Ik weet dat Riet haar werk ook heel leuk vindt. En als niet-barende moeder vind ik het ook belangrijk veel tijd met de kinderen door te brengen. Na enig wikken en wegen besloten we dat ik de baan moest aannemen. Als de kinderen leerplichtig worden, maken wij opnieuw de balans op.”

Sommige ouders brengen hun kinderen vijf dagen weg. Maar waarom ben je dan aan kinderen begonnen?

Riet: „Ik was blij dat Patricia een nieuwe baan had gevonden. Omdat we meer uren gingen werken, hadden we de jongens een extra dag naar de opvang kunnen sturen. Op de crèche zeiden ze: sommige ouders brengen hun kinderen vijf dagen. Maar waarom ben je dan aan kinderen begonnen? Voor die zaterdagmiddag dat je samen met ze naar het zwembad gaat?”

Patricia: „Met twee kinderen vlak na elkaar heb je weinig tijd voor jezelf. We sporten om en om ’s avonds.”

Riet: „Je moet elkaar wat gunnen.”

Patricia: „Al loop je wel het gevaar dat je elkaar steeds minder ziet.”

Riet: „Patricia is net vijf dagen in Noorwegen geweest. Zij kan er voorlopig even tegenaan, haha. Of vrouwenstellen de taken eerlijker verdelen dan heterostellen durf ik niet te zeggen.”

Patricia: „We kunnen alleen voor onszelf praten. Als ik de kinderen naar bed breng, doe jij de afwas. We brengen de jongens om en om naar het consultatiebureau. In de straat zie ik mannen die het heel wat vinden als ze de vuilnis buiten hebben gezet.”

Riet: „Als de kinderen straks zes weken vrij hebben op de basisschool moeten we een list verzinnen.”

Patricia: „Dan nemen we gewoon vakantie.”

Riet: „Ja, maar niet zes weken!”

Patricia: „Je hoort, we zijn er nog niet over uit.”

‘Als hoofdverdiener is mijn vriend leading’

Foto Lars van den Brink

Naam: Bonnie Lauwers (33)

Beroep: administratief medewerker Tata Steel

Woonplaats: IJmuiden

„Mijn vriend Ferry werkt bij een bedrijf dat actief is in de olie-industrie. Nu eens zit hij op een booreiland in de Noordzee, dan weer in Griekenland of Schotland. Vaak is hij weken van huis, met tussendoor een enkele offshore-dag. In de praktijk komt het er op neer dat hij altijd standby staat.

„Begin deze week belde Ferry dat hij ‘overmorgen’ naar huis zou komen. Maar gisteren kwam het bericht: het wordt een dag later. Zijn baas kon geen aflos regelen. Op dat soort momenten krijgen Ferry en ik weleens mot. Ik had mij verheugd op een etentje met vriendinnen. Even géén mama zijn.

„Als hoofdverdiener is Ferry leading. Hij werkt fulltime, ik tweeënhalve dag. De ene week word ik drie dagen ingeroosterd, de andere twee. De opvang van onze drie jaar oude zoon Jax en onze vijf maanden oude dochter Juna stem ik op mijn rooster af. Eén dag gaan ze naar de crèche, de andere dagen helpen onze ouders. Daarnaast kunnen we terugvallen op een oppas. Tegenover haar houd ik altijd een slag om de arm: als Ferry thuis is, hoef je niet te komen.

„Mijn baas vraagt weleens of ik mijn rooster wil aanpassen. Kun jij een keer op woensdag, vraagt hij dan. Zou Ferry thuis zijn geweest, dan was dat geen probleem. Maar door zijn onregelmatige werk, moet ik mijn baas altijd teleurstellen. Alleen bij hoge uitzondering – een begrafenis – kan Ferry vrij nemen.

„Toen ik zwanger was van Juna heb ik gesolliciteerd op een functie bij de afdeling inkoop van Tata Steel. Daar zeiden ze: je moet wel minstens vier dagen werken. Jammer, want ik vond het een leuke baan. Maar als ik vier dagen werk zie ik Juna en Jax nauwelijks meer. Ik heb kinderen genomen om van ze te kunnen genieten.

