Melkklieren en stevige benen, daarop werden vroege paarden gefokt

Foto Eric Crubèzy

Vroege tamme paarden waren zwaar gebouwd en gaven veel melk. Daarop wijst een studie in Science (28 april) over de genetische geschiedenis van het gedomesticeerde paard. Van 14 oude paardenskeletten werd DNA onderzocht, door een team onder leiding van Ludovic Orlando (Natuurhistorisch Museum van Kopenhagen). De onderzochte paardenskeletten zijn 4.100 tot 2.300 jaar oud, en afkomstig van drie opgravingen uit Rusland en Kazachstan. Bijna al die paarden waren geofferd door de Scythen, een ruiterstam uit Centraal-Azië.

Het paard is waarschijnlijk zo’n 5.500 jaar geleden getemd door de Botai uit Kazachstan. Het DNA-onderzoek verraadt op welke kenmerken paardenfokkers van de Brons- en IJzertijd selecteerden. Aan botten was al gezien dat de paarden zware, stevige voorbenen en -‘voeten’ hadden. Het paarden-DNA wijst daar ook op. De vroege paarden bezaten verder genen voor allerlei vachtkleuren, voor het vasthouden van vocht en voor een sterke ontwikkeling van de melkklieren. Deze haast lieflijke foto van een dood paard zat in het pakket met persfoto’s, volgens Orlando louter „omdat het een aantrekkelijk beeld is”. Het is een goed geconserveerd paard uit Siberië, uit een andere studie van zijn team.