Recensie

Japan, het kakelbonte, licht hysterische droomland

Tentoonstelling Op de tentoonstelling ‘Cool Japan’ in Leiden zijn iconen van de Japanse beeldcultuur te zien, van de snoezige tot de horrorelementen. De mangafiguren werden een miljardenindustrie.

Matsuura Hiroyuki: Uki-Uki, 2012 bruikleen van de kunstenaar en Tokyo Gallery+BTA

Wat curator Daan Kok en expositiemaker Rik Herder wel even gezegd willen hebben: hun tentoonstelling Cool Japan wordt niet gesponsord door Japan. Dat zou je zomaar kunnen denken, want sinds begin deze eeuw , toen zelfs grauwe partijbureaucraten inzagen dat Japans popculturele iconen een machtige bron van ‘soft power’ zijn, heet de nationale marketingstrategie eveneens Cool Japan. Op de Spelen van Rio verkleedde de Japanse premier Shinzo Abe zich vorig jaar als Super Mario.

In de eerste zaal van Cool Japan, tot en met 17 september in Museum Volkenkunde in Leiden te zien, staan zij op een rood plateau uitgestald, omzoomd door een gebogen scherm met adembenemende anime-beelden: Godzilla, Transformer-uitvouwrobots, Hello Kitty, Super Mario, dikbuikje Tortoro van studio Ghibli. Iconen van een uiterst succesvolle cultuurexport die geworteld is in de naoorlogse mangastripboekjes-rage. In de jaren zestig kwam Cool Japan op stoom met goedkope animatieseries voor de Amerikaanse tv-markt, daarna veroverde de nieuwe technologische wereldmacht via Nintendo en Sega de markt voor videogames.

Inmiddels is Cool Japan in allerlei verschijningsvormen mainstream geworden: manga en anime, de bleke, langharige spoken van de J-horror, de mode van Issey Miyake en Yohji Yamamoto, de kawaii-knuffels. Japan is als mondiale generator van subculturen – emo, gothic lolita, cosplay – een cultureel model dat kan wedijveren met het Engeland, het Frankrijk en het Amerika waar vorige generaties zich aan optrokken. Dat kakelbonte, licht hysterische droomland is het volstrekte tegendeel van het mysterieuze Japan dat de wereld eerder voor ogen stond: een eiland van verstilling, leegte, harmonie, minimalisme, effen kleuren, traditie, ambachtelijkheid en vormelijkheid.

Monsterzaal

Cool Japan etaleert zeven facetten in zeven zalen, waarbij soms uit eigen collectie wordt geput: Museum Volkenkunde is immers gegroeid uit de uniek Japanse collectie die de arts Philipp Franz von Siebold tussen 1823 en 1830 verzamelde. Zo legt de zaal over manga verbindingen met traditionele teken- en verhaaltechnieken van blokprints en verbindt de monsterzaal (12 jaar en ouder) Japanse horrormonsters met volksverhalen. Elders, in de zaal over de hightech-robotcultus Mecha, maakt men wat minder werk van de link met de karakuri-poppetjes, de automata die Japan in de Edo-periode (1603-1868) al zo fascineerde. Terecht, want focus je daar teveel op, dan vergeet je dat Cool Japan eerder een hybride product van culturele uitwisseling tussen Japan, Europa en vooral de Verenigde Staten is.

Meest suggestief is de kawaii-zaal, gewijd aan de cultus rond de snoezigheid. Een woord dat je uitspreekt met kinderstem en adorerende blik: kawaiiee! In de jaren zeventig groeide kawaii uit tot passief-agressief jeugdverzet tegen de zelfverloochening en het collectivisme van Japans naoorlogse wederopstanding. In zo’n wereld wordt niemand graag volwassen: kawaii rekte de kindertijd. Kawaii begon als kinderlijk gestileerde schrijfstijl van bolle lijnen, hartjes, sterretjes en emoji’s. Al snel overtroffen kawaii-meisjes elkaar in kirrend enthousiasme voor alles wat babyachtig, pluizig en hulpeloos was. Mangafiguren met ronde gezichten en dito ogen, ooit afgekeken van Disney, werden een miljardenindustrie in tal van dikbuikige incarnaties: Super Mario en Pokémon, Tortoro van Ghibli, Dick Bruna-klonen als Hello Kitty. Elke Japanse stad of staatsorgaan heeft inmiddels zijn eigen kawaii-mascotte.

De makers van Cool Japan zijn op een tiendaagse shopping spree in Japan gegaan: hun aanwinsten zijn zowel in de zalen als de museumshop te bewonderen. Zo wordt de Lolita-mode, ook kawaii, zichtbaar in de zuurstokoutfit van het Japanse model Haruka Kurebayashi, die we in een bijbehorende video zien shoppen met een bijna agressief soort kinderlijkheid. Kawaii met een duistere onderstroom drong in de marge van de kunstwereld door via de popart van Murakami en Yoshitomo Nara – van wie enkele werken te zien zijn. Zij koppelen snoezigheid aan angst, lust en woede.

Voor de meest extreme uitwas van kawaii, pedoseksuele hentai-porno, hebben de makers een piepklein paneel gereserveerd in de otaku-ruimte, waar verder het om rabiate Japanse fancultuur draait, met speelautomaten en een manga-leescafé. Begrijpelijk: Cool Japan is bedoeld voor alle leeftijden. Met zijn brede greep heeft deze expositie kenners geen nieuws te bieden, maar als introductie in de verknipte glitterbal die Japan de wereld tegenwoordig voorhoudt, is het beslist niet te versmaden.