„Hoe het moet als Jax volgend jaar naar school gaat weet ik niet. Ferry en ik hebben het er nog niet over gehad. Ik denk dat er veel creativiteit bij komt kijken. ’s Morgens Jax naar een vriendje om de hoek brengen dat naar dezelfde school gaat. In vakanties mijn ouders, schoonouders, zus en vriendinnen lief aankijken. Of vaker vrij vragen aan mijn baas. Het zal puzzelen worden. Fer heeft altijd zoiets van: dat lost Bonnie wel op.

„Ik vind het belangrijk dat Ferry tijd met de kinderen doorbrengt. Vooral bij mijn zoon merk ik dat hij een vader nodig heeft. Die extra vrije dagen voor papa’s na de geboorte van hun kind juich ik van harte toe. Niet alleen omdat vaders alles van hun kinderen mee zouden moeten krijgen. Ook omdat zo’n periode heftig voor vrouwen is. Zij worstelen nog erg met hun lichaam.

„Of Ferry even flexibel was geweest als ik op een booreiland had gewerkt betwijfel ik. Hij is een leuke vader, maar na twee dagen thuis wil hij soms al de hort op. Hij is

‘Er zijn geen grootouders die bijspringen’

Foto Lars van den Brink

Naam: Rachid Machtan (38) en Alev Muftuoglu (35)

Beroep: consulent bij stichting !WOON (Rachid) en teamleider dienstverlening gemeente A’dam

Woonplaats: Amsterdam

Alev: „Wij hebben vier zoons: twee van onszelf en twee uit onze eerdere huwelijken: Benyamin is een jaar, Kamil tweeënhalf en Soufian en Alptegin zijn twaalf.”

Rachid: „Soufian woont bij mijn ex-vrouw, die zien wij niet veel.”

Alev: „De ouders van Rachid zijn overleden, mijn ouders wonen in Turkije. We hebben niet de luxe van een oma of opa die kan bijspringen. Dat maakt het behoorlijk zwaar.”

Rachid: „En toch zal je ons niet snel horen klagen. We werken dicht bij elkaar en lunchen vaak samen. Dan doen we net of we uitgaan.”

Alev: „Ik werk 36 uur in vier dagen, Rachid drie keer acht uur. We vangen allebei één dag de kinderen op. En één dag doet Rachid administratief werk en klussen thuis. De kinderen gaan drie dagen per week naar de crèche.”

Rachid: „Ik voel mij schuldig als ik de kinderen daar achterlaat. Ze zijn zó aan ons gehecht.”

Alev: „Onze tijd met hen brengen wij heel bewust door. Er staat geen tv in de woonkamer, zodat we ongestoord kunnen eten en niet langs elkaar heen leven. En vorig jaar hebben wij met Alptegin, Kamil en Benyamin een lange reis gemaakt.”

We vonden het fijn dat we het vluchtige westerse bestaan even achter ons konden laten

Rachid: „In de zomer hadden wij ons huis verkocht. Ons nieuwe huis werd pas in december opgeleverd. In de maanden daartussen hebben wij door Azië gereisd. We wilden ervaren hoe het is om in het buitenland te wonen. En we vonden het fijn dat we het vluchtige westerse bestaan even achter ons konden laten.”

Alev: „Wij waren 24/7 samen. Het was zó bijzonder! Alptegin heeft tijdens de reis onderwijs gevolgd. Hij maakt sinds zijn terugkeer enorme stappen in zijn schoolprestaties.”

Rachid: „We leven in een tijd met veel prikkels. Alles is op werken ingericht. Ik verbaas me hoe snel de weken voorbij gaan. Voor je het weet stem je op 50 Plus.”

Alev: „Er zijn dagen dat ik niet in de spiegel kijk wegens tijdgebrek.”

Rachid: „Of dat ik op mijn werk ontdek dat ik een melkvlek op mijn schouder heb.”

Alev: „Door de dood van Rachid’s ouders denk ik: je weet nooit hoe lang je leeft. Maak er iets moois van.”

Rachid: „Of ik veel in het huishouden doe? Eh…”

Alev: „Ik doe minstens tweederde. Koken, schoonmaken, wassen.”

Rachid: „Ik stofzuig, ik dweil…”

Alev: „Hij overdrijft. Laatst kwam ik thuis en waren de ramen blinkend schoon. ‘Heb jij dat gedaan’, vroeg ik. ‘Ja, voor jou’. Ik was zó blij. De volgende dag belde een man aan: ik krijg nog geld voor de ramen.”

Rachid lacht. „Wie niet schoon is moet slim zijn.”