Column

Mister Integriteit

“Er is een sfeertje gecreëerd van: die dikke deugt niet.” Deze week ging het over het kwestieuze financiële gedoe van VVD-voorzitter Henry Keizer, in kaart gebracht door het platform voor onderzoeksjournalistiek Follow the Money – de mond vol over moraal en ondertussen een miljoenenbedrijf ver onder de waarde voor een habbekrats aan jezelf verkopen.

Niks mooier dan moraal – alleen jammer dat je je er zelf aan moet houden. Keizer weigerde de journalisten van Follow the Money toegang tot zijn persconferentie (de andere journalisten hadden moeten opstappen) en goochelde de aanwezigen voor dat alles in de haak was, dat alle betrokken partijen overal mee hadden ingestemd: „Er is integer opgetreden in een heel ingewikkeld proces.”

Het gebeurt allemaal godzijdank ná de verkiezingen, zal men binnen de VVD denken. Morgen is er weer iets anders. En het is ingewikkelde kost, niet te vergelijken met geld jatten van de daklozenkrant. Bovendien heeft de Nederlandse kiezer het geheugen van een goudvis.

Mij interesseert de handigheid van een roofkapitalist ook matig, maar die discrepantie tussen Keizers verheven woorden en daden maakt het interessant.

Wat als Keizer zich letterlijk van geen kwaad bewust is?

Het is goed mogelijk: voor veel mensen, of misschien moet ik zeggen mannen, heeft moraal niets te maken met de eigen mores – je doet iets omdat de mensen in je omgeving, de mensen waar je je aan spiegelt, ook zo doen.

Dat is wat Hannah Arendt eigenlijk bedoelde, stelt filosoof Bettina Stangneth in haar polemische essay Het kwade denken, met haar omstreden frase „de banaliteit van het kwaad”. Bepalen wat je goed en juist vindt, leg je in handen van de groep, een „wij”, zodat je zelf niet meer hoeft te wikken en wegen. Dat kan om grote of kleine zaken gaan. Zodra je je gedekt weet, is het goed. Het gaat niet langer om wat goed is in algemene zin – het gaat om wat goed voor jou en de jouwen is. Moraal is immers koud en abstract, je omgeving is warm en concreet. Veel mensen zouden precies hetzelfde gedaan hebben, het was gewoon „een goede deal”.

De vraag aan Keizer had moeten zijn: het kan best dat het met instemming van iedereen is gebeurd, maar wat vindt u er zelf van? Met 30.000 euro eigen geld je een miljoenenbedrijf eigen maken, met verschillende petten op?

In Frankrijk was de publieke boosheid over het schandaal rondom de presidentskandidaat François Fillon zo groot, omdat hij zelf als geen ander de publieke moraal predikte. Ook bij hem die pijnlijke discrepantie tussen mooie woorden en schaamteloze zelfverrijking. Het pijnlijkste wat ik de afgelopen tijd zag, was Fillon die in een van die onbetaalbare pakken, hem „belangeloos” geschonken door een vriend, aan een groepje moegewerkte verpleegsters in een ziekenhuis uitlegde dat ze echt meer uren moesten maken voor hetzelfde, karige salaris – voor de publieke zaak. Wie leest dat Fillon zijn vrouw tonnen liet betalen zonder dat ze haar pink ervoor hoefde op te tillen, is niet verbaasd dat mensen boos, cynisch of onverschillig worden als het over de publieke zaak gaat. Wie laat zich dan nog iets zeggen?

Maar ook in de verdediging die Fillon aanvoerde, werden de mores als excuus voor het gebrek aan moraal aangevoerd – wat ik deed, was tot nu toe heel gewoon, maar ik zie in dat het tegenwoordig niet meer kan. Hetzelfde met die dure pakken – er was niets verkeerds aan, maar nu het in de krant staat heb ik ze toch maar teruggegeven. Dat zegt eigenlijk alles – ik heb het zelf alleen maar gedaan omdat men het doet.

Wat hier onverkwikkelijk is, is niet eens het gesjoemel, maar juist dat passie preken voor de bühne. Fillon presenteerde zich als onkreukbaar en las anderen stevig de les, Keizer geldt binnen de VVD als „Mister Integriteit”. In zulke handen wordt moraal slechts een trefwoord in het belang van de publieke zaak, maar een publieke zaak die volledig tot iets voor anderen wordt gemaakt. Voor de anderen geldt de moraal, voor jezelf de mores.

Je zag het ook in de brief van Rutte aan alle Nederlanders vóór de verkiezingen: dat was geen oproep tot saamhorigheid en moreel besef, maar slechts een oproep om anderen de maat te nemen. Want aan ons kan het niet liggen. Dat is geen publieke moraal. Henry Keizer blijkt niet het medicijn, maar de kwaal.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plek.